Kars
Ho, ho, ho. Het is weer kerst. Waar ik vrijwel mijn gehele werkzame leven als een blok heb opgezien tegen kars, omdat ik dan 20 uur per dag kerstpakketten moest oppakken. Daar kan ik er nu optimaal van genieten. Want zeg nou eerlijk wat is er nou mooier dan slenteren door een tuincentrum. Ieder jaar kopen we weer nieuwe kerstballen, lampjes, dansende Kerstmannen, zingende herten en natuurlijk een mooie piek. Die piek van vorig jaar was ook zó 2009...
Nadat mijn jongste dochter binnen de eerste schade heeft aangericht, gaan we snel door naar buiten.
Daar worden we opgewacht door meneertje de kerstboomverkopert. Meneertje de kerstboomverkopert weet ons uit te leggen dat er drie soorten kerstbomen zijn in de prijsklassen van 40 tot 80 euro.
We hangen aan zijn lippen wanneer hij het over blauwsparren en Nordmannen heeft. Hij kijkt even schichtig over zijn schouder of er geen collega's van hem in de buurt staan en zegt dan: ‘Dit mag ik eigenlijk niet zeggen, maar...' In mijn gedachten maak ik de zin al af, ‘je kan eigenlijk net zo goed die goedkope nemen'. Mijn verbazing is dan ook groot wanneer hij vervolgd: ‘Die dure, die Nordmann, die valt niet uit'. Met andere woorden, bij die van € 40,00 staat na een week alleen de stam nog. Met een boom van 80 euro verlaat ik het terrein, waarna ik deze met veel geweld in mijn auto pers. Ik denk dat er alleen in de wagen van Herman Brood ooit meer naalden hebben gelegen. Thuis aangekomen zet ik mijn allerbeste beentje voor om in de kerstsfeer te komen. Ik roep enthousiast. ‘Wie wil de piek op de kerstboom zetten?'
‘Ik, ik, ik, ik, ik' schreeuwen mijn dochters in canon. In de categorie ‘domme opmerkingen
van 2010' kwam deze vraag met superstip de Top 3 ingevlogen. Nadat ik de oudste heb omgekocht met een cadeau (opvoedkunde is aan mij helaas niet besteed) is de rust hersteld. Hoogst tijd dus om een uur lang lampjes uit de knoop te halen. Mijn vrouw hangt ze er vakkundig in en loopt om de haverklap een stukje achteruit om de verlichte boom te aanschouwen als ware het de Mona Lisa. Zal wel een vrouwendingetje zijn.
De kerstballen worden met militaire precisie in de takken gehangen. Iedere sector moet evenveel ballen bevatten. Nadat ik iets teveel ballen in dezelfde sector heb gehangen, word ik uit mijn taak ontheven. ‘Als het zo moet, doe ik het zelf wel'. Dat laat ik me geen twee keer zeggen en ik besluit me met mijn 5-jarige dochter te gaan toeleggen op de kerstkrib. Papa doceert: ‘Kijk, dat mannetje met die pamper aan is Jezus, de zoon van God. En die man met die stok in zijn handen is Jozef, de vader van Jezus.' Nadat ze me enige seconden glazig heeft aangekeken, antwoordt ze: ‘Hé papa, is God dan ook gescheiden, mijn vriendinnetje heeft ook twee vaders! Waarom heb ik geen twee vaders?' Tja, ga dat dan maar weer eens uitleggen.
Samen eten we nog een plakkie Moskovisch waarbij ik me af vraag waarom dat ik niet gewoon het hele jaar door eet. Samen met mijn gezin op de bank wordt ik ineens overvallen door de kerstgedachte. Natuurlijk kon ik nooit tot ‘Beste speler van het Pius X toernooi 1995' zijn gekroond zonder mijn medespelers. Ferdinand de Boer, Ed Pitjes, Jeroen Lamkamp, Gerry Tol, Marco Bond en Frank van Lijst, hartelijk bedankt. Alhoewel, wanneer ik dit illustere rijtje zie is het nog een groter wonder dan kerstmis zelf dat we in de halve finale een ploeg met mannen als Tom Waffel (toen nog keeper van het Nederlandse elftal), Johan Tuijp (toen nog FC Volendam), Albert Jonk (toen 1e keeper Succes Schoonmaak) en Jan Schokker-Hille (toen nog Zwarte Condor) hebben verslagen. Iedereen alvast een vrolijk kerstfeest en misschien ligt jouw kars wel op de appelmoes in 't motel...