Priester Evert Karregat heeft zijn engelen
Evert Karregat prijst zich gelukkig als pastor van de Sint Martinusparochie in Bovenkarspel. De Volendammer heeft er recent zijn 50-jarig jubileum als priester gevierd. Met dank aan de parochianen die hem bijstaan nu zijn hart het soms laat afweten. “Ik vier niet. Wij vieren.”
“Ik ben een oerrealist”, zegt Karregat thuis in zijn huis in de Outger Jacobszstraat. “Ik ben wel zo reëel om te weten dat ik met één been in het graf sta.” Hij doelt op zijn hartprobleem. Dat begon zes jaar geleden tijdens een kerstdienst. “Ik kan zomaar neervallen en dan is het gebeurd. De dokters kunnen er niets aan doen.” Liters vocht haalden ze afgelopen december in het ziekenhuis achter zijn longen weg. “Mijn hart kon het niet meer aan. Vooraf zeiden ze dat ze mij na de ingreep niet meer konden reanimeren.” Op nieuwjaarsdag belandde hij opnieuw in het ziekenhuis. “Ik bleek ook een herseninfarct gehad te hebben. Kon ik opeens niet meer praten.”
Illusie
Fietsen en autorijden is er niet meer bij. “Ik wandel elke dag een stukje. Dat gaat steeds beter.” Een nieuw hart noemt Karregat 'een illusie'. “Ik heb er niet naar gevraagd. Een nieuw hart is er niet eens.” Zijn keuken is nu 'een kleine apotheek', waar de pastor acht medicijnen per dag slikt. Doordat het hart soms minder goed het bloed rondpompt, wordt hij sneller vermoeid en moet gaan zitten. Ook tijdens kerkdiensten die hij leidt in het Gezinspaviljoen en de Martinuskerk in Bovenkarspel en de katholieke kerken in Lutjebroek, Grootebroek en Enkhuizen. “Een paar keer ben ik voor de bijl gegaan.”
Maar het lukt hem nog steeds om zijn woordje te doen. “Ik doe wat ik kan, maar veel wordt nu ook uit handen genomen door parochianen. Tijdens iedere viering is er iemand in de kerk paraat die mij direct kan vervangen als het niet meer gaat.” Thea Appelman, Jan Ursem en Theo van der Jagt wil hij bij naam noemen. “Maar er zijn er meer. Als ik gereden moet worden, staan velen klaar. Nu zit ik in de lappenmand en moet ik wel geholpen worden. Maar ik heb altijd al gestimuleerd dat ook andere mensen actief moeten meedoen aan een dienst. Het is goed dat een bekende tijdens een uitvaart iets zegt. En dat kinderen zelf een verhaal uitbeelden. Niet ik, maar wij vieren.”
De geboren Volendammer is 74. “Zolang het mij gegeven is, ga ik door. Als het niet goed meer is, hoop ik dat anderen dat eerlijk zeggen. Dan stop ik.”