Naar de inhoud

Reactie op 'verkorte analyse'

Bron: Cees Bont

Aan de leden
van de gemeenteraad
Edam-Volendam

Volendam, 4 mei 2011

Geachte mevrouw, geachte heer,

Bijgaand zend ik u mijn reactie op de inhoud van de 'verkorte analyse' van 25 januari 2011 die in het Presidium, in aanwezigheid van degene die het schreef, de advocaat van de burgemeester, Mr. van Meer, werd behandeld.

Het Presidium vormde daar als het ware de jury in een zitting waar de advocaat van de 'verdachten' uit het rapport 'Afgebrand' zijn pleidooi mocht houden zonder dat er een officier van Justitie en een rechter daarbij aanwezig waren. De leden van het Presidium kregen het pleidooi als geheim mee met het verzoek dat ze het geheim zouden houden. Ik wil in dit verband geen vergelijkingen maken, maar het zijn niet de meest democratische landen (geweest) waar deze ongebruikelijke gang van zaken voldoende wordt (werd) geacht voor een definitief oordeel.

De geheim te houden analyse heb ik ontvangen door toedoen van een gewetensvol persoon die meende dat dit niet de juiste gang van zaken was en meende dat ik het recht had me te kunnen verweren.

Uit de analyse leer ik in ieder geval dat mijn directe leidinggevenden op geen enkele manier in staat zijn geweest om een gedocumenteerd dossier voor te leggen dat kan rechtvaardigen dat ik gedwongen was om op te stappen. De analyse is anders dan het rapport 'Afgebrand' op geen enkele manier geloofwaardig onderbouwd door verwijzing naar raadpleegbare documenten. De meeste in het rapport 'Afgebrand gedocumenteerde situaties worden genegeerd in plaats van weerlegd.

Het thema van de analyse is in feite dat alles draait om mijn psychische gesteldheid als gevolg van de Nieuwjaarsbrand. Om dat geloofwaardig te maken wordt een psycholoog als deskundige opgevoerd die mij nimmer gezien of gesproken heeft en zijn analyse op informatie van derden baseert. Uit navraag blijkt dat de betrokken psycholoog niet als hulpverlener staat ingeschreven bij het BIG-register en onbekend is bij de Nederlandse beroepsvereniging voor psychologen. Dat maakt verklaarbaar dat de betrokkene in strijd heeft gehandeld met de gebruikelijke beroepscodes die voor praktiserende psychologen gelden.

De analyse spreekt zichzelf ook tegen, bijvoorbeeld door te verwijzen naar een gezondverklaring uit 2006. Dat was inmiddels de tweede verklaring al waarin werd gesteld dat mijn traumatische ervaringen in de nacht van de Nieuwjaarsbrand tijdig zijn verwerkt en geen invloed kunnen hebben op mijn functioneren als brandpreventieambtenaar en brandweerofficier.

De verwijzingen naar mijn zogenaamde psychische gesteldheid vormen, zo weet ik inmiddels, een gebruikelijke maar weinig verheffende tactiek in conflicten. Het betreft echter een aannemelijk verzinsel dat de aandacht afleidt van de zaken waar men liever niet op ingaat.

Als ik al allergisch zou zijn is dat voor de leugens en verdraaiingen van mijn direct leidinggevenden die liever een zondebok zoeken dan in de spiegel te kijken. Helaas is dat de rode draad in mijn verhaal sinds de beruchte woorden van IJsselmuiden op 7 januari 2001. "wij wisten van niets, ons is niets gerapporteerd”. Officieel dien ik aan te nemen dat de man verkeerd is begrepen, maar daar heb ik gezien de hel die ik en mijn familie hebben moeten doorstaan nogal wat moeite mee. Het is dezelfde moeite die ik heb bij de mij toegewezen rol van zondebok in de affaires 'Schoklandstraat' en 'het Gat van Nederland’. Affaires waar andere betrokkenen hun verantwoordelijkheden uit het zicht hielden door een zondebok aan te wijzen.

De wijze waarop men mijn vertrek heeft bewerkstelligd, via een civiele vaststellingsovereenkomst, blijkt niet erg populair te zijn in Nederland. Het wantrouwen in dergelijke constructies wordt onder meer veroorzaakt door de mogelijkheden die het biedt om regels te ontduiken die een ambtelijke werknemer beschermen tegen bijvoorbeeld misbruik van macht.

Geheimhouding heeft dan ook geen andere reden om dat blijvend aan het zicht te onttrekken. Het gebruikte argument voor geheimhouding, de bescherming van mijn privacy, is een drogreden. De geheimhouding beschermt in werkelijkheid niet mij, maar degenen die daar belang bij hebben.

Mijn commentaar op de 'verkorte analyse' kan geen werkelijke compensatie vormen op de ongebruikelijke gang van zaken waarin die analyse is gebruikt. Daarvoor is bijvoorbeeld een aanklager nodig die vragen kan stellen en bewijs kan laten toetsen. Een onderzoek naar de omstandigheden en gebeurtenissen die tot mijn vertrek hebben geleid zou wel zo een compensatie kunnen vormen. Ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik het verzoek van de stichting RCB om zo'n onderzoek in te stellen, ondersteun. Ik heb daar een belang bij. Alleen al daarom zouden alle pogingen om zo'n onderzoek te voorkomen, moeten worden gewantrouwd.

Hoogachtend,
Cees Bont

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.