Presentatie Burgerinitiatief Ondergrond Speelterreinen 23 juni 2011
Er is een burgerinitiatief ingediend ten aanzien van het speelbeleid. Vandaag wordt dit inhoudelijk behandeld door middel van het voorstel zoals nu aan de raad voorgelegd.
De gemeente stelt in de samenvatting dat er geen nieuwe feiten aan de orde zijn gekomen. Dit is niet correct. De feiten ten aanzien van hygiëne en dus gezondheid zoals aangevoerd in het burgerinitiatief zijn niet meegenomen door de gemeente in de besluitvoering in het eerste besluit omtrent het speelbeleid. De feiten zijn om die reden wel degelijk nieuw!
Daarnaast stelt het voorstel dat het initiatief alleen toespitst op zwangere vrouwen aangezien er een citaat van de site van RIVM in het initiatief is opgenomen die alleen zwangere vrouwen behelst. Dit doet niet af aan het feit dat er wel degelijk risico’s zijn ten aanzien van mensen met een zwak immuunsysteem alsook kinderen en volwassenen. In de bijlage toxoplasmose staan diverse zeer ernstige ziekteverschijnselen vermeld, Mijn vriendin heeft door de gevolgen van deze bacterie zelfs een hartoperatie moeten ondergaan. Deze in uw bijlage genoemde risico’s zijn achterwege gelaten in uw voorstel m.b.t. gezondheidsrisico’s op pag. 2.
Bij de door de gemeente opgestelde budgetraming voor het speelbeleid ontbreekt de onderbouwing m.b.t. onderhoudsmaatregelen. Het ontbreekt aan een gedetailleerde onderbouwing met een plan van aanpak, inhoudende de frequentie van controle en schoonmaak van het speelzand. Wij krijgen geen inzicht in de inspecties, een logboek en de berekeningen met gespecificeerde onderbouwing waarop de kosten zijn gebaseerd.
Naar nu blijkt is er geen gedetailleerde berekening aanwezig van alle noodzakelijke onderhoudsmaatregelen in het voorstel van het college. Het budget zoals vermeld door de uitvoerder van de gemeente was een taakstellend budget voor aanleg en 1 jaarlijkse keuring van de speeltoestellen en demping van de ondergrond, er is geen hygiënische onderhoud. De uitvoerder vermeldde in het gesprek op 8 juni dat in de aanbesteding geen onderhoud is meegenomen. De aannemer heeft opdracht gekregen om 90 speelplaatsen te realiseren binnen een taakstellend budget zonder dat er een specifieke doorberekening aan te pas kwam. Ik citeer de uitvoerder: “Het was natte vingerwerk! Er is in dit budget niet voldoende rekening gehouden met de hygiënevereisten zoals gesteld door de GGD”. Volgens het advies van dhr. Neve van de GGD (zoals opgenomen in uw bijlage) dient er namelijk elke 3 weken gecontroleerd te worden op uitwerpselen. Er blijven volgens de GGD altijd risico’s bestaan.
In ons gesprek met gemeente op 8 juni werd ons vermoeden bevestigd dat de financiële onderbouwing gebaseerd is op globale schattingen en op internet gegoogelde getallen. Waaronder ook het aangeleverde OBB-rapport. Wij zijn ook in het bezit van hetzelfde OBB- rapport en hebben ook gesproken met de verantwoordelijke man bij OBB. Zij bevestigen dat er in de verstrekte rapportages geen rekening is gehouden met kosten voor onderhoud zoals gesteld door de GGD. (Dit wordt ook bevestigd op pag. 16 van het OBB- rapport). Het gecalculeerde zand voldoet dus niet aan de GGD eisen. Wij hebben de wethouder en de ambtenaren hier op 8 juni ook op gewezen.
Het OBB bevestigt dat de gehanteerde getallen gebaseerd zijn op een schoonheidsgraad van 70% tot max. 85%. Zand met dit percentage is uitsluitend geschikt als dempende ondergrond en is zeer zeker ongeschikt om in te spelen. Daar ons speelbeleid gebaseerd is op kinderen vanaf 3 jaar, dient de schoonheidsnorm op 95% tot 100% gesteld te worden. Dit percentage is geschikt voor onze doelgroep die het functionele onderscheid tussen speelzand of valzand niet kan inzien.
Het door de gemeente ingediende voorstel heeft ondanks dit, toch gerekend met zand dat dus niet voldoet aan de eisen. Sterker nog, deze verkeerde getallen gelden zelfs als basis referentie ter vergelijk met alternatieve ondergronden. Hoort hier niet een prijs te komen liggen voor zand met de juiste schoonheidsnorm met 3 wekelijkse onderhoud? Zand met dit hoge percentage gaat maximaal 3 jaar mee. Dan is zand een veel duurdere oplossing dan hier in het voorstel is opgenomen. OBB geeft ook aan dat een 100% norm een ruim budget vergt en heeft hier ook geen bedrag voor inzichtelijk gemaakt. Deze door de gemeente gehanteerde getallen afkomstig uit het OBB-rapport zijn dan ook niet correct én zelfs misleidend. De gestelde meerkosten voor alternatieven liggen in werkelijkheid dan ook minder uit elkaar.
Bij zand met de benodigde schoonheidsgraad zal 17 maal per jaar (elke 3 weken) een visuele inspectie noodzakelijk zijn en afhankelijk van de mate van vervuiling gereinigd moeten worden. Dit kan wel 17 maal per jaar een grote of kleine reiniging betekenen. Deze onderhoudskosten zijn in het voorstel niet meegenomen! Tot onze verbazing heeft de gemeente op 20 juni een artikel geplaatst op www.edam.volendam.nl. Hierin wordt aangegeven dat de Baanstede elke 2-3 weken visueel inspecteert (DIA 2). Opmerkelijk, daar in ons gesprek op 8 juni hier nog geen sprake van was en de noodzaak zelfs door de wethouder en consorten in twijfel werd getrokken. Dit betekent in ieder geval wel dat de gemeente de noodzaak nu blijkbaar opeens wel erkent en dat wij zelfs hopelijk een beroep kunnen doen op ervaringscijfers m.b.t. 2-3 wekelijkse controle. Daar dit sinds de afgelopen twee weken blijkbaar onzichtbaar en maar helaas zonder resultaat gebeurt. Baanstee zou volgens het artikel elk kwartaal schoonmaken, daar schiet het nog tekort t.o.v. het GGD advies. Ook gezien de hoeveelheid nog aanwezige ontlasting en andere vervuiling.
(DIA 3) Ook zijn naar ons idee de meerkosten voor de alternatieven niet objectief opgesteld. Bij bijv. bumpgras op pag. 4 en 5 worden de kosten ingeschat op ruim 6,5 duizend euro per locatie. Wij beschikken over een offerte (die wij ook aan de gemeente hebben overlegd) waarin de totale kosten maar 2,5 duizend euro bedragen per locatie. Wij betwijfelen ook de correctheid van de in het voorstel genoemde uitgangspunten. Mede op pagina 5 wordt bij bumpgras aanharken en egaliseren als onderhoudsmaatregel aangegeven. Dit is bij bumpgras niet mogelijk. Het lijkt alsof er lukraak is geknipt en geplakt van omschrijvingen van andere ondergronden zonder op juistheid te controleren. Hoe serieus moeten wij, bij gebrek aan een gespecificeerde calculatie de rest van het voorstel dan nemen. (DIA 4). Ook bij rubberen tegels is een onevenredig bedrag genoemd. Wij beschikken hier over een offerte met totaalkosten van € 5389 euro t.o.v. de in het voorstel genoemde € 16.884. Bij een toegestane valhoogte van 1.70 m kan er zelfs rubber tegels worden aangebracht voor € 2093 per speelplaats. (DIA 5) Ter vergelijk de gemeente rekent € 2080 voor zand.
Zand met een 100% norm gaat max. 3 jaar mee. Rubberen tegels 15 jaar (Bron OBB). Zand dient in een periode van 15 jaar minimaal 5 maal vervangen te worden. Hetgeen de kosten van zand in verhouding tot rubberen tegels doet toenemen. M.a.w.: de hier gebruikte kosten van zand zijn totaal niet correct, en zeer suggestief! Alleen kijken naar het verschil in korte termijn investeringskosten i.p.v. de totale exploitatiekosten voor de lange termijn zou een te kortzichtige, onverstandige en uiteindelijk een duurdere keuze zijn.
Een simpel rekensom leert ons het volgende. 1n 15 jaar tijd kost alleen al de investering voor rubber ca € 5.300. Zand kost dan 5x € 2.000 = € 10.000. Hiernaast zijn er nog 15x17 onderhoudsinspecties met schoonmaak noodzakelijk bij zand. Rubber is dan veel goedkoper dan zand. Hoe komt het voorstel dan tot een meerprijs voor rubber van ruim € 1,3 miljoen? Komt het rubber soms uit Griekenland?
Het ingediende voorstel is door onvolledigheid en gebrek aan gespecificeerde berekening totaal ongeloofwaardig. De genoemde bedragen zijn niet compleet, niet representatief, niet transparant en zelfs suggestief. Het zou verhelderend zijn om gespecificeerde berekeningen te tonen. Tevens zijn de ervaringscijfers van de Baanstede niet meegenomen in dit voorstel.
De raad en de initiatiefnemers worden niet op inhoudelijke en correcte wijze geïnformeerd. Nergens wordt er in het voorstel inzichtelijk gemaakt hoe er tot een berekening is gekomen! Hieruit blijkt dat het geen objectief voorstel betreft, maar een sturend suggestief voorstel om maar vooral bij het ingezette beleid te blijven.
De doelgroep van het gehele beleidsstuk zijn kinderen vanaf 3 jaar. Zij zien geen verschil tussen speelzand en ondergrondzand. Hierdoor zal de gemeente de hygiënerichtlijnen voor speelzand moeten hanteren. Het beleid is toch juist bedoeld om de veiligheid te verhogen? Vanuit de veiligheidsgedachte kan de gemeente toch ook zeggen dat zij wel meer kunnen doen dan wettelijk omschreven, omdat zij veiligheid zo hoog in het vaandel hebben staan. Zolang de GGD aangeeft dat er altijd risico’s blijven bestaan, waarom gaan wij dan niet voor de maximale norm, zoals geadviseerd. Sterker nog wettelijk hoeven wij ook het gras niet te laten vervangen, zoals het nu is voldoet het ook aan alle eisen. De gemeente mag echter niet verzuimen onderhoud te plegen. De foto’s die de wethouder ons heeft laten zien in de eerste presentatie, zegt wat over het speelgebruik, maar nog veel meer over het onderhoudsbeleid. De gemeente gaat uit van een minimale invulling t.a.v. hygiëne. Het gaat hier om de gezondheid van kinderen en volwassenen. Het beleid gaat om veiligheid, geef daar dan ook maximale invulling aan, als het daar echt om gaat.
Conclusie
1. De feiten ten aanzien van hygiëne zoals aangevoerd in het burgerinitiatief zijn niet meegenomen door de gemeente in het eerste besluit omtrent het speelbeleid. De feiten zijn om die reden wel degelijk nieuw!
2. Cruciale informatie m.b.t. veiligheid, hygiëne en hoge kostenverhogend onderhoud zijn bewust achterwege gelaten in dit voorstel. Dit geeft een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid en een onevenredig vergelijk t.o.v. alle alternatieven.
3. Er ontbreekt een gespecificeerde onderbouwing voor onderhoud
4. Er wordt uitsluitend vergeleken op basis van eenmalige investeringskosten i.p.v. alle kosten op langere termijn. In de calculatie is verzuimd het 3 wekelijkse onderhoud voor zand mee te nemen in de berekeningen. Daarnaast moet zand elke 3 jaar vervangen worden, ook deze kosten zijn niet meegenomen. Dit geeft een compleet andere eindberekening.
5. De praktijk laat zien dat de gemeente geen gehoor geeft aan de wettelijke verplichtingen of klachten vanuit buurtbewoners m.b.t. onderhoud, vervuiling en hygiëne.
6. Het voorstel gebruikt bedragen uit een rapport van OBB, die niet voldoen aan de gestelde eisen. Dit wordt ook in het rapport zelf bevestigd .
7. Onze contra offertes zijn gemiddeld ca. 60% goedkoper dan in het voorstel genoemd, het onderscheid in prijs is te groot!
8. Genoemde uitgangspunten voor bumpgras zijn niet correct, Hoe serieus moeten wij, bij gebrek aan een gespecificeerde calculatie de rest van het voorstel dan nemen
9. De gemeente rekent € 2080 voor zand per speelplaats, volgens onze offertes heb je al rubbertegels voor een valhoogte tot 1.70 voor € 2093. (DIA 6) Elke ondergrond vergt onderhoud! Voor alle ondergronden geldt: zonder onderhoud vermindert de valdempende werking. Dit geld ook voor zand.
11. In hoeverre staat het college echt open voor een alternatief? Tot nu toe zijn al onze inspanningen en voorstellen genegeerd en niet meegewogen. Hierdoor hebben wij het gevoel dat er een bewust gemanipuleerd voorstel ligt ten gunste van zand. Dit geeft ons de indruk dat ons Burger Initiatief niet serieus genomen wordt. Of is Persoonlijke imago belangrijker dan de veiligheid van onze gemeenschap?
Op deze basis kan de raad geen gedegen beslissing nemen ten aanzien van de kostenindicatie en veiligheid zoals gesteld. Men kan niet uitgaan van de juistheid van de verstrekte informatie in dit voorstel. Wij dringen aan om terug te gaan naar een oplossing die voldoet aan alle hygiëne eisen zoals gras of rubber tegels en een onafhankelijk bureau een onderzoek te laten uitvoeren naar de werkelijke kosten, ook voor op lange termijn.
Wij danken u.