Veel ouders en leerkrachten op congres hoogbegaafd kind
Als ouder van een kind dat hoogbegaafd bleek te zijn, zag zij haar kind worstelen met het in keurslijf gegoten onderwijswezen. „De basisschool had mijn zoon op een gegeven moment niets meer te bieden." Het zette Renata Hamsikova, vrouw van Volendammer Jan Tuijp, er twee jaar geleden toe om, inmiddels opgeleid en onderlegd, een adviesbureau te starten. Zaterdag organiseerde zij het eerste congres in Nederland voor ouders van hoogbegaafde kinderen en leerkrachten samen. Het werd inschikken in de zaal in het Damhotel. De mensen kwamen zelfs uit België en het zuiden van het land voor de lezingen en workshops.
Hamsikova is met haar IeKu Advies specialiste en ervaringsdeskundige. Beide kinderen van Tuijp en zijn vrouw zijn hoogbegaafd. De oudste gaat op vijftienjarige leeftijd al naar de Universiteit. „Wij zagen het al heel vroeg", weet Renata dat de herkenning en erkenning ervan vaak juist niet soepel verloopt.
„Hoogbegaafde kinderen worden vaak in een hoekje gestopt. Terwijl het juist gestimuleerd moet worden. Vroeger waren we gewend om een IQ-test te doen in klas 5, inmiddels groep 7. Maar inmiddels kan dat al bij 5-, 6-jarige kinderen worden gedaan. Alleen is het dan zaak om het door een onafhankelijk bureau te laten doen, want er worden zoveel 'misdiagnoses' gesteld", waarschuwt Hamsikova.
„Ouders zien echt wel gauw of hun kind `anders' is, sneller leert. Als vervolgens de schooltijd begint, wordt duidelijk of het gedrag gaat verschillen, tussen thuis en op school. Dan moeten ouders proberen in gesprek te gaan en te blijven met de leerkrachten en school. Je moet er iets mee. Scholen geloven het vaak niet als ouders er mee komen. Dan is het goed om het IQ (Intelligentie Quotient) te testen bij bureaus die ervaring hebben met hoogbegaafde kinderen."
„Als het niet wordt (h)erkend, worden kinderen niet alleen geremd in hun ontwikkeling, ze worden ongelukkig, depressief. Eigenlijk zou onderwijs op maat heel goed zijn, denken vanuit het kind. Er wordt door leerkrachten te vaak gewerkt vanuit bepaalde methodes en keurig af gevinkt wat er allemaal gedaan is volgens die methode. Beter is om aan het eind van elke dag of te vragen wat de kinderen hebben geleerd."
Drie tot vijf procent van de basisscholieren heeft ver voor dat de tijd verstreken is al geen uitdaging meer. „Ik wilde ouders gaan helpen die met hetzelfde te maken hebben. Zoals gezegd worden ouders vaak niet geloofd op school, maar intussen kan hun kind breken als dat kind niet goed wordt begeleid. De hedendaagse kinderen leren sneller dan het onderwijs zich aanpast."
Het was Renata ook opgevallen dat zaterdag in het Damhotel veel aanwezige ouders met een hoogbegaafd kind ook werken als leerkracht. „Klopt. Die doen meestal meer met en voor hun kinderen. Ze was content met de volle zaal. „Vooraf was de respons al positief en na afloop kreeg ik ook veel positieve feedback. Een vervolg zal er zeker komen, maar dan over twee jaar. Zoiets moet je niet elk jaar doen."
Hoe herken je dat je kind slimmer, hoogbegaafd is? En wat te doen als ouders en leerkracht? Op een boeiende manier kregen de belangstellenden een stroom aan informatieoverdracht te verwerken. Met workshops en lezingen over het zelfbeeld, misdiagnoses, faalangst communicatie met je kind. Een moede van een hoogbegaafd kind hield een h zing, alsmede een hoogbegaafd kind dat als negentienjarige al lesgeeft op een middelbare school.
Het tijdschrift Talent werd er langer da een decennium geleden speciaal voor gericht. Hoofdredactrice Priscilla Keeman stelde dat kinderen spiegels nodig hebben. „En begeleiding om zich optimaal te kunnen ontwikkelen en aan hun cognitieve behoeften te voldoen. Sommige kir deren kunnen al lezen nog voor ze o school komen. Daar wordt dan opnieuw begonnen of vreemd gereageerd. Da krijg je een boos kind. Misschien is utopisch, maar onderwijs op maat voor ieder kind, zou het mooist zijn. Vroeger werd het niet erkend, tegenwoordig zijn er Leonardo-scholen en plusklassen." Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont hield een intrigerend betoog, doorspekt met kwinkslagen, over het zelfbeeld van het kind. „Dat zelfbeeld wordt gevoed, dat is niet van jezelf. De waarnemingen van anderen zijn daarop van invloed." Hij stelde dat jongetjes vaker negatief commentaar krijgen dan meisjes. „En het gedrag van het kind wordt op z'n minst voor de helft bepaald door hoe de omgeving met het kind en het gedrag omgaat."
„Qua opvoedstijl is er geen goed of slecht. Gevarieerd is goed en het is niet verkeerd dat er of en toe een autoritaire ouder in je schuilt. Als je kind plots oversteekt, vraag je hem daarna niet wat hij of zij er nou zelf van vond." Pont ziet het narcisme en faalangst toenemen. „Begrijp me goed: zorg hebben voor je kind is goed, maar kinderen worden `overbeschermd'. Er zijn tegenwoordig kniebeschermers verkrijgbaar voor kruipende baby's. Op die manier kunnen kinderen zich niet meer verhouden met kinderen met andersoortige problemen. Dan roept men op Harvard in Engeland dat hoogbegaafde kinderen minder zelfredzaam zijn. We moeten gewoon, zoals met die kniebeschermers, de realiteit niet uit het leven van kinderen halen."
„Het leven is zo prachtig dat je alle thema's op alle leeftijden aangereikt krijgt. Maar dan moeten we niet steeds de verantwoordelijkheid over gaan nemen. Als een kind in een kinderdagverblijf een toren aan het bouwen is en het bovenste steentje erop wil zetten, moet de juf niet langslopen en zeggen: 'doe maar niet, straks valt-ie om'. Er zullen nog wel meer torens omvallen in het leven. We moeten de ervaring terugbrengen in het leven van kinderen. Ook de frustratie. We moeten hen leren er mee om to gaan."
„Als mijn zoon voetbalt met in de nabijheid een sloot, voel je aan dat de bal er in zal gaan, maar ik laat het hem zelf ervaren. Dat is sociale ontwikkeling. Wie haalt hem er uit, de emotie, de vriendschap. Stimuleer ze en geef kinderen zelfvertrouwen en vooral het basale gevoel: `ik mag er zijn'. Ze moeten voelen dat ze het zelf aankunnen. Exploreren en experimenteren. Dan kan ieder kind, dus ook een hoogbegaafd kind, zich goed ontwikkelen. In de Verenigde Staten is de term 'baby burn out' geboren. Omdat ze teveel beschermd worden door ouders. Van de zomer waren we met ons gezin op het zwembad. M'n zoontje nam plaats op de hoge duikplank en stelde de vraag of hij een salto mocht maken. M'n vriendin zei meteen: 'doe maar niet'. Ik dacht snel na: het was niet levensgevaarlijk en hij zou niemand tot last zijn. Gaf aan dat als hij op z'n buik of rug zou vallen, het tijdelijk pijn kon doen. Maar als hij het wilde proberen, was dat aan hem. Hij maakte een prachtige salto. Waarom zou ik hem die ervaring ontnemen? Er is een veilige zone, een gevarenzone en daartussenin zit de leerzone. Als je kinderen laat ervaren, wordt de leerzone en uiteindelijk de veilige zone steeds groter."