Gemeentebestuur en raad fors op de vingers getikt over onderwijshuisvestingsbeleid
Edam-Volendam biedt ‘matig tot voldoende’ kwaliteit als het gaat om het door de gemeente gevoerde beleid rond voorzieningen onderwijshuisvesting. De gemeente geeft tevens minder aan dit doel uit dan via het gemeentefonds wordt ontvangen. Daarnaast is de uitvoering van beleid onvoldoende tot matig beoordeeld. Dat zijn de niet al te vleiende conclusies die worden getrokken uit een onderzoek van de Rekenkamercommissie, die een rapport heeft geschreven over de huisvesting van scholen in Edam-Volendam. Het gemeentebestuur legt in een reactie uit dat zaken genuanceerder en soms heel anders liggen dan geschetst.
Volgens de Rekenkamercommissie beperkt Edam-Volendam zich bij de uitvoering van deze zorgtaak tot de minimale wettelijke vereisten. ‘De gemeente heeft weinig tot geen initiatieven genomen om tot een lokale invulling van de huisvestingstaak te komen. De raad als partij is zo goed als afwezig. De raad heeft in de periode 2005-2010 geen blijk gegeven van een eigenstandige visie op dit domein en maakt geen gebruik van haar wettelijke recht om jaarlijks een plafondbudget in te stellen. Het gevoerde beleid is sterk afhankelijk van de initiatieven van schoolbesturen.’
Het rapport stelt ook dat er geen informatie beschikbaar is over de kwantiteit en de kwaliteit van de scholen.
Minder geld
Daarbij wordt slechts 80% van de beschikbaar gestelde middelen uit het gemeentefonds ingezet voor huisvesting scholen. Van die 80% wordt ook nog eens een gedeelte als onterecht gekwalificeerd. “Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de gemeente feitelijk minder uitgeeft aan dit beleidsterrein dan de cijfers op het eerste gezicht doen geloven.’
Onvoldoende
De uitvoering van het beleid wordt door de commissie onvoldoende tot matig beoordeeld. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de te sterke concentratie van de besluitvormingsbevoegdheid bij één ambtelijke partij. ‘Er zijn nauwelijks evaluatiemomenten ingebouwd om de eigen prestaties te beoordelen of te verbeteren. De schoolbesturen, het college en de raad hebben onvoldoende middelen om hun wettelijke taken uit te voeren. Een gebrekkige, ondoorzichtige en soms afwezige informatievoorziening bestendigt deze situatie’, luidt de harde conclusie.
Grote afstand
Tussen de gemeente en het onderwijsveld is grote afstand ontstaan, omdat er geen op overeenstemming gericht overleg (OOGO) meer plaatsvindt. Er wordt alleen nog schriftelijk gecommuniceerd met de schoolbesturen. ‘Gedurende de tijdspanne die de onderzoeksperiode behelst hebben vrijwel alle schoolbesturen een juridische procedure aangespannen tegen de gemeente. Dit kan een aanwijzing zijn voor een weinig efficiënte uitvoering van het beleid.’
Verweer gemeente
Het gemeentebestuur verweert zich door te stellen dat zij bijna de helft van haar op- en aanmerkingen niet terugvindt in het eindrapport. Ook de reden hiervoor is niet opgenomen in het rapport.
Inhoudelijk vindt het gemeentebestuur de toonzetting negatief van aard. ‘In het rapport komen stellingen en vermeende feiten voor die wij om uiteenlopende redenen niet onderschrijven.’ Gemist worden nuanceringen en de eerder genoemde aangeleverde informatie. Het college stelt voor om een second opinion te laten uitvoeren om onduidelijkheden ten aanzien van de feiten weg te nemen.
De passage waarin wordt gemeld dat Edam-Volendam ten onrechte kosten onderbrengt bij budgetten die voor onderwijshuisvesting beschikbaar zijn, steekt het gemeentebestuur. ‘Neem de kosten voor waterverbruik en energie. Deze kosten hebben betrekking op een gemeentelijk gebouw dat de stichtingen SPOOR en CPOW voor onderwijsdoeleinden gebruiken. De exploitatiekosten worden in eerste instantie door de gemeente betaald. De kosten worden echter volledig doorberekend aan beide schoolbesturen.’
Zonwering
Ook is er onenigheid over de beoordeling van renteafschrijvingen en balanswijzigingen. Verder vindt het gemeentebestuur dat het rapport een insinuerende opmerking bevat over twee identieke aanvragen (voor zonwering), waarbij één aanvraag wel en één aanvraag niet is gehonoreerd. ‘De omstandigheden verschilden dusdanig dat er gegronde redenen voor waren.’
Slecht voorbeeld
Verder verdedigt het gemeentebestuur zich door te stellen dat een aantal regels niet van toepassing is op de situatie in de gemeente. Gewezen wordt op het al dan niet toepassen van de ‘overschrijdingsregel’ in relatie tot openbaar onderwijs. ‘Aangezien het openbaar onderwijs in Edam-Volendam per 1 januari 2004 in stand wordt gehouden door een stichting (en dus niet door de gemeente, red.) is deze regel vanaf die datum niet langer van toepassing.’
Ook een voorbeeld over een rentedragende lening aan een MBO-instelling is volgens het gemeentebestuur geen goed voorbeeld. “De verordening waarnaar verwezen wordt is helemaal niet van toepassing op deze situatie.’
Ook de conclusie dat slechts één persoon binnen de ambtelijke organisatie het mandaat heeft om over onderwijshuisvesting te beslissen, wordt niet gedeeld. Het college wijst op de in totaal 89 ambtelijke adviezen die in de periode 2007-2010 zijn behandeld over onderwijs(huisvesting). Daarmee acht het college zich allerminst afwezig als het gaat om het (uit)voeren van beleid.
Dalende leerlingaantallen
Wel heeft het college van B&W (gedeeltelijk) oren naar de drie aanbevelingen van de Rekenkamercommissie. “Indien de gemeenteraad het wenselijk acht, kan er een aanzet worden gemaakt om het onderwijshuisvestingsbeleid bijvoorbeeld in een meerjarig Integraal Huisvestingsplan vorm te geven. Een dergelijk plan kan inzicht verschaffen in de wijze waarop de gemeente omgaat met dalende leerlingenaantallen, maar ook met medegebruik, verhuur en leegstand.’
Als het om geld gaat is het gemeentebestuur van mening dat lokale behoeften leidend moeten zijn voor wat betreft de hoogte van uitgaven en niet het budget zoals de rijksoverheid dat heeft berekend. ‘Het moet geen doel op zich worden’. Wel ziet het college iets in het opstellen van een meerjareninvesteringsplan.
Ook wil het bestuur weer in overleg met de schoolbesturen, al stelt het dat het hier expliciet om ‘op overeenstemming gericht overleg’ zal gaan. ‘Het wordt geen platform waar besluiten worden genomen over huisvestingsaanvragen.’
Lering voor toekomst
De Rekenkamercommissie op haar beurt meent dat de reactie van het gemeentebestuur op bepaalde terreinen nieuwe informatie bevat die niet eerder is aangeleverd. Zij beklemtoont dat de commissie niet heeft beoogd om te komen tot een negatieve toonzetting en benadering. ‘Alles is volgens een vooraf opgesteld toetsingskader beoordeeld. Ons doel is lering voor de toekomst’.
Tevens geeft de rekenkamer aan dat zij een groot verschil van inzicht heeft met betrekking tot de vraag welke kosten wel en welke niet tot onderwijshuisvestingskosten gerekend kunnen worden. Ook bestaat er verschil van inzicht over kosten leerlingenvervoer en toepassing van de overschrijdingsregeling.
Politiek getint
De rekenkamercommissie, die blij is dat het overleg met schoolbesturen weer wordt opgepakt, concludeert dat deze punten in het onderzoeksrapport scherp in beeld zijn gebracht. “Hierdoor ontstaat er ruimte voor politiek getinte discussie,’ erkent de commissie. ‘Dat is geen discussie over de geconstateerde feiten, maar veeleer over de conclusies die daaruit kunnen worden getrokken.’
De gemeenteraad bespreekt de feiten en reacties op donderdag 29 september.