Eerlijkheid en openheid
De dure woordneefjes van dit paar heten: ‘integriteit' en ‘transparantie'. Maar waarom zouden we die oer-Hollandse begrippen eigenlijk willen vervangen door taal waarmee ‘deskundigen' zich proberen te onderscheiden van de rest van de wereld? Ik kan het wel uitleggen. Van eerlijkheid en openheid verwacht je gewoon dat ze er op bepaalde plaatsen zijn. Maar een organisatiedeskundige kan niet zo maar zeggen dat het aan eerlijkheid en openheid ontbreekt. Die zegt met een gezicht waarop de aangeleerde deskundigheid valt af te lezen dat "integriteit en transparantie aandacht behoeven". Dat zijn goed verteerbare woorden. Ze klinken modern. Ze klinken totaal anders dan: vanaf nu proberen we gewoon wat eerlijker en opener te zijn.
Is het moeilijk om eerlijk en open te zijn? Neemt u van mij maar aan dat het hartstikke moeilijk is. Maar er zijn genoeg situaties waarin het gewoon moet. Bijvoorbeeld als anderen schade kunnen lijden wanneer u niet open en eerlijk bent. Nog moeilijker wordt het als u zich gedwongen voelt om mee te doen aan het gebrek aan eerlijkheid en openheid bij anderen. We maken allemaal wel eens een situatie mee waarin we het maar zo laten om ruzie te vermijden of omdat we bang zijn voor de gevolgen.
Op het terrein van openheid en eerlijkheid groeit de laatste tijd de aandacht voor mensen in hogere posities, vooral bij de overheid. Soms krijg je de indruk dat ze op dat niveau het als een extra arbeidsvoorwaarde beschouwen dat ze wat aan kunnen rommelen en overal mee weg kunnen komen. Zo komen er regelmatig politiecommissarissen, directeuren van semi-overheidsorganisaties en burgemeesters voorbij die de integriteit van hun organisatie moeten bewaken, maar zelf menen dat er voor hen andere regels gelden. Niet zelden wordt hen een hand boven het hoofd gehouden en zijn het vooral onderschikten die, met de nodige risico's, aan de bel trekken.
De gegroeide situatie dat er boven een bepaalde salarisschaal of inkomen er met een andere maat wordt gemeten dan beneden die grens, vormt een tweedeling die in de Nederlandse samenleving steeds minder wordt geaccepteerd. De wethouders van Edam-Volendam hebben dat goed begrepen. Terwijl de burgemeester zich nog met hand en tand verzet tegen onderzoek en meent recht te hebben op een bevoorrechte positie, hebben de wethouders op neutrale wijze besloten tot het laten instellen van een onderzoek. Als er een situatie aanwezig is die vragen oproept, moet dat, ongeacht wie er bij betrokken is, gewoon worden onderzocht.
Alle inspanningen van de burgemeester om een onderzoek te voorkomen wijzen er niet op dat hij zich laat leiden door de vereisten van eerlijkheid en openheid. Het wijst er eerder op dat hij wat te verbergen heeft en meent dat zijn positie hem het recht geeft om de deksel op de put te laten. Dat is nogal onverstandig. Iedere nieuwe inspanning om onderzoek te voorkomen of te verhinderen dat gegevens openbaar worden, roept nieuwe vragen op. Zo wurm je jezelf in een positie waarin je steun en geloofwaardigheid verliest.
Raadsleden die de burgemeester blijven verdedigen, zoals bijvoorbeeld Loek Kras, in plaats van zich achter een onderzoek te stellen, schijnen niet goed te begrijpen wat openheid en eerlijkheid inhouden. Ze zouden tegen de burgemeester kunnen zeggen: "Joh, als het waar is wat je beweert, heb je van een onderzoek helemaal niets te vrezen. Dan roept het tegenhouden van onderzoek alleen maar vragen op". In plaats daarvan houden ze de burgemeester de hand boven het hoofd en lopen ze voorop in het demoniseren van degenen die voor openheid en eerlijkheid pleiten. Zo helpen ze een samenleving in stand te houden waarin je boven een bepaalde salarisgrens meer rechten schijnt te hebben, dan beneden die grens.
Peter Louter