Naar de inhoud

Reddingsboot Donateur in revisie bij Habbeké

Bron: NHD

Ook al ligt hij op het droge, dan nog dwingt De Donateur jezelf vast te houden aan de talrijke stangen rondom de stuurhut. Wellicht nodigt de robuuste en snelle uitstraling van het vaartuig daartoe uit. Overigens is er geen enkele reden om je hier met moeite staande te houden want De Donateur wiebelt voorlopig niet. Kan geen kant op, wordt zelfs helemaal uitgekleed.

Hufterproof
De Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij (KNRM) IJmuiden heeft het supersnelle paradepaard afgelopen week voor drie maanden bij Habbeke Shipyard gestald in Volendam. Voor algeheel onderhoud. Alle elektronica gaat eruit, de ramen worden tijdelijk verwijderd en praktisch alle onderdelen gaan grondig in de revisie. Niets blijft onopgemerkt, alles krijgt een inspectiebeurt. Moet ook wel met een reddingsboot, zegt de Waart. „Je kunt met zo'n klus niets aan toeval overlaten. Deze aluminiumboot is hufterproof. Dat moet ook wel. Vrijwilligers stellen hun leven in de waagschaal om andermans leven te redden. Dan moet je op weg daar naartoe niet zelf met motorpech stil komen te liggen. Dan heb je pas echt problemen. Je moet dus voor honderd procent kunnen vertrouwen op je materiaal."

De Donateur, die begin jaren '90 ook bij Habbeké werd gebouwd, weegt bijna tien ton, beschikt over twee motoren van elk 450 paardenkrachten en haalt een maximumsnelheid van tussen de zestig en zeventig kilometer per uur. Indrukwekkende cijfers die een technisch/maritiem surplus suggereren maar ook dat is geen overbodige luxe, volgens De Waart. „De golffrequentie van de Noordzee kan heel ruw zijn. Zodra je het ruime sop kiest heb je te maken met ruige zee want op die momenten komen zeelieden in de problemen. Als je dan niet snel genoeg bent en je kunt die golven aan de achterzijde niet voorblijven, dan kan de golf achterin slaan en ga je over de kop. Dus je moet over voldoende acceleratievermogen beschikken." Wat de Donateur en ook soortgelijke vaartuigen onderscheidt, is dat ze 'zelfrichtend' zijn. Zodra ze omkieperen, kantelen ze vanzelf weer de goede kant uit met de stuurhut aan de bovenkant. Klinkt vrij eenvoudig maar ook die eigenschap vergt de nodige aanpassingen die vakkundig in de supersonische vlet weggewerkt zijn.

Jetaandrijving
Wat ontbreekt, zijn de imposante scheepsschroeven voor de voortstuwing. Die zijn er ook niet, zegt De Waart. „Deze beschikt over een jetaandrijving. Dat betekent dat de boot zelf water opzuigt en het zelf met kracht weer uitperst. Dat gaat met enorme kracht. Scheepsschroeven zijn natuurlijk niet handig als je een drenkeling aan boord moet hijsen." Voor de werkplaats zijn enkele werknemers druk in de weer met een rupsvoertuig. Dat is het onderstel van een Caterpiller die wordt omgebouwd tot trekker die straks reddingsboten naar zee brengt. Bij de vloedlijn aangekomen, kan de trekker tot twee meter waterdicht het water inrijden om vaartuigen vervolgens met volle kracht de woelige baren in de lanceren.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.