Naar de inhoud

Over hoofddoekjes en godsdienstvrijheid

Bron: Peter Louter op VK-blog

In Volendam is er een discussie over hoofddoekjes gaande. De lezing die Femke Halsema laatst gaf over godsdienstvrijheid, lijkt me een aardige bijdrage te kunnen leveren aan die discussie.

In haar lezing in de Jacobikerk heeft Femke Halsema in het afgelopen weekend een moedige poging gedaan om, uitgaande van haar definitie van godsdienstvrijheid, de verhouding tussen links en de islam opnieuw te bepalen. Haar definitie van godsdienstvrijheid lijkt me redelijk zuiver. Het gaat om het recht om geloof op een individuele wijze te beleven en daarin vrij gelaten te worden. In die zin gaat haar pleidooi in tegen geloofsdwang en gewetensdwang.

Ik kan haar ook goed volgen in haar oproep aan links Nederland om godsdienstvrijheid serieus te nemen en af te zien van beschermend zwijgen als er harde woorden moeten worden gesproken. Kijk niet weg bij de intolerantie die de orthodoxe Islam herbergt, zegt ze.

Ik kan haar ook steunen in haar oproep om af te zien van polarisatie die gemeengoed is geworden bij de discussie over de Islam en de daar aan gerelateerde onderwerpen. Hoewel daarvoor de ingrediënten in haar lezing wel aanwezig zijn, verzuimt ze echter harde kritiek te uiten op de linkse neiging om voor polarisatie te kiezen en islamkritiek veel te snel te zien als een vorm van polarisatie. Het demoniseren van islamkritiek is de linkse bijdrage aan de vervuiling van het debat.

In haar pleidooi gaat het vooral om vrouwenrechten en speelt de kleding, met name de hoofddoek, een grote rol. Daar raak ik de weg kwijt. Halsema constateert dat veel vrouwen zich vrijwillig onderwerpen aan de kledingeisen van de Islam en stelt daarnaast dat veel moslima eenvoudig worden gedwongen om aan die kledingeisen en andere eisen te voldoen. In het dilemma wat dat oplevert, raakt ze de weg kwijt. Ze pleit zowel voor het recht van een schooldirecteur om hoofddoekjes op school te verbieden als voor de steun aan een politieagente die "trots is, zelfstandig én gesluierd".

Met andere woorden: hoofddoekjes zijn acceptabel als ze gedragen worden uit vrije keuze en op grond van een zelfstandige beslissing. Ze zijn niet acceptabel als de draagster zich gedwongen voelt. De schooldirecteur waar ze echter naar verwijst, meent dat hij dat onderscheid niet kan maken en daarom maar kiest uit twee kwaden: een algeheel verbod.

Om de vraag maar anders te stellen: kan een moslima die zegt haar hoofddoek vrijwillig te dragen op haar woord worden geloofd? Ik denk het niet. Zelfs vrouwen die ik op hun woord geloof, wijzen op de achterliggende dwang. Ik ken bijvoorbeeld een moslima die als ze op bezoek gaat bij een vriendin in de Indische buurt in Amsterdam een hoofddoekje opzet omdat ze dan niet lastig wordt gevallen. We kennen allemaal de moslima's die voor een hoofddoek kiezen om daarmee een beperkte vrijheid te kopen, bijvoorbeeld om te kunnen studeren.
Maar wat moet ik denken bij een gesluierde politieagente? Wat houdt het in dat ze vrijwillig kiest voor het volgen van de regels. Betekent dat bijvoorbeeld ook dat ze me eigenlijk als een kafir ziet en me anders beoordeeld dan geloofsgenoten? Betekent het dat ze dezelfde opvatting heeft van godsdienstvrijheid als Femke Halsema? Ik weet het niet en ik wil het ook helemaal niet weten. Van een politieagente verwacht ik dat ze de Nederlandse rechtsopvattingen onderschrijft en daar op geen enkele manier twijfel aan wekt. Wat dat betreft denk ik hetzelfde als de schooldirecteur waar Halsema naar verwijst, verbieden als er een dilemma ontstaat.

Mona Elthahawy, die in de VK van 5 oktober islamcritici ervan beschuldigt vrouwenrechten te misbruiken als wapen in de oorlog tegen de Islam. In dat interview stelt ze: "de progressieven, de politiek correcten, hebben de moslimvrouwen in de steek gelaten om maar niet tegemoet te komen aan rechts. Maar op die manier kwamen ze tegemoet aan islamitisch rechts. In die zin ligt de sleutel van haar betoog. Maar daarvoor moeten we begrijpen wat ze met Islamitisch rechts bedoelt. In het interview ontpopt ze zich als een moslima die zich de opvattingen van godsdienstvrijheid geheel eigen heeft gemaakt. Ze is een ‘liberal'. Vrouwenrechten kun je niet isoleren van de godsdienstdwang die voor moslims en moslima's gelden. Godsdienstdwang die niet alleen met het dreigen met hel en verdoemenis wordt uitgeoefend, maar ook door een sterke sociale controle wordt bevorderd.

Alleen al daarom zou Halsema nog eens moeten nadenken als ze schrijft dat islamitische scholen in het kader van de godsdienstvrijheid moeten worden geaccepteerd. Theoretisch kan ik geen enkel bezwaar hebben tegen haar stelling. Maar de praktijk is veel ingewikkelder. Tegen een school van een bepaalde denominatie die de Nederlandse opvatting van godsdienstvrijheid uitdraagt, kan niemand een principieel bezwaar hebben. Maar wijs mij één islamitische school aan die dat op overtuigende wijze doet.

Ik kies voor de oplossing van het dilemma van de schooldirecteur: bij twijfel verbieden we het. En we verbieden het omdat we juist pal willen staan voor de vrijheid van godsdienst. De discussie daarover dient niet onder autochtonen over de vrouwen te worden uitgevochten. Het debat over de vrijheid van godsdienst dient rechtstreeks met de Islam te worden gevoerd. Met de voorlieden en imams van die religie.

De schooldirecteur die Halsema in haar lezing opvoert is niet dezelfde als de schooldirecteur van Don Bosco. Haar onderwerp heeft echter wel rechtstreeks te maken met de discussie die over het Don Bosco-besluit wordt gevoerd.
Ik sta achter die directeur. Misschien niet om dezelfde redenen die hij heeft voor zijn besluit. Maar het blijft een onderwerp waar goed over moet worden nagedacht.

Peter Louter

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.