Een rare man
De ‘Sinturmukloas' zoals mijn ooitje hem zo treffend noemde. Ja, dat is me er eentje. Persoonlijk kan ik het goed met hem vinden, maar een enkeling heeft een bloedhekel aan de beste man. Zo ook Toon Hermans, een van de beste cabaretiers die Nederland ooit heeft gekend. Dit stuk uit zijn conference over ‘Snieklaas' wil ik jullie niet onthouden:
‘Ik ben niet opgevoed in weelde, met cadeaus en geschenken. Dat heb ik nooit gekend. In mijn hele jeugd kreeg ik nooit cadeaus, kan ik me niet herinneren. Ik ben niet opgegroeid in weelde. Ook niet met december, ook niet met ‘Snieklaas'. Ik heb nooit iets van de man gehad. Hij deed of ik niet bestond. Ik vind het een rare man. Ik hou er helemaal niet van. Een rare man, met z'n schimmel! Ik kan die man niet uitstaan, een rare man. Ik mag hem niet. Onsympathiek individu. En die knecht vind ik ook zo'n zak. Hoogst irritant. Staat altijd te lachen. Staat in het liedje ‘zijn knecht staat te lachen'. Idioot! Op 5 december, buiten hartstikke koud, staat hij op het dak te lachen. Raar stelletje! Ik mag ze niet! Allebei! Ik heb nooit iets van hen gekregen. Ik zette mijn schoen. Ik was al heel blij als die er 's morgens nog stond. En dan die stomme liedjes zingen. Hoor wie klopt daar kinderen... Geen hond! ‘En strooit wat lekkers in één of andere hoek' Wat is dat voor waanzin. Waarom zegt hij niet in welke hoek. Kan je nog lopen zoeken ook. Ik mag die man niet. Oneerlijk!!!'
Er waren kinderen die kregen zoveel cadeaus. Daar liepen de treinen door de kamer. Bij ons liep er niets door de kamer. Alleen wijzelf. Ik was de locomotief. Met een zootje armoedzaaiers achter me aan. Gelukkig hadden we een groot gezin. Anders was het nog een treintje van niets geweest ook. ‘Snieklaas' kapoentje! Een stokoude vent die ze nog kapoentje noemen ook. Ik vind het een rare man.' Tja, misschien waren Toon en zijn broertjes wel niet zo lief. En wie zoet is krijgt lekkers en wie stout is krijgt nie...
Wij waren in ieder geval wel lief. Bij ooitje stond vroeger voor ieder kind een stoel vol cadeaus. Mijn kinderen storten zich tegenwoordig - als matige voetballers op de titel ‘Beste speler van het Pius X toernooi' - op de vele cadeaus die staan uitgestald. En na 5 minuten wanneer de ‘pakpapierdampen' optrekken, is het feest weer gehouden. Gelukkig hadden wij vroeger oom Nico.
Oom Nico is schoolmeester en heeft een engelengeduld. Zijn levensmotto is ‘geen paniek'. En zo gebeurde het dat we bij ooitje in haar knusse huisje urenlang cadeaus aan het uitpakken waren. De enige wanklank kwam van zijn dochter Carola die - toen ze als enige nog geen cadeau had gekregen - de inmiddels legendarische woorden riep: ‘Ik wil oak adooie van de Kloas!'
Straks gaat de beste man weer naar Spanje. Maar gelukkig moet het ‘heerlijk avondje' nog komen. Deze week zijn de Sint en zijn pieten nog druk bezig met het bezoeken van scholen, sportverenigingen en winkelcentra. Voor al dat werk zouden zij eigenlijk een gemeentelijke legpenning moeten krijgen. Het is maar een ideetje. Na zoveel te hebben gegeven, mag je ook wel eens iets krijgen...