Volendam toeristenmagneet bij uitstek

Puntdaken met rode pannen. Eronder een witte lijst en een groengeschilderde houten gevel. Hier en daar een gemetselde trapgevel, maar hout domineert. Dat is Volendam, toeristenmagneet bij uitstek. Vroeger een vissersplaats waar armoe troef was, waar moeder en haar veelkoppige troost mochten hopen dat vader terugkeerde van zee. Nu het dorp van klederdracht, bussen toeristen, een stoet bekende artiesten uit de stal van Jan Buys en de plaatselijke FC; ’het andere oranje’. Zo richting de haven gaat de weg omhoog. Plots sta je bovenop De Dijk, met hoofdletters, en kijk je uit over het Markermeer. De zon schittert op het water tegen een decor van dreigende wolken.
De oud‐Hollandse sfeer heeft een geweldige aantrekkingskracht op toeristen, die allemaal samenkomen op De Dijk. Hier en daar dalen ze nieuwsgierig via steegjes tussen de havenpandjes af naar de lager gelegen straten, maar de meesten keren vlug terug. Op De Dijk moet je wezen. Giftshops, bars, restaurants en hotels wisselen elkaar af. Ranzig is het nergens. Volendammers houden van schoon. Veel Aziatische gezichten. Alle Europese talen zijn te horen. Maar daar tussendoor ook Volendammers. Die zijn er met hun typische tongval makkelijk uit te pikken.
Aangezien nogal wat Volendammers zijn uitgegroeid tot BN’er, kun je in het wild zomaar een beroemdheid tegenkomen. Is dat Gerrie Mühren? Nee, hij lijkt er alleen maar op. Zou dat Piet Veerman zijn? Helaas, het is een bebaarde Duitser. Maar kijk, daar loopt Jan Dulles. Met boodschappentas. Het is ’m. Niemand kijkt op of om. Die groep Japanse meiden heeft geen idee. Een club mooie meiden wordt gevolgd door een cameraploeg. Het zijn vijf provinciale missen die voor het televisieprogramma ’Ik Miss Nederland’ moeten tonen dat ze gek zijn op vis. En waar zet je zulke meiden voor de lens? Juist, in Volendam. Dapper zetten de meisjes hun tanden in paling en haring.
Een attractie op zich vormen de etalages van de zaken waar je in Volendams kostuum gefotografeerd kan worden. Bij Foto de Boer (sinds 1925) poseert een breed grijnzende Jan Smit in kenmerkende wijde zwarte broek, met een kruik jenever onder zijn arm, naast een in klederdracht gehulde Rita Verdonk. Pauw, met lange witte pijp en visnet, zit naast Witteman die een accordeon torst. Freek de Jonge heeft natuurlijk damesklederdracht aangetrokken. We hebben honger gekregen. Met een portie kibbeling dalen we achter het beroemde Hotel Spaander af naar een piepklein strandje. Er vaart een zeilschip voorbij. Geklots van het water. Fijn uitje.
Opvallend genoeg is Volendam niet vervallen tot een platte façade. Hoe toeristisch ook, het blijft een aangename plaats. De Dijk – die officieel niet zo heet, maar bestaat uit Zuideinde, Haven en Noordeinde – is een fijne slenterplek, zelfs op de momenten dat de touringcars honderden toeristen hebben uitgespuugd. Het geheim? “Het is de mix”, zegt eigenaar Hans Duin van giftshop/poffertjeskraam De Hollanse Markt (tegenover Spaander). “Volendam heeft geen Eiffeltoren, geen speciale attracties.
Toch komen er hier altijd weer toeristen. De sfeer die ze hier vinden is een unieke mix van toerisme en het originele dorp. Ook de Volendammers zelf gaan naar de restaurants en de cafés aan De Dijk. Het is hier niet zo dat het ’s avonds uitgestorven is. Er is altijd reuring. Het lééft in Volendam. Sfeer is niet alleen ons sterkste punt”, zegt Duin, “het is tegelijk onze zwakte. Ik bedoel: elke toeristische plaats zegt over zichzelf dat de sfeer uniek is. Maar wij hebben ook nog de cadeaus van Jan Buys, onze beroemde artiesten.”