Naar de inhoud

Vonnis hoofddoekjesverbod wringt

Bron: sargasso.nl

Het Don Bosco College heeft het hoofddoekverbod in hoger beroep overeind weten te houden. Mij lijkt slechts een vraag relevant: hoe krijgt een school het voor elkaar om een algemeen hoofddekselverbod te verkopen als de verwezenlijking van een katholieke grondslag? De RKK toont immers wekelijks bonte liturgische verkleedpartijen, inclusief allerhande merkwaardige hoofddeksels. Dat mag dus allemaal niet meer in Volendam. De paus moet op het Don Bosco zijn mijter afzetten afzetten, uit respect voor de katholieke grondslag. Zo’n verhaal hou je niet overeind, denk je dan.

Toch wel. Waarom? De kern van het antwoord zit in deze overweging van het hof:

Voldoende aannemelijk is geworden dat die eis inderdaad door de Stichting nodig wordt geacht voor de verwezenlijking van de godsdienstige grondslag van het College. Bijzondere omstandigheden om niet bij dit oordeel van de Stichting te blijven, zijn niet gesteld en er is ook niet van gebleken. Dit betekent dat de Stichting de vrijheid had de eis inzake de hoofddoek te stellen.

Erger nog dan het optreden tegen een school die zijn grondslag merkwaardig gebruikt, vindt het hof kennelijk het treden in de vraag wat nog serieus als het verwezenlijken van een katholieke grondslag telt. Als de school zegt zijn grondslag te verwezenlijken, zo overweegt het hof, dan moeten er ‘bijzondere omstandigheden’ zijn op basis waarvan de rechter daar dan nog aan zou mogen komen. Helaas geeft het hof niet aan wat dan telt als een bijzondere omstandigheid.

In dit standpunt van het hof valt de zogenaamde ’interpretatieve terughoudendheid’ te herkennen die de rechter wel vaker laat zien als hij uitgedaagd wordt om zich inhoudelijk met godsdienst bezig te houden. Recent nog corrigeerde de Hoge Raad het Haagse hof, omdat dat twijfel had gezaaid over de vraag of het vrouwenstandpunt van de SGP eigenlijk echt wel bij het gloof van de mannenbroeders hoorde. De rechter is volgens de Hoge Raad niet bevoegd voor dat soort inhoudelijke geloofsuitspraken. Als iemand er zelf in gelooft, dan heeft de rechter in beginsel te accepteren dat inderdaad sprake is van geloof.

Uiteraard zit er een grens aan de interpretatieve terughoudendheid van de rechter. Het kan ook te gek worden. Een bordeel dat zichzelf als Zusters van St. Walburga presenteerde werd het beroep op de godsdienstige status ontzegd. Onder andere omdat ‘uit het proces-verbaal niet bleek dat bij de als zusters optredende vrouwen of bij hun betalende klanten enige verhoogde religieuze ervaring was waar te nemen.’ Zo evident als in dit voorbeeld wordt er door Don Bosco geen misbruik gemaakt van het begrip godsdienst. Er valt namelijk wel degelijk iets voor te stellen bij een katholieke school die geen hoofddoekjes wil.

De interpretatieve terughoudendheid van het hof is in ieder geval een stuk beter te verteren dan de absurde overweging van de kort geding rechter dat een hoofddoek ‘onvermijdelijk inbreuk maakt op de gevoelens van anderen die menen het recht te hebben van dergelijke uitingen verschoond te blijven’. Bovendien werkt de terughoudendheid van de rechter om te beoordelen wat nog als geloof mag tellen twee kanten op. Het meisje heeft haar hoofddoek inmiddels weer afgedaan, en dat legt rechter ook niet in haar nadeel uit.

Toch blijf ik in dit geval volhouden dat de interpretatieve terughoudendheid jegens de school te ver gaat. De vraag was immers niet of het verbieden van hoofddoekjes bijdraagt aan de verwezenlijking van de katholieke identiteit van de school, maar of het algemene verbod op hoofddeksels dat doet. En dat laatste kan volgens mij op geen enkele wijze worden volgehouden.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.