Naar de inhoud

Cees Beets; ‘Veel jongeren zitten helaas liever achter de laptop’ (foto)

Bron: Stadskrant

Toen Cees Beets als 16-jarige turner bij zijn warming-up steeds langere afstanden ging hardlopen, kwam het besef dat hij dat lopen misschien nog wel leuker vond dan het turnen. Hij besloot zich aan te sluiten bij AV Edam en sindsdien is Cees een onlosmakelijk onderdeel van deze vereniging. Eerst als atleet, maar later nog nadrukkelijker als trainer.


Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl

Wat voor atleet was jij?

Ik kon eigenlijk van alles, maar dan net niet goed genoeg. Ik blonk nergens in uit en was een redelijke subtopper op de midden/lange afstanden.

Heb jij van te voren altijd geweten dat je trainer zou worden?

In het geheel niet. Ik ben er eigenlijk als vanzelf in gerold. Wat ik wel deed was al vroeg op zoek gaan naar informatie hoe je een training kon verbeteren en hoe je een trainingsschema moest voorbereiden en indelen. Die informatie haalde ik weg bij boekhandels en bibliotheken.

Hoe beviel de spring in het diepe als trainer?

Mijn eerste groep was die van de C-pupillen, met jongens als Frits Frederiks en Nick Jonk. Het was best even wennen en voor mij een soort ontdekkingstocht om in teamverband te leren werken. De eerste vier jaar als trainer verliepen vrij moeizaam en was ik best onzeker. Voor een groep staan is nog steeds niet echt mijn ding. Het liefst werk ik op individuele basis.

Wat heb je in die 15 jaar als trainer geleerd?

Ik heb geleerd wat wel en niet werkt bij de verschillende type atleten. Elke atleet is uniek en heeft een specifieke aanpak nodig. Zo leer je hoe spiergroepen in elkaar zitten en hoe je die het beste kunt trainen. Om specifieke kennis op te doen volgde ik, samen met Herman Gorter, een loopcursus in Papendal. Met Herman heb ik toen de donderdagavond-looptraining in het leven geroepen. Naast het lopen ben ik mij ook gaan verdiepen in het polsstokhoogspringen. Als oud-turner zag ik dat tussen beide disciplines raakvlakken zijn en ben ik in Sittard geweest om te leren hoe je een atleet zo ver weet te krijgen dat hij of zij probleemloos over een lat kan springen.

Polsstokhoogspringen is een moeilijke discipline?

Polsstokhoogspringen is een van de moeilijkste sporten op aarde. Het duurt 7 jaar voordat je dit atletiekonderdeel volledig beheerst.

Wat moet je in huis hebben om zo’n goede springer te worden?

Dat is nogal wat. Je moet snel zijn, je moet om kunnen gaan met angst, je moet lenig zijn en bovenal behoorlijk sterk. Je moet op jonge leeftijd beginnen, zo rond je 12e en je moet ontegenzeggelijk talent hebben. Anders kom je de eerste fase niet eens door.

Hoe staat het met het springtalent hier bij AV Edam?

Ik ben de beste springers kwijtgeraakt aan de bond. Die trainen nu in Sittard, maar dat is niet erg. Ik vind het eigenlijk het allerleukst om de jeugd de beginselen bij te brengen van het polsstokhoogspringen. De aanwas na Denise en Leonie is op dit moment zuinigjes. De bewegingsarmoede bij de Nederlandse jeugd zal er zeker mee te maken hebben. Veel jongeren zitten nu eenmaal liever achter een laptop dan dat zij zich in het zweet werken op een atletiekbaan.

Ben je zelf nog actief als atleet?

Wat dacht je? Natuurlijk! Over een aantal maanden ga ik naar New York om er de marathon te lopen. Ik kan het niet afwachten.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.