Naar de inhoud

Getuige tegen Demjanjuk komt met boek over jeugd (foto)

Bron: Stadskrant

Marco de Groot presenteert 6 oktober ‘Oorlogswees’

In mijn gesprekken met bekende en onbekende Edammers is de 2e Wereldoorlog regelmatig ter sprake gekomen. Voor veel oudere inwoners zijn de herinneringen hieraan nog levendig en vraagt men zich oprecht af hoe het toch zo ver heeft kunnen komen. De oorlog heeft bij alle inwoners van ons land iets teweeg gebracht. Bewust en onbewust. Voor ouderen was het een indringende ervaring, voor de jongeren had de oorlog indirect gevolgen. Over deze zwarte periode in de wereldgeschiedenis zijn miljoenen boeken geschreven. Historici, hoofdrolspelers, broodschrijvers en ook slachtoffers zoals Marco de Groot, zoon van Levie de Groot en Jet Roozendaal. Toen Marco de leeftijd van 3,5 jaar had bereikt maakte de Duitse vernietigingsmachine hem een oorlogswees. Zijn ouders waren twee van tussen de 170.000 - 250.000 geschatte slachtoffers, die in het vernietigingskamp Sobibor genadeloos werden omgebracht. Over deze periode en zijn getuigenis in het proces - dat in München tegen kampbeul John Demjanjuk werd gevoerd – heeft Marco uiteindelijk een boek geschreven. Het boek kent twee verhaallijnen en maakt op indringende wijze duidelijk dat oorlog nergens goed voor is. Nooit.


Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl

Waarom een boek? Is alles al niet geschreven of is het een soort therapie?

Het is zeker geen therapie. De reden is vrij simpel; nimmer mag worden vergeten wat de moordmachine van de nazi’s heeft aangericht. De overlevenden en slachtoffers van de Holocaust hebben het recht om dit telkens onder de aandacht te mogen brengen.

Het boek kwam eigenlijk voort uit spreekbeurten die ik op scholen houd over dit onderwerp. De kinderen vroegen mij waarom ik er niet een boek over ging schrijven en ik realiseerde mij dat Sobibor voor veel Nederlanders een onbekende naam is. Auschwitz kent iedereen. Het morbide aspect hieraan is dat uit dit kamp relatief meer overlevenden terug in Nederland kwamen, dan uit Sobibor. Zodoende konden er meer mensen over getuigen en werd de naam bekender. In Sobibor was alles ingericht op totale uitroeiing. Een transport - met circa 1500 mensen - arriveerde in de ochtend bij een platform in het kamp, waar het werd verwelkomd door walsmuziek die uit luidsprekers galmde. Uitgestapt moesten de mensen hun bagage, kleding en sieraden inleveren, waarna zij door een soort naaldbomenhaag naar een kapper werden geleid. Volgens de nazi’s was dit nodig uit hygiënische overwegingen. Na het knippen kregen de mensen een handdoek en een stuk zeep om te douchen. Uit de douchekoppen kwam echter geen water maar koolmonoxide, ontwikkeld door dieselmotoren die naast de gaskamers stonden te ronken. Dit hele proces nam niet meer dan enige uren in beslag.

Maar om nog even bij het boek te blijven, uiteindelijk deed ik 1,5 jaar over het schrijven van het boek, maar werd ook 1,5 jaar ‘opgehouden’ , door mijn betrokkenheid bij het proces tegen voormalig kampbewaker John (Ivan) Demjanjuk.

Was het proces tegen Demjanjuk qua eindresultaat (5 jaar cel) niet teleurstellend?

Integendeel. Het was een succes. De impact van Sobibor als vernietigingskamp kwam nu eindelijk eens goed naar voren. De kans om te kunnen getuigen in Duitsland, in München nog wel, ja dat maakt het extra krachtig als statement. Ook persoonlijk heb ik er een heel goed gevoel aan over gehouden, omdat ik de mogelijkheid kreeg, te vertellen welke invloed Sobibor op mijn leven en dat van anderen heeft gehad. Dan is de strafmaat voor Demjanjuk niet eens meer zo belangrijk.

Is John Demjanjuk dezelfde man als Ivan de Verschrikkelijke?

Vermoedelijk niet. Maar voor mij staat het met 100% vast dat hij ten tijde van het vermoorden van mijn ouders in het kamp aanwezig was.

Je was een kleuter toen jouw ouders na verraad werden opgepakt. Kun jij je wel iets van hen herinneren?

Het opmerkelijke is dat ik in flitsen aan ze denk. Dat zijn dan sterke beelden van bezoekjes aan de fabriek Hollandia Kattenburg, waar mijn vader stafmedewerker was, of van momenten dat mijn moeder mij naar bed bracht. Ik zou haar nog zo kunnen uittekenen.

Hoe werd bij jullie het jood zijn beleefd?

Mijn ouders hadden een liberaal gedachtengoed en het geloof speelde geen overheersende rol. De enige joodse feestdag waar aandacht aan werd gegeven was Yom Kippur, de Grote Verzoendag. Het handelen, wat bij veel joden in het DNA lijkt te zitten, was bij ons in de familie eveneens nadrukkelijk aanwezig. Mijn opa handelde in lompen en metaal en mijn vader handelde, naast zijn vaste baan als stafmedewerker bij Hollandia Kattenburg, in het opkopen en doorverkopen van failliete boedels.

Nadat je ouders waren weggevoerd is er met jou als persoon gesold.

Ik kreeg nooit de kans om mij te hechten aan mensen, omdat ik steeds weer ergens anders moest onderduiken. Ik heb 4 onderduikadressen gehad, met als gevolg een emotionele opvoeding die te vergelijken is met een gatenkaas. Tenminste, dat is wat een behandelend specialist concludeerde. Na de oorlog probeerde een aantal instanties invloed uit te oefenen op de toekomst van 1400 joodse kinderen die op een of andere manier de oorlog hadden overleefd zonder ouders. De ene instantie zag die toekomst in Israel en andere in Nederland. Voor mij werd het uiteindelijk Nederland en ik kwam terecht bij een echtpaar met een 16 jaar oudere zoon. Toen ik 11 was - en mij eindelijk een beetje veilig voelde binnen een gezinssituatie - kwam er een scheiding tussen mijn pleegouders. Dat kwam enorm hard aan.

Ik bleef uiteindelijk bij mijn vader die enige tijd later hertrouwde met een vrouw met 4 kinderen. Dat was de opmaat voor een vreselijke tijd, waarin ik, bij alles wat er in het gezin mis ging, de schuld kreeg van mijn stiefmoeder en haar kinderen. “Het is de schuld van dat jodenjong”, snauwde zij dan maar al te vaak. Mijn pleegvader nam het altijd voor mij op, maar dat resulteerde dan weer in enorme scheldpartijen. Bij ons thuis was er eigenlijk geen dag zonder ruzie. Door mij als dienstplichtig militair aan te melden kon ik deze vreselijke situatie ontvluchten.

Na het leger raakte je in verzekeringen. Was dat de opzet?

Ik wist niet precies wat ik wilde. Ik had een MULO B-diploma op zak en begon aan een studie Chemisch Analist, maar ik kreeg al snel in de gaten dat die richting mij niet werkelijk boeide. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een verzekeringsmaatschappij en schopte het tot P&O-manager, een baan die ik met veel plezier vervulde tot ik rond mijn 55e geestelijk in de knoop raakte met mijn verleden. Ik heb toen hulp gezocht en gevonden bij een joodse gezondheidsorganisatie. Ik werd hierbij geconfronteerd met andere lotgenoten en dat kwam na verloop van tijd neer op ‘gedeelde smart is halve smart’.

Om nog even bij de verzekeringen te blijven; ik ben uiteindelijk samen met mijn zoon Daniel zelfstandig als verzekeringsadviseur verder gegaan en daar heb ik tot op de dag van vandaag nog steeds geen spijt van. Daniel runt nu de zaak zelfstandig en zo af en toe mag ik wat raad verschaffen of wat andere kleine hand- en spandiensten verlenen.

Heb jij ervaring met jodenhaat?

Ik heb het zelf niet aan de lijve hoeven mee te maken, maar vrienden en kennissen wel. Ik heb sinds kort samen met anderen een Joodse hospice opgezet en daar heeft men beveiliging nodig. Dat wil eigenlijk wel iets zeggen over hoe men momenteel in Nederland ook tegen Joden aan kijkt. De situatie in Israël en de manier waarop de Nederlandse media hier over bericht, maakt het er niet beter op voor Joodse inwoners. Beide partijen – Joden en Palestijnen – doen hun uiterste best de publieke opinie te bespelen. Daarbij wordt alles uit de kast getrokken. In feite wordt Israël op dit moment gegijzeld door een klein groepje orthodoxe joden die de bouw op de Westbank er doorheen drukken. Er zijn nog vele andere gezichtspunten, die zowel in het voordeel als nadeel van de Joden en Palestijnen spreken, maar dat voert te lang voor een artikel als dit.

Uiteraard zal jouw verhaal niet echt uit de voeten komen op een enkele pagina in De Stadskrant. Dat verhaal komt pas echt tot leven in je boek

Het heet ‘Oorlogswees’ en na de presentatie op 6 oktober in het Joods Museum is het onder ISBN-nummer 978 90 79086 009 verkrijgbaar in alle boekhandels in deze gemeente. De prijs van € 12,50 zal niemand achterover doen slaan. Ik wil er zelf geen cent wijzer van worden en het batig saldo komt ten goede aan goede doelen zoals Westerbork of de Stichting Sobibor.

Ik hoop dat veel mensen het gaan lezen.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.