Je bent echt ‘knettergek'
Dat was zo'n beetje de eerste reactie die ik mocht ontvangen op mijn Kladblok van vorige week. Daarin stelde ik de analyse van de verkiezingswinst van de VVD, zoals die door wethouder Karregat in een persoonlijk persbericht was gemaakt, stevig aan de kaak. Op zichzelf is daar niks mis mee. Het is niet ongebruikelijk dat politici in columns en cartoons op de hak worden genomen. Het is een onderdeel van de democratie dat kritiek een ruime plaats krijgt in het proces van meningsvorming over politici en hun doen en laten.
Een columnist is meestal niet meer dan het jongetje langs de weg dat zijn mond niet kan houden als de keizer voorbij schrijdt. Hij verheft zijn stem als anderen er de voorkeur aan geven om te zwijgen. Dat gebeurt niet alleen uit beleefdheid of fatsoen. Iedereen heeft wel eens zijn eigen persoonlijke reden om zijn mening voor zich te houden. In de hoftraditie waren het de narren die als uitlaatklep functioneerden. In de tegenwoordige tijd wordt die rol overgenomen door columnisten en cartoonisten. Columnisten en cartoonisten nemen als regel geen blad voor de mond en laten nuances weg. Wat ze doen is uitvergroten. Zo moeten columns en cartoons ook worden gelezen. Ze hebben een andere functie dan het commentaar van de hoofdredactie dat vaak terughoudender en genuanceerder is.
Er zijn mensen die vinden dat ik niet altijd fatsoenlijk schrijf. Meestal haal ik daarbij mijn schouders op. Onder fatsoen verstaat iedereen wel iets anders. De Dijkmotie van VVD/CDA vond ik bijvoorbeeld niet fatsoenlijk omdat die de coalitiepartner bruuskeerde en daarnaast de belangen van bewoners en ondernemers onvoldoende respecteerde. Bij die gelegenheid werd wethouder Karregat opzij gezet door zijn fractie. Iemand anders kan over zo'n gebeurtenis weer heel anders denken.
De essentie van mijn betoog was dat een wethouder zich niet meer moet toerekenen dan hem toekomt. Als hij daar in te ver gaat, kan dat risico's opleveren voor zijn politieke relaties, voor zijn oordeelsvermogen en voor zijn besluiten. Daar kom ik dan ook niet op terug. Waar ik wel op terug kom, is mijn schamperende reactie op de mededeling van de wethouder dat het een ‘slopende campagne' was. Brutaalweg opperde ik dat het misschien aan een slechte conditie of te veel wijntjes had kunnen liggen. Iemand wees me er op dat die zinsnede verkeerd kan worden gelezen en als een insinuatie kan worden opgevat. Dat was niet de bedoeling. Maar hett is niet de enige reden waarom ik deze alternatieve verklaringen terugneem en daar bovendien mijn verontschuldigingen voor aanbied.
Die tekst ging te ver omdat het volstrekt mijn zaak niet is wat een politicus doet of laat als hij niet als politicus optreedt. Dat valt volkomen binnen de privésfeer die gerespecteerd moet worden. Mijn opmerkingen gingen in dat opzicht (onbedoeld) over de schreef. Voor mij is dat een goede les. Ook voor mij bestaat er het risico dat een grens, die ik voor mezelf aanhoud, door onvoldoende alertheid kan worden overschreden.
Andere kritiek die ik kreeg, is dat ik mensen ontmoedig om in de politiek te gaan. Ook dat soort kritiek leg ik naast me neer. Er zijn heel veel redenen waarom mensen niet voor een politieke functie kiezen. Wie er vanaf ziet omdat hij bekritiseerd kan worden, heeft niets te zoeken in de politiek. Dat geldt wat mij betreft trouwens ook voor een wethouder die meldt dat hij een ‘slopende campagne' achter de rug heeft, maar de belangrijkste campagneactiviteiten aan anderen overliet. Als het belangrijk wordt en moeilijk is, moet je er wel staan. Anders scheep je anderen met de risico's op.
Het zou helemaal niet goed zijn als mensen met een politieke functie worden ontzien. De openbare meningsvorming rond het doen en laten van een politicus is een essentieel onderdeel van het democratische en politieke spel. De democratie eindigt niet na de verkiezingen. Die hoort daarna pas goed te beginnen en dat gebeurt ook wanneer kritische burgers de gekozen politici in hun doen en laten blijven volgen.
Dat is lastig voor politici, maar van het grootste belang voor het democratisch functioneren van de politieke besluitvorming. Niet de persoon, maar de politicus staat daarbij aan kritiek bloot. Een politicus die er moeite mee heeft die twee uit elkaar te houden, kan zich nog altijd redden door de krant te gebruiken om daar de aardappelschillen in te verpakken, of: door te denken dat Louter echt ‘knettergek' is. Mij maakt het niet uit. Ik ben alleen maar het jongetje dat langs de weg staat en zijn mond niet kan houden.
Peter Louter