Vrijblijvendheid nekt verenigingen
Het is er voor instellingen en verenigingen de laatste jaren niet makkelijker op geworden om vrijwilligers aan te trekken. De tijd dat hele families zich verbonden voelden met een vereniging lijkt voorbij. Terwijl het werk er doorgaans alleen maar complexer op is geworden neemt de animo om actief te zijn als vrijwilliger af. Met name grote sportverenigingen hebben hier last van.Emotionele oproepen in clubbladen kunnen de meest betrokken mensen wellicht incidenteel bereiken, doorgaans zijn de reacties minimaal. Van instellingen en verenigingen wordt steeds meer professionaliteit verwacht. Als daar een teruglopend vrijwilligersbestand tegenover staat worden problemen uiteindelijk onoverkomelijk groot. En het werk voor de gemotiveerde en verantwoordelijke bestuurder/vrijwilliger te zwaar. Frustraties liggen in zo'n geval op de loer.
Aan de ene kant zou de overheid op deze ontwikkeling kunnen inspelen door de bestuurder beter te faciliteren als het gaat om de fors toegenomen regelgeving, waarin veiligheid veelal de hoofdrol speelt. Het vergunningentraject vergemakkelijken en goed begeleiden betekent een forse verlichting van bestuurlijk werk.
Maar daarmee ben je er nog lang niet. Wil je een vereniging overeind houden en plezier behouden aan de vele taken, dan moet het werk verspreid worden. Veel taken, zeker binnen sportverenigingen, zijn praktisch van aard. Leden en/of ouders zouden bij het lidmaatschap de verplichting moeten krijgen om zich maandelijks actief in te zetten. Ontspannen recreëren bij een niet-commerciële vereniging vraagt om een tegenprestatie.
Je verschuilen achter een druk leven is begrijpelijk maar zorgt er uiteindelijk voor dat het brede aanbod aan recreatieve mogelijkheden zal verschralen. Kort gezegd: wanneer je het belangrijk vindt dat je kind aan sport doet of een leuke hobby uitvoert, dan moet je daar als ouder een steentje aan bijdragen.
Zo niet dan storten verenigingen uiteindelijk in. Of moeten de doorgaans lage contributies fors omhoog. Waarschijnlijk nog het enige antwoord om de vele taken door betaalde krachten in te laten vullen. Dit laatste is nooit de opzet geweest van de meeste verenigingen instellingen. In tegendeel: zoveel mogelijk inwoners zouden de kans moeten krijgen om actief te kunnen recreëren. Een toegankelijk lidmaatschapsbedrag is hiervoor een voorwaarde.
Hoewel er gelukkig altijd mensen zullen opstaan om het zware werk binnen een vereniging te verrichten, moet de vrijblijvendheid worden weggenomen. De passieve meerderheid zal helaas alleen met gerichte afspraken ‘gedwongen' moeten worden een bijdrage te leveren aan de vereniging van zijn of haar keuze.
Redactie de Stadskrant