Naar de inhoud

Vaar-wel Uitwaterende sluizen! Deel 2

Bron: Stadskrant

In aanloop naar het vertrek van het Hoogheemraadschap uit Edam
In het begin van de 16e eeuw had de zee nog vrij spel in Hollands Noorderkwartier. Door de havens van Edam stroomde het zoute water de meren Purmer en Schermer in. Dat gaf overlast en landverlies. In 1544 greep Keizer Karel V in en gaf opdracht om de open zeegaten af te sluiten met sluizen.

Edam wilde echter niets van het afsluiten van de haven weten. Door eb en vloed stroomde het water door de haven, modder kreeg geen kans en de haven bleef mooi diep. Filips II, de zoon van Karel V, bekrachtigde de maatregelen van zijn vader, zorgde ervoor dat Edam van de zee werd afgesloten met een sluis en stelde een nieuw waterschap in. Het hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen was een feit. Eind 16e eeuw was de sluis in Edam gebouwd en ontstond, afgesloten van de zee, een waterberging of boezem. Die boezem, bekend als de Schermerboezem, bestond eerst nog uit de grote binnenmeren en na het droogleggen van de meren uit de ringvaarten en enkele verbindende wateren zoals de havens in de stad Edam. De Zeevang, de Zuidpolder en de Purmer loosden hun water in die boezem. Vervolgens werd het water door de sluizen naar zee gespuid.

In deel 1 van ‘Vaar-Wel Uitwaterende Sluizen' van de hand van Jan Daniël Hooijberg heeft u gelezen dat ‘Uitwaterende Sluizen' altijd prominent in Edam aanwezig is geweest. Kantoren, bruggen, sluizen en werkplaatsen en de erbij horende strijd tussen bestuurders over zeggenschap en verantwoordelijkheid komen we in de geschiedenis van Edam regelmatig tegen. De Edamse wateren, Oorgat, Nieuwe Haven, Voorhaven, Schepenmakersdijk en Purmerringvaart, zijn sinds het afsluiten van de zee eind 16e eeuw onderdeel van de Schermerboezem en door de sluizen kon worden gespuid of water worden ingelaten. Uitwaterende Sluizen kreeg het beheer over die boezem en moest de boezem ‘op peil' houden door bij overlast te spuien en bij watertekort in te laten. Dat inlaten van water gebeurde aanvankelijk alleen in uiterste nood en bij grote droogte maar later, toen het IJsselmeer zoet werd, veel vaker om de boezem op peil te houden en om door te spoelen.

Het spuien van overtollig water naar de Zuiderzee en later naar het IJsselmeer en het Markermeer is altijd van groot belang geweest om de boezem op peil te houden. Eb en vloed en laag water door aflandige westenwind maakten het mogelijk overtollig water te lozen door de sluizen. Tijden veranderen. De Afsluitdijk en de dijk Enkhuizen-Lelystad werden aangelegd en er kwamen gemalen in Zaandam en Den Helder. Nog af en toe kan de sluis spuien als het peil op de boezem hoog is en het Markermeer door westenwind laag is. Nog af en toe wordt er water ingelaten als de grachten in Edam doorgespoeld moeten worden. Het inlaten van water gaat tegenwoordig vooral door de sluizen in Monnickendam, Schardam en Lutje Schardam. Het spuien van overtollig water is overgenomen door gemalen in Zaandam en Den Helder.  Toch blijft het mogelijk om met de Zeesluis in Edam water in te laten of te spuien. De Zeesluis in Edam was een goede en betrouwbaren speler maar zit nu, nog steeds bereid en in staat om in te vallen, op de reservebank.

Edam en de Edammers zijn altijd nauw betrokken geweest bij het peilbeheer op de Schermerboezem. Als de boezem laag stond en er water te kort was zag je dat direct aan de waterkant. Boten liepen aan de grond, woonarken lagen scheef en de boeren in de polder konden geen vers water meer inlaten. Als de boezem te hoog stond merken we dat ook direct. Van de beschoeiingen is weinig meer te zien en de oevers zijn nat. Buiten de stad zag je het water van de ringvaart soms tegen de rand van de weg staan. Het water in Edam behoorde samen met de grote meren tot de Schermerboezem, de grote waterberging van het Noorderkwartier. Maar in het begin van de 17e eeuw werden alle meren drooggemaakt. De Schermerboezem werd steeds zwaarder belast door de tientallen molens van de grote droogmakerijen.

Dat gaf ‘s winters vaak problemen. Als er niet op zee gespuid kon worden stond de boezem al snel boordevol. De poldertjes van het oude land, zoals de Zeevang en de Zuidpolder, waren de dupe. Vooral voor de lage dijken van de Zeevang en Zuidpolder was hoog boezemwater bedrijgend. De oude polders hadden lage, slechte en voortdurend zakkende dijken. Soms liep het hoge boezemwater over die dijkjes heen of ze braken door.

In 1795 werd de peilbemaling ingesteld om een einde te maken aan de overlast. Zodra op de Schermerboezem het Amsterdams Peil was bereikt ging het stopsein uit en moesten alle poldermolens stoppen met uitmalen. Dat stopsein bestond uit een blauwe vlag die werd gehesen in een molenwiek. Andere molens namen dat signaal over en zo werd het stopsein doorgegeven. ‘s Nachts gebruikte men kaarslantaarns. Later gebruikte men masten en elektrisch licht. Die oude peilbemaling met het stopsein voor de poldergemalen functioneert nog steeds zij het in een gemoderniseerde opzet. Nu geen molens met vlaggen of kaarslampen meer en ook geen vlaggen en elektrisch licht in masten maar eigentijds via telefoon en internet.  Door de moderne gemalen in Zaandam en Den Helder zal het niet meer zo vaak peil op de boezem zijn en zal het stopsein nog maar zelden worden afgegeven.

Maar het kan nog altijd zoals we de afgelopen jaren hebben gemerkt. Nog in september 1994 werd, na 25 jaar, het stopsein afgegeven en moesten de poldergemalen stoppen met lozen omdat de boezem vol was.  Ook in de zomer van 1998 en de herfst van 2008 was de waterstand op de boezem erg hoog maar hoefde gelukkig geen stop voor de poldergemalen afgegeven worden. Nog altijd zijn de dijkjes van het oude land lager dan die van de droogmakerijen en nog altijd zijn er tijden met veel regen waarin de boezem al het water niet op tijd kan afvoeren en het Amsterdams Peil wordt bereikt. En dus hebben de inwoners van Edam maar vooral die van de Zeevang, de Zuidpolder en de Purmer te maken met het peil op de boezem, met water tekort en wateroverlast en dus met het stopsein. Zo zie je dat Edam en de Edammers van binnen en van buiten de stad altijd heel betrokken waren en nog steeds zijn bij de Schermerboezem en het peilbeheer van die boezem.

De Schermerboezem, de Purmerringvaart, de grachten en de sluis zullen blijven, ook al gaat Uitwaterende Sluizen weg uit Edam. Zo houden Edam en de Edammers toch altijd iets van ‘De Uitwatering' binnen de gemeente waar ze dankbaar voor zijn of waar ze op kunnen fitten.

Tom Lagerburg

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.