’Kerken moeten een plek krijgen in de rampenbestrijding’
Binnenlandse Zaken wil praten over de rol van kerken bij nazorg na rampen, naar het voorbeeld van Apeldoorn. Op initiatief van het ministerie van binnenlandse zaken gaan de kerken met de rijksoverheid in gesprek over hun rol in de nazorg bij rampen. „Kerken moeten een plek krijgen in de rampenbestrijding", vindt de Apeldoornse predikant dominee Rob Visser. Uit eigen beweging ving hij op Koninginnedag mensen op die getuige waren van de aanslag op de koninklijke familie. Ook stond zijn kerk tien dagen open.
Binnenlandse Zaken erkent dat de geestelijke verzorging door pastores van groot belang is geweest, bijvoorbeeld bij de vuurwerkramp in Volendam en bij het drama in Apeldoorn. Het gesprek met de kerken past in de wens van minister van binnenlandse zaken Ter Horst om de nafase bij een ramp te versterken. Daar hoort ook de zorg vanuit de kerk bij. Het ministerie houdt volgens een woordvoerder open of de kerken een taak moeten hebben, en of die dan ook formeel vastgelegd moet worden. Als dat al wenselijk zou zijn, dan is het de taak van de gemeenten om de kerk op te nemen in het rampenbestrijdingsplan. Bij onrust in een wijk zou ook een imam een rol kunnen spelen, veronderstelt de woordvoerder.
Volgens woordvoerder J. G. Heetderks van de Protestantse Kerk in Nederland hebben veel gemeenten de kerk al opgenomen in hun rampenplannen. Als dominee deed hij zelf bijvoorbeeld mee aan rampenoefeningen. „Het is belangrijk dat er bij gemeenten oog is voor de kennis die wij hebben op het gebied van begeleiding. Je kunt dat formaliseren, maar veel loopt ook wel vanzelf", zegt Heetderks, die gisteren nog niet op de hoogte was van een gesprek met Binnenlandse Zaken. Hij constateert wel dat het thema gevoelig kan zijn. Gelet op de discussie over de scheiding van kerk en staat, was er bijvoorbeeld bij de herdenking van de slachtoffers van het ongeluk met het vliegtuig van Turkish Airlines geen geestelijke uitgenodigd. Heetderks: „Als neutraal de nieuwe levensbeschouwing is, dan is er nog wel een gesprek met Binnenlandse Zaken nodig."
Hoogleraar veiligheid en rampenbestrijding Ben Ale stelt ook vast dat de hulp vanuit kerken vaak spontaan op gang komt. Hij waarschuwt voor formalisering van de kerkelijke taak. „Voordat je het weet heb je een draaiboek van honderd bladzijden." Bovendien, zegt Ale, doet de overheid het al gauw verkeerd. Stel je voor, oppert de hoogleraar, dat een gemeente een kerkgenootschap over het hoofd ziet, of een levensbeschouwelijke richting. Ale: „Dit is gewoon niet waterdicht te regelen, als je dat al zou willen."