Brief aan gemeenteraad inzake de heer C.E.C. Bont
Aan de gemeenteraad
datum: 11 mei 2011
Onderwerp: de heer C.E.C. Bont
L.s.,
In het kader van de correspondentie van de heer C.E.C. Bont, hebben wij behoefte om u nader procedureel te informeren omtrent de stand van zaken.
Inhoudelijk betreft het een personeelsvertrouwelijke aangelegenheid, waarbij wij tot op heden prudent mee omgaan, dit niet vanuit een belang van de (ex) werkgever, maar in verband met persoonlijk getinte personeelsinformatie van betrokkene in de dossiers. In de vaststellingsovereenkomst van 24 februari 2009, die de heer C.E.C. Bont, bijgestaan door een advocaat heeft ondertekend staat een geheimhoudingsclausule voor beide partijen, de wij hebben gerespecteerd.
In de vertrouwelijke vergadering van het Presidium van 25 januari 2011 is een verzoek van de stichting rehabilitatie Cees Bont aan de gemeenteraad om een onderzoek te starten afgewezen. De stukken zijn in handen gesteld van het college ter afhandeling omdat het wordt beschouwd als een individuele arbeidsrechtelijke aangelegenheid. Een herhaald verzoek van de stichting is in het Presidium van 17 maart j1 afgewezen. In het Presidium van 25 januari jl. is door onze juridisch adviseur vertrouwelijk een verkorte analyse uitgereikt. Een verzoek van de heer Bont om hierover te mogen beschikken hebben wij afgewezen. Wij hebben moeten constateren dat de heer Bont op een onrechtmatige wijze toch de beschikking heeft gekregen over het stuk en hierop naar u heeft gereageerd.
In de afgelopen maanden zijn gesprekken gevoerd met de heer Bont. Wij hebben naar aanleiding van die gesprekken besloten een second opinion te laten uitvoeren naar de gang van zaken die geleid heeft tot de vaststellingsovereenkomst van 24 februari 2009, waarbij aan de heer Bont eervol ontslag is verleend. We willen hier om misverstanden te voorkomen nog benadrukken dat dit een unaniem genomen besluit van het College van Burgemeester en Wethouders betreft en dat het college hierbij volstrekt als eenheid handelt.
Mede op voorstel van de heer Bont hebben wij daartoe aanvankelijk het bureau KPMG benaderd. Dit bureau heeft echter om zijn moverende redenen de opdracht teruggegeven. In aansluiting op ons eerdere contact met de Nationale Ombudsman, de heer A. Brenninkmeijer, hebben we vervolgens de vraag voorgelegd of hij in het kader van een second opinion een rol zou kunnen vervullen. De heer Brenninkmeijer heeft zich vervolgens tot ons genoegen bereid verklaard, gelet op de bijzondere situatie, om een vooronderzoek op zich te nemen.
De formulering van de Nationale Ombudsman is als volgt: “Het vooronderzoek is gericht op de behoorlijkheid van de afwikkeling van de rechtspositie van de heer Bont bij de gemeente en daarmee op de vraag of de gemeente in redelijkheid de heer Bont aan de destijds gesloten vaststellingsovereenkomst kan houden, of dat er een reden is voor nadere onderhandelingen onder leiding van de nationale Ombudsman. In dat kader zal ook aan de orde komen de vraag of rehabilitatie van de heer Bont in verband met woorden gesproken door de vorige burgemeester (IJsselmuiden) in zijn richting toereikend is geweest”.
De Nationale Ombudsman beschouwt de heer Bont inmiddels zelf en niet de eerder genoemde stichting als primaire partij. De aankondiging van het vooronderzoek is openbaar. Het onderzoek zelf vindt in vertrouwelijkheid plaats. De gemeente en de heer Bont hebben aangegeven deze vertrouwelijkheid te respecteren. Afgesproken is dat er gedurende deze periode ook niet over wordt gecommuniceerd en publiciteit ongewenst is. Na afloop van het vooronderzoek zullen zo nodig mogelijke uitkomsten ervan publiek worden gemaakt.
Lopende het onderzoek gaan wij niet inhoudelijk reageren op hetgeen door de heer Bont, ondanks gezien het verzoek van de Nationale Ombudsman tot vertrouwelijke behandeling, schriftelijk bij u en in publicaties is ingebracht.
Dit schrijven van het college bevat geen vertrouwelijke informatie. Wij vragen u in algemene zin wel uitdrukkelijk om met vertrouwelijke stukken zorgvuldig om te gaan en er conform de afspraken met de Nationale Ombudsman inhoudelijk niet over te communiceren.
Wij vertrouwen u hiermede voorlopig voldoende te hebben ingelicht. We informeren u over het vervolg wanneer dit mogelijk is binnen de gemaakt afspraken.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders