Hoofddoekverbod Volendam was verkeerd
Een katholieke middelbare school in Volendam heeft een islamitische leerlinge uit de tweede klas van het vmbo ten onrechte een hoofddoekverbod opgelegd. Met dat besluit heeft het Don Bosco College zich schuldig gemaakt aan discriminatie op grond van godsdienst.
Dat heeft de Commissie Gelijke Behandeling (CBG) vrijdag geoordeeld. De vader van de scholiere had de zaak bij de commissie aangekaart. Uitspraken van de commissie hebben geen juridisch-bindend karakter, maar worden in tachtig procent van de gevallen opgevolgd.
In een gesprek met de schoolleiding had het meisje begin dit jaar aangegeven dat ze overwoog om vanwege haar geloof een hoofddoek te gaan dragen. Met ingang van dit schooljaar deed ze dat daadwerkelijk. Daarop werd haar de toegang tot de lessen ontzegd.
Ze moest haar schoolwerk bijhouden in de kamer van de afdelingsleider. Na enkele weken werd de leerlinge gezegd dat ze van school zou worden gestuurd als ze de hoofddoek bleef dragen. Daarop besloot ze haar hoofddoek af te doen.
Volgens de Commissie Gelijke Behandeling kunnen katholieke of protestant-christelijke scholen een hoofddoekverbod instellen, maar dan moeten ze wel aantonen dat zo'n verbod nodig is om de eigen identiteit te waarborgen. Daarin schoot de school in Volendam tekort, zo oordeelde de commissie. Pas nadat de vader aangaf het besluit te gaan aanvechten beriep de school zich op de katholieke identiteit.
'Met zo'n verweer kom je niet zomaar weg', zegt woordvoerder Marcel Scholten van de CBG. 'Nergens bleek dat de school het niet toestond in verband met de identiteit. Zoiets kun je bijvoorbeeld in je schoolgids vermelden of in het schoolreglement laten opnemen.'