Naar de inhoud

Dromen zijn bedrog

Bron: Peter Louter

In wandelgangen waar welingelichte kringen vertoeven, zingt het rond dat burgemeester van Beek mij voor het gerecht gaat slepen. De schrijver van de haat- en wraakmail waar ik vorige week over schreef, zit heel dicht bij het vuur en wist te melden: " Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat de gemeente binnenkort een zware juridische procedure gaat beginnen. Ze hebben sterke gronden. Wie schrijft blijft. Vooral doorgaan met die stukkies in de krant. Mooi bewijsmateriaal."

Van zulke mededelingen word ik altijd wat giechelig. Onwillekeurig moet ik bij burgemeesters altijd denken aan Dickerdap, de burgemeester van Rommeldam, de woonstee van de heer van stand: Ollie B. Bommel. Het is de eerste burgemeester die ik leerde kennen. Deze nijlpaardfiguur, in het trouwpak van mijn grootvader, kon nog wel eens woedend uit zijn slof schieten om dan grootse dingen te verkondigen. Niet dat ik onze burgemeester met hem zou willen vergelijken. Dat is verre van mij. Ik steun juist graag burgemeesters.

In het onderhavige geval heb ik dan ook meerdere kladblok's geschreven om hem te voorzien van regieaanwijzingen waarmee hij zijn aanzien kan vergroten en hem voorzien van tips waarmee hij netelige kwesties kan oplossen. Ik help burgemeesters juist graag om de waardigheid van hun ambt te bewaren om zo te voorkomen dat er naar willekeur aan wordt getornd. Misschien wordt dat niet helemaal goed begrepen. Sommige burgemeesters moeten nog leren tegen een stootje te kunnen en moeten leren beseffen dat scherpe columnisten meestal het beste met ze voor hebben.

Toen ik Mevrouw Louter deelgenoot maakte van mijn pas verworven kennis dat ik misschien voor het gerecht wordt gesleept, reageerde ze weinig meelevend en al helemaal niet optimistisch. "Je verwacht toch zeker niet dat ik je in de gevangenis kom opzoeken als ik straks in Polen zit", zei ze geërgerd. Ineens overviel het me dat de werkelijkheid in het dagelijkse leven soms onverwacht een onaangename gedaante kan krijgen. "Tjee, straks zitten we in Polen en doen ze een uitleveringsverzoek aan de Poolse regering. Zó ver zullen ze toch wel niet gaan?" Ineens zag ik mezelf zitten in zo'n verwaarloosde gevangeniscel die nog uit de communistische tijd stamt. Slapen op een strozak in een lucht die naar muizenkeutels en schimmel stinkt. In Mevrouw Louter ontwaakte er enig sadisme. "Daar doen ze nog aan derdegraads verhoor, jongen, want ze willen natuurlijk weten wie je informanten zijn." Nu kreeg ik het toch echt een beetje benauwd. Van gekieteld worden krijg ik al de neiging om mijn geheimen te verklappen.

Die nacht sliep ik toch nog wel goed. Vlak voor het wakker worden droomde ik dat ik in de rechtszaal stond. De rechter, die net zijn pruik had opgezet als teken dat hij een uitspraak ging doen, leek verdacht veel op Markies de Cantecleer. Bevend wachtte ik zijn oordeel af. Wat zou het worden: radbraken, met pek en veren het dorp uitgejaagd worden, of aan de schandpaal tijdens de kermisdagen? In het publiek stak iemand met keizerlijke allure een bordje omhoog. ‘De burger weer krachtig', las ik. Hij knikte me bemoedigend toe. Verderop zat een vrouw met een prachtige brandweerhelm als hoofddeksel. Ze stak haar duim omhoog.

Inmiddels had plechtigheid bezit genomen van alle daarvoor in aanmerking komende gelaatstrekken van de rechter. Hij kuchte en las daarna zijn vonnis voor. "Mijnheer Louter", zo sprak hij de later historische geworden woorden, "ik veroordeel u tot vier weken taakstraf. U dient die door te brengen als hofnar van het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam. Het mag ook in de vorm van 20 kladbloks over maatschappelijk van belang zijnde onderwerpen."

Ik hoorde verraste kreten in de zaal. Maar de rechter was nog niet klaar. Hij richtte zich tot het college van B&W op de tribune en sprak: "De straf is voorwaardelijk. Ik leg bij u de verantwoordelijkheid neer om te voorkomen dat Mijnheer Louter zich genoodzaakt voelt om te recidiveren. In dat geval wordt zijn straf omgezet in onvoorwaardelijk."

Wakker wordend besefte ik dat het een droom was. Gelijk had ik er de pest in dat ik nooit heb willen geloven dat dromen uit komen. Ik sloeg het dekbed open en was benieuwd wat de nieuwe dag me zou brengen. Ik geloof niet in dromen. Ik geloof in hard werken en in volhouden om je dromen waar te maken. De daar aan verbonden risico's neem graag ik op de koop toe.

Peter Louter

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.