Naar de inhoud

De verbouwing van De Grote Kerk: “Streven is komende dertig jaar onderhoudsvrij monument” (foto)

Bron: Stadskrant


Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl

“De Grote of St. Nicolaaskerk is technisch nog goed, maar onderhoud moet je altijd plegen,” vertelt architect Peter de Vries. Samen met Rien de Vries van Stichting Kerkelijke Monumenten Edam (SKME), vertelt hij over de renovatie van onze Grote Kerk.

“De renovatie wordt gefinancierd vanuit BRIM-regeling, Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten,” vertelt Rien de Vries. “In 2007 werd voor het eerst een restauratieplan van 3 miljoen uitgeschreven, maar daar kregen we de subsidie niet voor rond. We kwamen op het spoor van de BRIM, die tot 1 miljoen euro subsidieert. We besloten ons te richten op een specifiek onderdeel van het restauratieplan: het wind- en waterdicht maken van het exterieur.”

Stevige commissie

De kerk is sinds eind 2009in handen van de Stichting Kerkelijke Monumenten Edam. Deze stichting is ontstaan uit de fusie van drie kerkgemeenschappen: de Hervormde, Gereformeerde en Lutherse. Rien: “Het onderhoud van de kerk is financieel een zware last, daarom is door verschillende commissies onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om dit aan te pakken. Uiteindelijk is onze stichting opgericht, bestaande uit Alfred de Jong, Ineke Kappers, Ella Aberson, Tiny Janssen, Wil Spanjer en ikzelf als bouwkundig adviseur. Onze eerste taak was het binnenhalen van subsidie uit de BRIM-regeling. Voorwaarde van deze subsidie is dat je 1/3de van het bedrag zelf moet kunnen bijdragen. Dat is gelukt omdat we vanuit de kerkgemeente een bruidsschat hebben meekregen, een mooie bijdrage van de stichting Vrienden van de Grote Kerk en giften kregen van de Rabobank en andere fondsen.”

Stoflaag geeft problemen

Peter de Vries, die architectenbureau Dik Bak vorig jaar heeft overgenomen, is de verantwoordelijke architect. De aannemer is bedrijf Schakel en Schrale, een dochteronderneming van BAM Utiliteit. Peter: “Het grootste onderhoud zal worden verricht aan de buitenkant. Een klein deel van de subsidie wordt gebruikt om verbeteringen aan het interieur aan te brengen, zoals in de nok van de kerk. Het plafond in het kerkgebouw waar je tegenaan kijkt, noemen we een tongewelf, omdat het de vorm van een ton heeft. Daarboven zit een ruimte tot aan de nok van de kerk, dat noemen we de kapruimte. Deze ruimtes zijn lange tijd niet schoongemaakt en daardoor heeft zich daar een hoop stof verzameld. Hier liggen ook de inmiddels verouderde elektrakabels en dat is natuurlijk geen goede combinatie. De sprinklerinstallatie is ook verouderd en niemand weet zeker of deze het nog echt doet. We richten ons ook alvast op andere onderhoudsvraagstukken, zoals het stucwerk dat binnen aan het loslaten is. We doen kernboringen om te kijken hoe de muur is opgebouwd zodat we de oorspronkelijke muurstructuur kunnen analyseren. Als we een geschikte subsidie vinden, kunnen we dat aanpakken maar het onderzoek halen we alvast naar voren, zodat we de nodige kennis kunnen opdoen. Nu we toch bezig zijn gaan we gelijkertijd de deuren verbeteren zodat ze acceptabel tochtdicht zijn. Tevens gaan we onderzoeken hoe we de kerk efficiënter kunnen verwarmen, bijvoorbeeld door vloerverwarming in combinatie met warmtepompen.”

Stevige wind

“Aan de buitengevels gaan we in de eerste plaats het metsel- en voegwerk onder handen nemen. In de jaren 60 en 90 zijn er funderingsverbeteringen uitgevoerd, zodat het niet verder kan verzakken, maar je ziet dat de gevels iets naar binnen staan,” vertelt Peter. “Met veel regen en stevige wind, zeker met zulke hoogtes, krijgen de muren een enorme waterbelasting. “

Breuk of schade

“Metsel- en voegwerk is onderhevig aan slijtage, dat moet bijgehouden worden en soms vervangen. Ook zullen we het lei-werk controleren op gebreken. In het geval van deze kerk zijn er twee leidekkingen, een rijn- en een maasdekking. De buiten dakvlakken zijn voorzien van een rijndekking, ook wel schubdekking genoemd omdat het iets weg heeft van de structuur van een vis. De binnen dakvlakken zijn voorzien van een maasdekking waar een Engelse lei voor is gebruikt. Die is iets poreuzer en gevoeliger voor breuk of schade. Ook nemen we het loodwerk in de buiten- en kilgoten mee.“

Vuil en water

“Deze kerk heeft enorme goten rondom en tussen de daken, waar gigantische hoeveelheden hemelwater doorheen komen. Hoe dik het lood ook is, elke keer gaat er toch een heel klein laagje vanaf en op een gegeven moment is het op. Af en toe zeilt er nog een lei naar beneden, die is scherp en kan een gaatje of buts veroorzaken. Hier en daar ben je gewoon aan vervanging toe. De ramen zijn in de jaren 90 gerestaureerd, maar we gaan nu kijken of de aansluitingen waterdicht is en herstellen die waar nodig. Tevens zullen we het vuil tussen de gaasafscherming en de beschermende beglazing verwijderen.”

Toren volgt later

Het project zal een jaar duren, verdeeld in vijf fases. Peter: “De steiger staat nu aan de voorkant en zal letterlijk een rondje om de kerk maken. Met uitzondering van de toren, die valt namelijk onder een andere subsidiemogelijkheid waar we ondertussen een plan voor hebben ingediend. Omdat we nu al met de kerk bezig zijn, hopen we dat we deze subsidie, zodat we de toren direct kunnen meepakken. We beginnen nu aan de voorkant en voeren daar al het herstelwerk uit aan de gevel, goot en ramen. Als dat klaar is, schuiven we verder. Daarna zal de buitenzijde zo hersteld zijn dat we de komende 30 jaar groot onderhoud vrij zijn, het kleine onderhoud zal continu blijven doorgaan.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.