Presentatie eindverslag Contactgroep Edam ‘Nu is het gemeentebestuur aan zet’
Niet veel mensen waren vorige week zondag afgekomen op de presentatie van het eindverslag van de Contactgroep over de te nemen maatregelen om de binnenstad van Edam aantrekkelijker en leefbaarder te maken. Het mooie weer en wellicht het feit dat het een zondag betrof, zorgden voor een matig gevulde Lutherse kerk. Wel was er duidelijk eendracht te bespeuren onder de deelnemers. Volgens velen een groot winstpunt waardoor gezamenlijke doelen bereikt moeten gaan worden. Dat die doelen nog niet geheel concreet zijn en het feit dat de gemeente ook nog geen concrete (financiële en inhoudelijke) kaders heeft gesteld, doet vermoeden dat er nog een lange weg te gaan is.
Evert van den Brink legde als onafhankelijk voorzitter van de Contactgroep uit hoe het eindadvies tot stand is gekomen. Afgevaardigden vanuit de horeca, ondernemersvereniging, Oud Edam, bewoners, VVV en welstandscommissie hebben in vier sessies gewerkt aan de totstandkoming van het rapport. Zwaartepunt lag rond de onderwerpen verkeer en parkeren. Uitgangspunt vormt het historische stadscentrum.
Een vijftigtal thema’s kwamen zodoende op tafel, die in drie groepen besproken zijn. Om tot draagvlak te komen, opdracht van de gemeente, moest er een grote mate van unanimiteit gevonden worden. Zodoende haalden uiteindelijk 20 thema’s de eindstreep.
Levendige stad
Uitgaande van de volgende onderwerpen (karakter stad, veiligheid, stadsontwikkeling, verkeer en circulatie, alsmede parkeren) kwamen de volgende uitgangspunten op papier. Edam moet een levendig stadje zijn, waar de ongelijke balans tussen autoverkeer enerzijds en wandelaars en fietsers anderzijds hersteld moet worden. Het nieuwe bestemmingsplan moet afgestemd zijn op de uitgangspunten van de welstandsnota. Kom met maatwerk, waardoor je per straat veranderingen kunt invoeren. Historische stoepen dienen in dat kader hersteld of gehandhaafd te worden, al kan het zijn dat in bepaalde straten stoepen juist dienen te verdwijnen om zo een rustiger en vooral veiliger straatbeeld te creëren. Straatmeubilair moet passend zijn en kleinschalige commerciële activiteiten passen het beste bij het karakter van Edam. Kom met goede en passende bewegwijzering!
Watertaxi
Als voorbeeld werd ook de wens van een watertaxi genoemd. Tevens zijn extra waterfaciliteiten welkom. Voor campers moet een aparte voorziening komen aan de rand van de stad.
Op het gebied van parkeren is de inzet: kleinschalige voorzieningen aan de rand en in de stad. Bewoners zouden nog maar één parkeervergunning per huishouden moeten krijgen en lang parkeren dient zoveel mogelijk ingeperkt te worden. Ook zwaar verkeer moet zo veel mogelijk uit de stad geweerd worden. Het parkeerterrein aan de Singelweg wordt niet gezien als permanent. Alleen bij grote evenementen moet het worden ingezet.
Oproep
De Contactgroep deed zondag een oproep aan het gemeentebestuur om de voorstellen snel te onderzoeken. Vanuit de zaal kwamen er opmerkingen om aan te haken bij de actie van GroenLinks en Oud Edam om alsnog alles op alles te zetten om de Baandervesting autovrij te krijgen. De Contactgroep, die over dit onderwerp geen echte stelling heeft genomen, pakte de handschoen echter niet op. ‘Wij hebben nog veel meer concrete zaken waarvoor geen unanimiteit is gevonden”, legde Siem Kees Slegt (horeca) uit. “Uitgangspunt is echter dat alle betrokkenen er in overgrote meerderheid achter staan.”
“Uw gekozen werkwijze houdt het risico in dat grote vragen niet zullen worden opgelost”, was de mening van bewoner Wim Maas. “Maar het was juist de opdracht van de gemeente om te komen tot gezamenlijke doelen”, was het antwoord van voorzitter Evert van den Brink.
Stappenplan
Hans van Drongelen, als bewoner actief in de Contactgroep, vertelde dat het daarom ook van groot belang is dat het gemeentebestuur de genoemde plannen en ideeën serieus gaat onderzoeken. “Wij hebben natuurlijk ook de neiging om direct heel concreet te zijn. Maar onze plannen moeten gekoppeld worden aan een groter geheel. Eerst dient er een verkeerscirculatieplan te worden opgesteld. Daarnaast moet er een stappenplan komen voor de korte en langere termijn. Bepaalde eenvoudige en/of goedkoop uit te voeren zaken zouden dan al snel kunnen worden opgepakt. Ook moet de gemeenteraad komen met financiële kaders.”
Waarom de Kaasmarkt niet is meegenomen in de plannen, was volgens Van den Brink te wijten aan tijdsgebrek. Een lacune die volgens enkele aanwezigen alsnog verholpen dient te worden.
Naïef
John Kluessien, als bewoner van het Noordeinde tegen wil en dank ervaringsdeskundige in langslepende zaken, waarschuwde de Contactgroep voor naïef denken. “Een eindverslag maken en jezelf dan direct opheffen betekent in de praktijk dat er niets verandert. Colleges komen en gaan. De horizon van een wethouder is niet groter dan vier jaar. Maak uw opheffing ongedaan!”
Uit reacties van de leden bleek dat zij ook graag betrokken blijven bij het proces. “De gemeente heeft dat min of meer ook uitgesproken.”
“Hoe gaan we nu verder”, vroeg Elsa Besseling, eigenaar van de Prinsenbar, zich af. De enige die daar een concreet antwoord op kon geven was verkeerswethouder Dorus Luijckx. In eerste instantie wees hij op het uitstralingseffect van de plannen. “We gaan over meer dan alleen het oude centrum.” Alles moet in een groter geheel bezien worden, wilde hij er mee zeggen.
Geen compromis
Luijckx vertelde dat hij tevreden is over de gekozen werkwijze en het voorliggende resultaat. “Er is niet gekozen voor compromissen, maar voor gezamenlijke standpunten.” Hij noemde het terecht dat nu het college en de raad aan zet zijn. “Binnenkort komen we als college met een inhoudelijke reactie.”
Uitvoering moet wel plaatsvinden binnen de kaders van het nieuw op te stellen verkeers- en vervoersplan, de parkeernota en de economische visie waaraan momenteel gewerkt wordt. “Die zaken moeten we bij elkaar brengen.”
Snelheid
Prioriteiten gaf hij wel al aan: afwikkeling van verkeer, parkeren en veiligheid. Luyckx meldde dat de Contactgroep ‘mogelijk’ ook betrokken blijft bij verdere ontwikkeling van plannen. Als politicus gaf hij de aanwezigen mee dat continuïteit van de procesgang gebaat is bij vaststelling van de plannen binnen deze coalitieperiode. “Over de uitvoering hoeft er dan bij de komst van een nieuwe college niet opnieuw discussie te ontstaan.”

