Cor Veth: van reislustig zakenman tot actief ingezetene Edam

Wie thuis bij Cor Veth op visite komt ziet direct waarom hij en zijn familie zo zeer begaan zijn met Oud-Edam en het werk dat de vereniging verricht ten behoeve van Edam en haar inwoners. Cor bewoont een van de mooist gerestaureerde panden in ons dromerige stadje en bij het betreden van Breestraat 8 valt er een prettig soort warme deken over je heen. Het door voorgangers gerestaureerde huis geeft een indruk hoe een groot deel van Edam er vroeger uit moet hebben gezien. Beeldschoon. Het gesprek met Cor vindt plaats in de lager gelegen keuken en terwijl wij genieten van het uitzicht op de fraaie tuin – en tegelijkertijd kleine slokjes van onze gloeiend hete koffie nemen - probeer ik een beetje inzicht te krijgen in het leven van deze onvermoeibare man.
Jij hebt overal en nergens gewoond
Ik heb inderdaad de nodige woonplaatsen gekend. Het begon in ieder geval in 1943 toen ik op 19 mei ter wereld kwam in Amsterdam.
Dan heb je het nodige meegemaakt
Niet bewust natuurlijk, maar rondom mij heen was er van alles gaande. Zo raakte mijn grootvader in een concentratiekamp, omdat hij joden had verborgen. Zoals dat meer ging in die tijd werd hij verraden, opgepikt en afgevoerd. Mijn vader heeft gedurende de oorlog ondergedoken gezeten in Andijk en Wervershoof. West-Friesland was een streek waar meer mensen zich verborgen hielden voor de Duitsers.
Heeft je grootvader het wel eens met je over het concentratiekamp gehad?
Hij heeft die herinneringen gedurende lange tijd weggeduwd. Op 4 en 5 mei hield hij zich afzijdig en probeerde alle aandacht die hier mee gepaard ging te ontwijken. Pas in zijn laatste levensjaren moest hij het kwijt en dan hoor je toch gruwelijke verhalen.
Jij kwam uit een katholiek gezin
Jazeker. Vanuit die achtergrond was het dan ook niet vreemd dat ik naar het seminarie ging. Op mijn 12e begon ik aan een nieuw leven in Driehuis Westerveld. Ik kwam er echter na verloop van tijd achter dat het priesterleven niet echt was wat ik wilde. Ik verliet het seminarie en ging bij mijn grootouders wonen om mijn studie af te maken in Amsterdam.
Na je schooltijd heb je een bijzonder reislustig leven gekend
Op het hoogtepunt kwam ik vrijdagavond aan op Schiphol en vertrok ik weer op zondagavond. Maar laat mij eens even kijken. Ik ging eerst als vrijwilliger bij de Luchtmacht. Hierdoor kwam ik vrij veel in het buitenland en heb ik bijvoorbeeld in Duitsland gewerkt en gewoond. Daarna kreeg ik een baan bij Joh. Wolf en Co. in Gouda. Wij betrokken toen een woning in Waddinxveen, ‘of all places’. Hierop volgende een betrekking bij Rollei, het bedrijf van de fraaie camera’s. Wij woonden toen in Bergen op Zoom en ik reisde veelvuldig tussen de vestiging in Roosendaal en Braunschweig, waar het hoofdkwartier gevestigd was. Na Rollei kwam Rowenta dat in Weesp een vestiging had. Hiervoor verhuisde ik naar Hilversum. Hierna maakte ik een behoorlijk grote cultuurschok mee toen ik een baan accepteerde bij Nike International. Dat was nog in de tijd dat men daar in spijkerbroek rond liep en je – als je in kostuum met stropdas vergaderingen bezocht - vroeg; ‘do you have a cold?’ Het was vrij, losjes, inspirerend en alles leek mogelijk. Het Nike van toen is echter niet meer te vergelijken met het Nike van nu. Het bedrijf is als het ware geëxplodeerd en van die ondernemende studentikoze sfeer zal weinig meer over zijn.
In 1984 zakte de markt ineen en had ik een zeer vervelende klus te klaren. In verband met een grote reorganisatie binnen Nike moest ik de Europese vestiging sluiten. Dat zijn klussen die je liever uit de weg gaat.
Na Nike keerde ik kortstondig als freelancer terug bij Rowenta en vrij snel daarna werd ik directeur van de Europese vestiging van Bose in Edam. De directiefunctie deelde ik met een commerciële directeur die zaken als marketing en verkoop voor zijn rekening nam. De overige taken lagen op mijn bordje.
Jullie begonnen heel klein, hier in Edam
Wij begonnen met 4 personeelsleden op het Europees hoofdkantoor. Meer stelde het niet voor. Dat veranderde echter drastisch toen in 1988 de zogenaamde ‘melkpakken’ werden geïntroduceerd. Het was de doorbraak waar Bose op had gewacht en het bedrijf begon te groeien en te groeien. Naast het succes van de ‘melkpakken’ was de neergang van het Sovjetimperium en de sloop van de Berlijnse muur een enorme boost voor Bose. Theaters, kerken, cafetaria, bioscopen en congrescentra; overal was behoefte aan apparatuur om het de eigen bevolking, maar ook gasten en relaties uit het Westen en Oosten naar de zin te maken. Onze techniek om binnen een kleine behuizing goede luidsprekers te maken deed ook een belletje rinkelen in de auto-industrie. Autofabrikanten als Mercedes, Audi en Renault werden grote klanten van Bose. En dan was er natuurlijk ook nog het internet. Dat werd ook een machtig distributiekanaal door de steeds maar toenemende online sales.
Het Bose uit 1988 is niet vergelijkbaar met het Bose van 2011
Het is enorm veranderd. Ontwikkelingen gaan vandaag de dag veel sneller dan in 1988. Het verschil zit hem in de mensen, de tijd en de producten. Dingen die vandaag de dag ‘hot’ zijn, zoals iPads, Twitter en de Galaxy S, kunnen over 12 maanden over hun hoogtepunt heen zijn. Als ik zie wat er na mijn afscheid bij Bose allemaal gerealiseerd is, dan is er een enorme stap gezet. Zo werken er thans meer dan 100 mensen alleen al op het hoofdkantoor en is het bedrijf gesplitst in twee vestigingen; Edam en Tongeren.
De distributie wordt nu vanuit België gedaan omdat Tongeren direct aan de snelweg ligt en containers met goederen niet urenlang in de Nederlandse files vast hoeven te staan. Dat zijn kostbare uren die verloren gaan.
Je bent binnen Edam behoorlijk actief op cultureel terrein
Ik kom mijn dagen doorgaans makkelijk door. Ik ben actief geweest bij Oud-Edam, bij de Stichting Kaasmarkt, IBEV en ben thans nog actief bij de Rooms-Katholieke Kerk en de Raad van Toezicht bij het Atlas-College.
De kerk vergrijst. Hoe krijg je weer jonge mensen naar de kerk?
Dat is een grote zorg. De gemiddelde leeftijd van de huidige kerkbezoekers zit zeker boven de 50+, als het al niet hoger ligt. Wij onderkennen het probleem en proberen van alles om jonge mensen uit de luie stoel te krijgen. Wij zijn ook bereid om buiten traditionele paden te opereren en issues ter sprake te brengen die jonge mensen aanspreken. Zo zijn er de lezingen die wij organiseren. Wij hadden o.a. Antoine Bodar en afgelopen weekeinde Jan Pronk. Er zijn ook pogingen ondernomen om iemand als Arie Boomsma als spreker te krijgen, maar dat is verdraaid moeilijk. Volle agenda’s en andere prioriteiten zullen we maar zeggen.
Wat is jouw kijk op Edam?
Edam is een prachtige stad die haar eigen problemen heeft. Neem nu bijvoorbeeld het parkeerprobleem in de binnenstad. Als Oud-Edam zijn wij voor een autoluw Edam, zolang er ook wordt gedacht aan de belangen van inwoners, ondernemers en bezoekers. En dat laatste lijkt moeilijk realiseerbaar. Het is een dermate ingewikkeld probleem, dat wij er voorlopig nog niet mee klaar zijn.
Over Oud-Edam gesproken, zij heeft het imago van een stel bedisselende knorrepotten die overal tegen zijn. Hoe raak je zo’n imago kwijt?
Daar zeg je zoiets. De uitspraak ‘Oud-Edam is er tegen’ is een befaamde klassieke uitspraak binnen deze gemeenschap. Zij die deze uitspraak gebruiken vergeten gemakshalve dat Oud-Edam helemaal geen beslissingen neemt of er enige bevoegdheid voor heeft. Die besluiten worden door het gemeentebestuur genomen. Oud-Edam is er alleen om advies te geven en dat doen wij dan ook naar eer en geweten. In het belang van Edam.