Leedvermaak
Ik kan me nog goed herinneren dat ik als 10-jarig jongetje met mijn ouders op vakantie was in Oostenrijk. Wij zaten hoog en droog in een hotel op een berg met zwembad, kinderkamer, fitnessruimte en sauna en in het dal hadden we uitzicht op een camping. Het regende al dagen en 's avonds hoorde ik mijn vader met veel sarcasme zeggen: "Je zal daar nu zitten. Dan heb je een wel heel groot zwembad tot je beschikking." De volgende dag regende het weer pijpenstelen en we besloten een ritje te gaan maken om onze landgenoten op de camping eens van dichtbij te bekijken.
Het was nog erger dan gedacht. Het hele veld stond blank en het was een grote blubberbende. Mijn vader zag het allemaal tevreden aan en we moesten onze regenlaarzen aantrekken. De auto werd iets verderop geparkeerd en we vertrokken te voet richting de camping. We kregen duidelijke instructies mee. We mochten niet lachen en moesten beduusd en verdrietig voor ons uitkijken. Nog maar net op het campingterrein sprak mijn vader een Hollands stel aan. "Zo meneer wat een drama hier hè? Hier hebben jullie nou het hele jaar voor gewerkt en dan spoel je hier van een camping af. De bergpaden zijn ook onbegaanbaar en wij weten ook niet hoe we de dag om moeten krijgen." Het stel stemde instemmend en kwam met horrorverhalen over volgelopen tenten, auto's die vastzaten in de modder en kinderen die naar huis wilden.
Mijn broer en ik beten op onze wangen om niet in lachen uit te barsten. Meer van de spanning dat je niet mag lachen dan dat ik het allemaal erg grappig vond. Voor de vrouw van het stel werd het allemaal even teveel en ze barstte in huilen uit. Mijn vader bleef in zijn rol en "troostte" de vrouw met de woorden dat er voor de komende dagen ook nog regen was voorspeld.
Niet veel later namen we afscheid van onze betreurenswaardige landgenoten. We waren de poort nog niet uit of mijn vader barstte in lachen uit. Wij lachten mee, maar meer van de spanning dan van plezier. Mijn moeder vond het allemaal niet grappig en had duidelijk medelijden met deze mensen. 's Avonds onder het eten laaide de discussie nog eens hoog op. Mijn vader deed er het zwijgen toe.
De volgende morgen ging hij even naar het dorp 'om wat spullen te kopen'. Tot onze grote verbazing troffen wij 's middags het hele Hollandse gezin van de camping aan bij ons in het zwembad. Ze mochten de laatste vier dagen van hun vakantie geheel gratis verblijven in ons viersterrenhotel. Zo was mijn vader dan ook wel weer.
Geven is ook een kunst. Een kunst die de veel te vroeg overleden Joppie Keizer als geen ander beheerste. Met tassen vol eten kwam hij uit Foe en Kippie vandaan lopen en als een soort veredelde 'Tafeltje dekje' bracht hij dat dan allemaal rond bij mensen van hij hield of die het volgens hem verdienden.
Laatst schreef ik nog een column over standbeelden, waar ik Jop over dertig jaar achter een rollator auto's een plekje zag geven. Het heeft niet zo mogen zijn. Wie nu over zijn parkeerterreintje heen loopt voelt de leegte. Geen drukte. Niet zijn karakteristieke stemgeluid. Geen gevlegelde uitspraken meer.
`Meneer als u deze paling aan uw vrouw geeft zit u vanavond goed'. Zijn bekendste uitspraak was: `Jop doet zijn best en God doet de rest'. Laten we hopen dat God nu een ook beetje zijn best doet voor Jop.
Jop, het ga je goed!
P.S.: Vorige keer was ik nummer 2 uit de saaie vakantieverhalen top 10 weggevallen, dus bij deze. `Alle obers hebben beloofd dat ze naar Volendam komen.'