Blue velvet: ’Een nummer moet meteen kicken zijn’ (video)
’Push!’ is het eerste album van de Volendamse band Blue Velvet. En ook al bestaan ze een jaar of vijf, toch voelt het als een startpunt, zegt Jan de Witte, zanger, gitarist en schrijver van de meeste liedjes.
Het is vooral een op Amerikaanse leest geschoeid poprockgeluid dat de band laat horen. Zoals er de laatste tijd wel meer van achter de Dijk komt dat niets van doen heeft met de Nederlandstalige hits van de Volendamse sterren. Een band als Alasca bijvoorbeeld timmert hard aan de weg, net als de singer-songwriters Case Mayfield en Martine Bond.
Voor Blue Velvet leek in 2008 het moment van een doorbraak al daar. De band stond in de finale van de Grote Prijs van Nederland, was in de race voor een andere prijs, de Sena Awards, en trad veel op. Er waren contacten met platenmaatschappijen, maar de meest serieuze deal ketste af toen de desbetreffende directeur overspannen werd. Andere labels hielden hen aan het lijntje, zegt De Witte.
,,Voor je het weet ben je twee jaar verder.” Dat motiveerde niet echt. Het gevoel dat ze misschien maar moesten stoppen ’hing in de lucht’. Maar de groep – de gitaristen Nick Schilder en Kees Mol, toetsenist Peter Steur, drummer Ramon Tol en bassist Erik Veerman – herpakte zich tijdig, schraapte de spaarcentjes bij elkaar en dook op eigen kosten de studio in.
De Witte: ,,Achteraf kun je zeggen dat we het meteen zelf hadden moeten doen. Aan de andere kant denk ik niet dat we toen zo’n goed album hadden kunnen maken. We zijn veel beter geworden en qua stijl is het veel meer een geheel. En de songs zijn beter. Minder gebaseerd op gitaar riffjes, maar popsongs met een kop en staart. Het geluid is opener geworden. We hielden ervan om gitaren op elkaar te stapelen. Onder het mom van: als het maar vet is, is het wel goed.’’
Groot
Nog steeds willen ze ’groot’ klinken, daar niet van. Drie gitaren, twee elektrisch en een akoestisch. Ook toetsen erbij. ,,Een beetje de E-Street Band van Bruce Springsteen. Niet dat onze muziek vergelijkbaar is. Het gevoel vinden we te gek, de gitaren, de grote refreinen. Dat is wat wij doen, zonder Springsteen na te apen trouwens. Of we stadionrock maken? Dan zullen we toch eerst eens een stadion moeten vullen.’’
Met zijn teksten wil Jan de Witte vooral een positieve energie doorgeven, en een gevoel dat je het beste uit het leven moet halen, je eigen ding doen. ,,Ook al zijn dat basisemoties die al honderden keren eerder gezegd zijn.’’
De single is ’Hole in your soul’, en niet ’When it comes around again’, wat toch altijd het prijsnummer was van de band. Dat staat niet in een studioversie op de cd, maar is in een akoestische live-versie het afsluitende nummer. Omdat ze op die uitvoering veel positieve reacties kregen, zegt De Witte. ,,Maar we konden ook de juiste vorm niet vinden. Het zou de single moeten worden, maar het duurt wel vijf minuten, heeft een te lang intro. Kijk, als je in de studio steeds moet zeggen ’zullen we het eens anders proberen’ en het lukt nog steeds niet, kun je er beter vanaf zien. Het moet meteen kicken zijn.’’
