VAAR-WEL Uitwaterende Sluizen! (foto)
In aanloop naar het vertrek van het Hoogheemraadschap uit Edam
In de serie over de geschiedenis van het hoogheemraadschap nu een aflevering over het oude laboratorium, dat sinds 1 januari 2005 samen met het oude laboratorium van Waternet zelfstandig verder gaat als Stichting Waterproef. Dit laboratorium blijft gevestigd in Edam
Deel 1. ‘Van pipetten en buretten naar automatische analyses en computers'
Het laboratorium van Uitwaterende Sluizen
Halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw werd het takenpakket van Uitwaterende Sluizen uitgebreid. Naast het op peil houden van de Schermerboezem en de Verenigde Raaksmaats-en Niedorperkoggeboezem was er nu ook de zorg voor de kwaliteit van het water in die boezemstelsels. En dat werd tijd ook. Want met name De Zaan was één grote, vaak stinkende afvoersloot geworden voor de talrijke fabrieken en huizen langs de waterkant. En de klachten van de boeren uit de grote droogmakerijen over de verzilting van het boezem- en polderwater waren ook niet mals.
Maar hoe groot was die vervuiling dan, en hoe hoog waren die zoutgehaltes?? ‘Meten is weten'. En zo gezegd, zo gedaan. In 1965 werd op een etage van een van de kantoren aan de Lingerzijde een klein eenvoudig laboratorium ingericht. Eenvoudig was ook de wijze waarop de analyses werden uitgevoerd; een prachtig tijdsbeeld met buretten, pipetten, bekerglazen, reageerbuizen en erlenmeyers. Laatst was Nelie Schermer-de Geus, een van de medewerksters van dat eerste laboratorium uur nog te gast bij Stichting Waterproef, het huidige laboratorium voor water- en waterbodem onderzoek in Edam. Haar mond viel open van verbazing. Zoveel monsters, zoveel apparatuur. Nauwelijks iets wat ze nog kende uit vroeger tijden - amper veertig jaar geleden.
Zuurstofgehalte in Zaan
De metingen van het laboratorium werden belangrijk voor de aansturing van het Zaangemaal, dat een jaar later in gebruik werd genomen. Immers, het Zaangemaal was niet alleen gebouwd om het waterpeil in de Schermerboezem en dus ook De Zaan te regelen, maar ook om de waterkwaliteit te verbeteren. Vanaf het moment dat het Zaangemaal in gebruik werd genomen, draaide het niet alleen bij hoog water, maar ook wanneer het zuurstofgehalte in de Zaan te laag werd of het zoutgehalte in de boezem te hoog was. Maar, zelfs met het enkele jaren later ook in gebruik genomen gemaal De Helsdeur in Den Helder lukte het niet om de waterkwaliteit onder controle te houden. Uit de metingen, onder meer van het zuurstof-, fosfaat- en stikstofgehalte, bleek dat de toename van de vervuiling, met name door de groei van bevolking, landbouw en industrie niet was te stoppen.
Vervuiler betaalt
In 1969 kwam de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren, die verdere vervuiling van het Nederlandse oppervlaktewater moest tegengaan. Het principe ‘De vervuiler betaalt' deed zijn intrede en daarmee werd het meten van vervuiling nog belangrijker. Het laboratorium groeide in record tempo uit de zolder. Een nieuw, voor die tijd modern laboratorium verrees tussen nr. 33, de oude woning van burgemeester Calkoen en nr. 39, het voormalige kantoor/woonhuis van notaris Teengs en werd in het najaar van 1970 in gebruik genomen. Nieuwe medewerkers werden aangetrokken en nieuwe vormen van onderzoek deden hun intrede. Met name het biologisch onderzoek, waarover Rixt Hovenkamp al eerder uitgebreid schreef..
Grote risico's volksgezondheid
In 1971 werd een begin gemaakt met het onderzoek naar de verontreiniging van het oppervlaktewater met feacale (poep) bacteriën. De eerste resultaten waren verontrustend. Op sommige plaatsen werden de normen voor ‘veilig' zwemwater met meer dan een factor honderd overschreden en dat gaf grote risico's voor de volksgezondheid. Oudere inwoners van Edam en Volendam herinneren zich wellicht nog dat in de zomer van 1971 met een geluidswagen werd gewaarschuwd, dat zwemmen in de IJsselmeerbaden bij Edam en Volendam gevaarlijk was en vanaf toen werd verboden. Indirect was dat overigens de aanleiding voor de geldinzameling onder de bevolking voor de bouw van zwembad en recreatiepark Waterdam.
Opmaat naar heden
Het chemisch onderzoek bleef zich ook steeds verder te ontwikkelen. Geheel nieuw waren het onderzoek naar de verontreiniging met metalen, voor een deel afkomstig uit de galvanische industrie en het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen. Daarvoor waren niet alleen ingewikkelde apparaten nodig, maar ook mensen die daar mee om konden gaan. Diverse medewerkers hebben in die periode dan ook veel tijd geïnvesteerd om die technieken onder de knie te krijgen. En dat niet alleen, want met de nieuwe apparatuur deden ook de automatisering en de computer hun intrede. De eerste opmaat naar het laboratorium van nu was begonnen.
