Naar de inhoud

Peter Sluisman: de honger naar cultuur en geschiedenis (foto)

Bron: Stadskrant

Tijdens 650 jaar Edam-Volendam viel hij mij al op. Plaats van handeling: de Grote Kerk. Onderwerp: Toneelstuk van buurtvereniging Grote Kerkstraat. De stoere kapitein van de Vliegende Hollander die met zijn nuchtere vertellingen delachers op zijn hand kreeg en ook in staat bleek professioneel over te komen. Niet dat zijn medespelers beginnelingen waren ten opzichte van zijn spel, maar hetleek bij Peter Sluisman allemaal als vanzelf te gaan. Dat doet het trouwens nog steeds.

Hij rolt automatisch van het een in het ander. De ‘halve’ Edammer zet zich thans volledig in voor de Edamse gemeenschap en moet er een agenda op na houden om zijn taken niet in het honderd telatenlopen. Sluisman is bekend met de Edamse gewoonte om uitslovers ‘van buiten’ te bekritiseren met de standaardzin; “Oh, die moet ook zo nodig”. “Ach, ik zit nu eenmaal vol met energie en kan mijn enthousiasme voor bepaalde zaken moeilijk onderdrukken. Als ik hiermee de gemeenschap een handje kan helpen doe ik het maar al te graag. En ja, dan komt mijn hoofd wel eens boven het maaiveld uit. Dat moet dan maar.” Een gesprek met een rasverteller en connesseur van historisch goed.


Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl

Je zou denken dat jouw aderen bijna barsten van het Edamse bloed
Bijna wel hé? Mijn ouders kwamen hier vandaan en zijn er in de jaren 30 getrouwd. Het was toen crisistijd en werklag er alleen voor het oprapen in Amsterdam en daar zijn zij toen uiteindelijk ook naar toe getrokken. Je moest immers wat. Na de oorlog, in 1956 om precies te zijn, zijn wij weer teruggekomen in Edam. Vanaf dat moment heb ik echter niet onafgebroken in Edam gewoond, maar ben ik ook noglangs steden als Alkmaar, Hoorn en Gouda getrokken.

Als je dat rijtje steden bekijkt hebben ze allemaal een groot historisch verleden
Daar zeg je me wat. Het klopt dat ik van ‘oud’ naar ‘oud’ ben getrokken. Dat zal toch te maken moeten hebben met mijn onbedwingbare honger naar kennis over antiek, cultuur en historie. Het is inderdaad opvallend.

Werd die honger naar kennis gestimuleerd door je ouders?
Zeker niet. Mijn ouders stonden anders in hetleven. Ze waren van bescheiden komaf en hunleven bestond uit hard werken, het gezin draaiende houden en de kinderen goed afleveren voor het vervolg in hetleven. Als klein kind had ik echter al de neiging om thuis te komen met allerlei oude dingen die ik op mijn ‘expedities’ oppakte.

Ik kan mij voorstellen dat die drang vervolg kreeg tijdens jouw schoolopleiding
Het liep eigenlijk een heel andere kant op. Ik deed de MULO in Edam met leerkrachten als van Essen, Hillen (droppie) en Vermeer. Dat ging goed, maar uitzicht op wat ik er na moest gaan doen had ik niet. Wat ik wel had waren twee linker handen. Ik ging echter destijds om met John de Boer, van slager Stek de Boer. Kwam er dagelijks over de vloer en vond het er altijd erg gezellig. Dat bracht mij tot het besluit dat ik slager wilde worden!

Je ouders blij?
Mijn vader zag dat helemaal niet zitten en dacht dat het na 2 maanden wel over zou waaien en keek zeer sceptisch toe, toen ik bij Stek mee ging helpen in de slagerij op het Groenland. Wonderwel vond ik het echter enormleuk en heb uiteindelijk de slagersvakschool in Utrecht doorlopen. Baantjes had ik dus bij Stek maar ook nog bij slager Jan Jonker in Middenbeemster.

Het werd uiteindelijk tijd voor een eigen slagerij
Dat zou je denken, maar mijn ouders hadden er het geld niet voor en mijn vrouw zag het helemaal niet zitten om in een slagerij te staan. Het werd uiteindelijk een baan als voorlichter bij het Bedrijfschap voor het Slagersbedrijf. Een geweldige baan die ik tot mijn 55e met heel veel plezier heb vervuld. Ik maakte er de gekste dingen mee, mocht van alles organiseren en kreeg enorm veel vrijheid om mijn ‘ding’ te doen. Toch knaagde er iets in mijn achterhoofd om er nog iets bij te willen hebben. Iets waarmee ik mijn smeulende passie voor antiek een gezicht kon geven.

Toch nog een winkel?
Het werd een antiekwinkel in plaats van een slagerij. Voor mij vormde het een soort speeltuin waarin ik echt mijn gang kon gaan. Aan- en verkoop van antiek. Verkoop meestal aan de klanten, maar de krenten in de pap hield ik graag voor mezelf. Het was een droom die in vervulling ging!
Om mijn vrouw tegemoet te komen werd het geen winkel die 6 dagen in de week open stond. Maandag waren wij dicht en dinsdag tot en met vrijdag waren wij alleen ’s middags open. Zo bleef hetleuk en drukte de winkel niet te zwaar op ons gezinsleven.

Was jij indertijd al een antiekexpert?
Zeker niet. Daar is immers geen opleiding voor en je verkrijgt je kennis uitsluitend door de spullen vaak in je handen te hebben, veel uitglijders te maken en altijd scherp te blijven. Men is tegenwoordig zo bedreven in het vervalsen van antiek dat de specialisten nu elektronische hulpmiddelen gebruiken om artikelen op echtheid te controleren. Je wordt door schade en schande wijzer. Ook nu nog zit ik er wel eens naast als ik iets moet beoordelen. Je bent nooit te oud om teleren.

Ligt de antiekmarkt op zijn gat?
Tja, daar vraag je mij wat. Een feit is dat er steeds meer antiek bij komt. De tijd gaat immers altijd vooruit. Dan heb je het gegeven dat de mensen die geïnteresseerd zijn in antiek uit de 16e en 17e eeuw allang zijn voorzien van antieke stukken die zij wilden hebben en konden betalen. En dan komt er een grote kloof. De mensen van - zeg pakweg - na 1980, hebben helemaal geen interesse in antiek. Die willen moderne kunst aan de muur of op het dressoir. Het resulteerde in een antiekmarkt die stagneerde en maar moeilijk op gang wil komen.

Wat vind jij van ‘Tussen Kunst & Kitsch’ ?
Dat is een mooi programma,  waar ik helaas door tijdgebrek nog wel eens aan voorbij moet gaan. Opvallend is toch wel dat de meeste mensen die er naar toe gaan, alleen geïnteresseerd zijn in de waarde van de spullen die ze meeslepen en amper oorlijken te hebben voor de vaak prachtige verhalen, die er achter hangen. Waar is het gemaakt, wie heeft het gemaakt en met wat voor bedoeling? Dat zijn vaak pareltjes van verhalen en de mensen die daar als expert zitten kunnen dat als de beste.

Je doet veel vrijwilligerswerk voor Edam in het algemeen
Ach ik wil er niet mee te kooplopen, maar doe vrij veel. Ik ben voorzitter van het Edams Museum, bestuurslid van Stichting Kaasmarkt Edam, ben gids in de Grote Kerk, ik schrijf voor Oud Edam, ben bestuurslid in de Stichting Aart Roos, ik houdlezingen over het slagersvak of antiek en dat is het wel zo’n beetje.

Volgens Peter Sluisman zou Edam zichzelf beter moeten promoten
Dat zegt Peter Sluisman niet alleen. Dat zeggen veel meer mensen dan de bevlogen Peter Sluisman alleen. Wat te denken van een Kaasmuseum? Edam is wereldvermaard om haar kaas en zodra toeristen hier vragen of er een kaasmuseum is, krijgen ze te horen dat zoiets niet voor handen is, maar dat ze wel terecht kunnen op kaasboerderijen in Volendam en Katwoude. Het moet toch niet gekker worden! Je zou bijvoorbeeld het oude Koetshuis van het Hoogheemraadschap hier voor in kunnen zetten. Edam heeft ontzettend veel te bieden voor bezoekers en moet het hebben van haar exclusiviteit. Zodra toeristen de Dijk in Volendam hebben gezien en daarna in Edam rondwandelen vallen de schellen van hun ogen. Benut die situatie. Waarom wordt dan de Kaaswaag te koop aangeboden? Edam zit vol potentie, maar je moet het er wel uit halen. Op een of andere manier ontbreekt het aan initiatief, pit en uiteraard de mogelijkheden. Het Edamse Museum is ook een vrijwel onbekende parel in de Edamse moederschoot. Ik zou wel eens willen weten wie van de huidige Edammers wel eens in het museum zijn geweest. Dat kon nog wel eens tegen vallen. Kortom; er is werk aan de winkel om Edam duidelijker op de kaart te zetten!

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.