Naar de inhoud

Raadsvoorstel inz. Burgerinitiatief "Ondergronden Speeltoestellen".

Bron: Gemeente

Op 26 mei heeft de gemeenteraad het burgerinitiatief `Ondergronden Speeltoestellen` in behandeling genomen en ter advisering aan het college van B&W voorgelegd. Tegelijkertijd is de uitvoering waarmee begonnen was stopgezet. Het college heeft ter voorbereiding van deze advisering opnieuw uitgebreid onderzoek gedaan en verschillende instanties geraadpleegd( RIVM, GGD, Ministerie, VNG, collegae-gemeente, keurmerk.nl, OBB, leveranciers, nVWA). Een aantal zaken uit het burgeriniatief dient in context te worden geplaatst. Het speelruimtebeleid is een beleid voor kinderen van 3-12 jaar. Het mogelijke risico dat door het burgeriniatief wordt genoemd heeft alleen betrekking op de zwangere vrouw.

Uitgangspunt van de nota was dat de allerjongste kinderen onder begeleiding van een opvoeder spelen. Er zijn namelijk allerlei risico’s (verkeer, water) als dergelijke jonge kinderen zonder begeleiding spelen. De allerjongste kinderen kunnen helaas ook in contact met een schommel komen op welke ondergrond dan ook. Daarom is toezicht van een opvoeder belangrijk. Vooropgesteld moet worden dat het oorspronkelijke beleidsplan ook reeds gebaseerd was op uitvoerig onderzoek en voldeed aan alle gezondheids- en veiligheidsnormen die gelden vanuit het rijk en vanuit de Europese unie. Dit geldt voor de veiligheidsnormen voor de toestellen, maar ook voor de veiligheidsnormen qua gezondheid.  Tijdens het herhaalde onderzoek zijn geen nieuwe feiten geconstateerd.

Gezondheidsrisico
Het door het burgerinitiatief genoemde risico van toxoplasmose is inderdaad een risicofactor voor zwangere vrouwen. Dankzij de richtlijn van het RIVM en daarmee de voorlichting door GGD en verloskundigen is bij zwangere vrouwen bekend dat zij niet in de grond moeten graven zonder handschoenen, net zoals inmiddels goed bekend is dat zwangere vrouwen geen rauw vlees moeten eten (zelfde risicofactor). Ook in het burgeriniatief wordt niet gesteld dat toxoplasmose een risico is voor jonge kinderen. Hier wordt het risico voor zwangere vrouwen en het ongeboren kind in de eerste drie maanden van de zwangerschap geciteerd uit de adviezen van het RIVM.

Wij hebben de GGD nogmaals om advies gevraagd. Op 6 juni is een hernieuwd advies van de GGD ontvangen. Hierin wordt verwezen naar Hygienerichtlijnen voor publieksvoorzieningen van het Landelijk Centrum Hygiene en Veiligheid. Een mogelijk risico wordt niet gevormd door Toxoplasmose maar door spoelwormen. Indien het zand eens in de drie weken visueel geïnspecteerd wordt op ontlasting van honden en katten is dit voldoende. Als er vervolgens geconstateerd wordt dat er uitwerpselen of grof vuil aanwezig is, dient dit opgeruimd te worden. In onze gemeente vindt een visuele controle door Baanstede om de 2-3 weken plaats. Dit is dus ruim binnen de richtlijn van GGD en het landelijk centrum. Daarnaast vindt eens per kwartaal algehele inspectie plaats, waarbij geconstateerde problemen worden opgelost (bijvullen e.d.) en natuurlijk worden tussentijdse meldingen opgevolgd door de wijkbeheerders.

Veiligheidsrisico
Bodemmaterialen moeten voldoende valdemping hebben. Het materiaal moet geschikt zijn voor de valhoogte van het speeltoestel, dit is de maximale hoogte die een spelend kind kan bereiken. De zgn. HIC-waarde (bijlage 1) moet bij de betreffende valhoogte onder de 1000 blijven. De leverancier moet bij aanschaf van het bodemmateriaal een testrapport of certificaat overleggen waarin wordt vermeld tot welke valhoogte het materiaal geschikt is.

Met ingang van het nieuwe beleidsplan is het zinvol om logboeken bij te houden, omdat deze
gekoppeld zijn aan een volledig ingerichte speellocatie met certificaten en onderhoudswerkzaamheden. Gras is toepasbaar tot 150 cm. Volgens de normering mag dit niet gebruikt worden bij een hogerevalhoogte. Valzand, rubberentegels, grindsoorten, houtsnippers en boomschors zijn, indien toegepast in een laagdikte van 400 mm, geschikt voor valhoogtes tot 300 cm. Omdat het speelruimte beleid niet alleen voor de jongste kinderen kan zijn, was gekozen voor een ondergrond die onder alle toestellen zeer veilig is. Gras is dit zeker niet.

Geconstateerd is dat in onze gemeente de locaties dusdanig intensief worden gebruikt dat de HIC-waarde niet voldoende is bij gras als ondergrond. Dit betekent dat er een veiligheidsrisico is, ook onder 150 cm. Het materiaal moet egaal kunnen worden gelegd. Dit geldt zowel voor vaste als losse materialen. Het materiaal moet dermate egaal liggen dat struikelgevaar wordt uitgesloten. Het is daarom zeer moeilijk om verschillende materialen voor ondergrond te combineren in 1 speellocatie. In het oorspronkelijke beleidsplan is dus gekozen voor zand als ondergrond, omdat dit ten eerste de beste valdemping levert, binnen alle veiligheidsnormen en gezondheidsrichtlijnen past en met het kleinste budget het meeste gerealiseerd kon worden.

Financiële consequenties
Indien er gekozen wordt voor een andere ondergrond zal dit gevolgen hebben voor het totale budget van de realisatie. Dit kan niet kostenneutraal gebeuren zoals in het burgerinitiatief wordt gesteld. De alternatieve ondergronden zijn allemaal duurder in aanleg (zie ook het rapport van adviesbureau OBB voor de verschillende aanleg- en onderhoudskosten). Er zijn inmiddels verplichtingen aangegaan met een leverancier en aannemer.

Tijdens het nader onderzoek zijn offertes opgevraagd bij leveranciers voor de verschillende ondergronden. De kosten per lokatie per ondergrond vindt u bij de opsomming hieronder. Verderop vindt u de kosten doorgerekend naar de geplande uitvoering voor dit jaar (59 lokaties) en de totale uitvoering (88 lokaties). Hierin zijn ook de kosten meegenomen van weghalen van wat inmiddels is aangelegd en uitgevoerd; het gaat hierbij om een schatting, omdat daadwerkelijke kosten afhankelijk zijn van definitieve offerte. Voor dit nieuwe kostenplaatje dient een budget gevonden te worden binnen de begroting, uit het saldo onvoorzien of uit andere bronnen.

Voorstel:
- Te komen tot een keuze of de aanbevelingen in het burgerinitiatief `Ondergronden Speeltoestellen`overgenomen worden.
- Indien gewenst te komen tot een keuze uit de verschillende opties:
A. Ondergrond Zand
B. Ondergrond Kunstgras
C. Ondergrond Rubbertegels
D. Ondergrond Bumpgras
E. Ondergrond Combi Bumpgras/ Rubbertegels
F. Ondergrond Gras
G. Ondergrond Combi gras/Rubbertegels
zoals beschreven in dit raadsvoorstel.
- In te stemmen met de bijbehorende financiële consequenties

Het burgerinitiatief stelt voor om een deel gras en een deel rubberen tegels als ondergrond aan te leggen. Naast het praktische probleem dat gras amper voldoet aan valnormen ( HIC waarde niet constant), is er een probleem met aanleg van verschillende ondergronden op 1 locatie. Dit draagt niet bij aan de veiligheid. Het college raadt deze optie vanwege de veiligheidsrisico’s dan ook af. Daarnaast is een eventueel gezondheidsrisico van zand in zeer grote mate beperkt, zeker bij de 14- daagse visuele controle. Maar ook de financiele consequenties spelen een rol. Het college had gekozen voor zand om dat dit een kwalitatieve en veilige keuze is, en tegelijkertijd dusdanig betaalbaar dat er voor alle kinderen in de gemeente een mooie speellocatie kon worden aangelegd.

http://www.edam-volendam.nl/document.php?m=1&fileid=20637&f=d9fe2330c515dc7a195588dc0dc419c9&attachment=0&c=30135

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.