Koud he?!
Ik hoor allemaal mensen praten over wintersport. Nu ben ik als opperkoukleum niet echt geschikt voor wintersport, maar toch heb ik het vaak gedaan. Als klein jongetje van 7 werd ik al gedropt in het eerste skiklasje in Mayrhofen. De eerste dag ging het al direct mis. Je had een ploeg die zelf eten mee had genomen en in de hut bleef tijdens de lunch, en een andere groep die naar het restaurant ging. Natuurlijk zaten wij (mijn broer en ik) uiteindelijk zonder eten in die hut. Nadat ik 's middags blauw van de kou en groen van de honger huilend mijn vader en moe- der tegemoet liep, zag ik daarna voor het eerst een wonderlijk fenomeen dat ik later nog vaker zou zien.
Mijn vader ging de bewuste skilerares `toespreken op af- stand'. Dan ga je dus 20 meter bij iemand vandaan staan en dan ga je zo hard tegen die persoon schreeuwen, dat iedereen in een omtrek van 100 meter gaat meeluiste- ren. Om de boel zo snel mogelijk te sussen worden er dan in no time allerlei toezeg- gingen gedaan. Zo hadden we altijd de beste kamer in een hotel, upgrades van vliegtickets en altijd de beste biefstuk. Het was een techniek die mijn vader had geleerd van ooitje. Slager Jan Tuf weet daar vast nog alles van. Jan was door ooitje - met in haar hand een pannetje met een niet zo lekkere biefstuk erin - toegesproken op afstand. Vanaf toen kreeg ooitje altijd haasbiefstuk. Ook als ze gewone bestelde...
Maar ik dwaal af. Wintersport dus. Het daaropvolgende jaar was het in het Duitse Oberstdorf -10 graden Celsius met een sneeuwstorm. Nadat ik de plastic stok van de sleeplift niet meer vast kon houden omdat mijn vingers gevoelloos waren, mocht ik boven bij de lift in het observatiehuisje zitten. Bij de kachel vertelde de oude man die daar zijn dagen sleet, dat ik pas weer weg mocht als er weer kleur in mijn handen zat. Het zou nog jaren duren voordat mijn piemeltje weer voorzichtig naar buiten kroop. De wit -gele kruisdok- ter die wilde kijken of mijn voorhuidje niet te strak zat, had geen schijn van kans. Het `Mazdahondje' van drie centimeter gaf geen krimp.
De jaren daarop werd het met thermo handschoenen, ondergoed en sokken langzaam beter. In mijn puber- fase wist ik zelfs nog de knappe Duitse schone Siglinde te schaken. Het was wel een beetje jammer dat ik er - nadat ik er had uitgenodigd in ons hotelzwembad - achter kwam dat ze meer haren op haar benen had als het aapje Cheetah. Dat stinken uit haar mond was nog tot daar aan toe, maar dit was echt ZU VIEL. Mijn broer en ik hadden daar een code voor. `Overschakelen naar Plan D(ump).' Toch kwam het allemaal nog goed, want later ontmoette ik tijdens een wintersportvakantie mijn huidige vrouw.
Dat ik daar na drie dagen weer moest ver- trekken omdat mijn geld door onvoorziene omstandigheden ineens op was, staat natuurlijk allemaal in mijn boek. Later zijn we nog eens op wintersport geweest met Staubach alias Stau gefahr, Theo de Keffer alias `das hat nichts mit skifahren zu tun', Dick en Els en good old op Japie Nol alias 'de skileraar kon me niet bijhouden'. Dat was in de post Pius X Toernooi 1995 fase. Mijn leven is namelijk net als de Bijbel. Het heeft twee delen. Mijn leven voor het Pius X Toernooi en mijn leven na het Pius X Toernooi. Als ik nog aan dat toernooi denk...dan lopen de koude rillingen weer over mijn rug…