Naar de inhoud

Kerrumus, Kerrumus!

Bron: Adriaan Veerman

Kerrumus, Kerrumus!

Het is bijna kermis. Kermis is een soort oer-gevoel dat van generatie op generatie is overgegeven. Vroeger was kermis een jaarlijkse uitspatting in een leven dat veelal bestond uit hard werken.

Daar keken ze het heel jaar naar uit. Je haalde het niet in je hoofd om juist dan op vakantie te gaan. Nu is het op de dijk iedere week kermis en is de kermis allang niet meer voorbehouden aan de Volendammers. Reden voor veel Volendammers om juist met kermis weg te gaan.

Adriaan blijft gewoon op het dorp. Al was het alleen maar om alle complimentjes voor mijn geweldige columns in ontvangst te nemen. Mijn eerste herinneringen van de kermis gaan terug naar het huis van mijn ooitje (ja, die uit mijn boek) in De Jozefstraat. Ooitje woonde recht tegenover de oliebollenkraam en het was er altijd gezellig. Ooitje lustte ook wel een borrel en de rest van de familie `kwatte' er ook niet in. Ik wachtte dan net zolang dat mijn ooms dronken waren en zei dan op mijn allerzieligste toon dat ik niet meer naar de kermis kon, omdat ik geen geld had. Niet veel later stond ik dan bij 'de grijpers' en schalde de beroemde woorden door de Conijnstraat.

'Daar aan deze zijde weer een prachtig quartz polshorloge gewonnen!' Ik pakte altijd die zwarte horloges van plastic, omdat die het lichtst waren. Volgens mij ging het toen nog eerlijk. Nu heb ik het idee dat er bij een op de zoveel keer een mechanisme optreedt waardoor de grijpers kracht hebben en dat je bij alle andere keren volstrekt kansloos bent. Mijn eerste herinneringen als het gaat om gezelligheid is het cassettebandje (voor mijn jonge fans: dat was een soort voorloper van de cd) met de nummers van de Dekkerband erop. Dat waren nog eens kermisplaten. Daar kan zelfs mijn eigen `Kerrumus, Kerrumus' van de 3G's niet tegenop. Later werd het gangmaken in de garage van Jeroen (Kaak) Lamkamp en werd ik tijdens kermis gedumpt door mijn eerste echte liefde. Niet zo leuk van je Esther! Maar goed, ik ben er inmiddels overheen.

In latere jaren pendelden ik met mijn vrienden tussen de Wir War Bar en het huis van mijn ooitje. Op mijn 17e werd ik 'ontdekt' door Jack Kirrie en mocht ik aan het werk in De Blokhut. Nadat ik de eerste avond van kermis had gezien dat Jack rode slangen aansloot op de bierpomp en vervolgens de pomp open zette, besloot ik dit de tweede avond op eigen initiatief te doen. Tijdens het nazitje in de cocktailbar vroeg jan Dekker wie 'de slangen' erop had gedaan in De Blokhut.

"Ik", zei ik vol trots. Toen hoorde ik dat er 1000 liter bier was weggespoeld , omdat de leidingen nog niet waren omgezet. Goed voor 'een gele kaart'. De Kozakken (geuzennaam voor een gezellig gestoorde groep jongens) zaten twee jaar daarna bij mij aan de bar en het leek me leuk om een dobbelspel te doen. Wie verloor moest zich laten schminken als Turtle op de kermis. Ik had er alleen even geen rekening mee gehouden dat ik ook kon verliezen. Ik schatte in dat dit 10 minuten zou duren en rende de kermis op. Helaas stonden er nog drie kinderen voor me in de rij en duurde het zeker een half uur voordat ik terug was. Bij terugkomst in de bar begon iedereen hard te lachen behalve mijn ba-zen. Wat volgde was 'de rode kaart' en het einde van mijn carriere als barkeeper. Daarna werd alles anders. Ooitje ging de hemelbewoners verwennen met haar aanwezigheid, de kermis ging weg uit de Jo-zefstraat en ik kon mijn draai nog maar moeilijk vinden.

Met mijn verkleedpartij als zwerver en rapper, ons kermislied en de Rosa's ,begin ik mijn draai inmiddels weer aardig te vinden. Daarom zie ik uit naar deze kermis. Niet in de laatste plaats omdat de Beste Speler van het Pius X Toernooi in de enige echte kermistent dit weekend een platinaplaat mag overhandigen.

Allemaal veel plezier. Niet vreemdgaan, niet kotsen van de trap af of plassen in de kast en zoals de oude Pé Mühren zou zeg-gen: Blijf braaf!

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.