Veroordeeld door kroeg, nog niet door rechter
Het is druk en gezellig in ’t Gat van Nederland. Zoals elke zaterdagavond. Plots is er ruzie. Een hand met een glas schiet richting een gezicht. Een jonge Volendammer raakt ernstig gewond. Een verdachte is snel aangewezen. Klare zaak? Of toch niet?
Vele vingers wijzen in de kroeg snel een verdachte aan. Sinds het incident enige weken geleden zit een jonge Volendammer vast. Op verdenking van doodslag. Een zware beschuldiging. ,,Maar hij is verdachte en nog niet veroordeeld’’, benadrukt advocaat Johan Mühren. Op de vraag of de strafzaak een gelopen koers is, wilde de raadsman niet ingaan. ,,Dat acht ik in dit stadium van het onderzoek niet in het belang van mijn cliënt.”
Het bevreemdt Mühren daarom zeer dat de lokale horeca zijn cliënt wel al heeft ’veroordeeld’. Hoewel het strafproces nog moet plaatsvinden, werd inmiddels een stevig horecaverbod uitgesproken. ,,Vijf jaar ontzegging voor ’t Gat en twee jaar voor de gehele horeca in de gemeente Edam-Volendam.’’ En dat kan niet, meent Mühren. ,,Dat druist tegen de principes van het strafrecht in. Je kunt niet iemand veroordelen voordat het recht zijn beloop heeft gehad.’’
In de hechte gemeenschap ging het horecaverbod als een lopend vuurtje rond. Burgmeester Van Beek twitterde het rond en op nieuwssites en sociale media was de veroordeling ’groot nieuws’. ,,Daar gaat een verkeerd signaal van uit’’, meent Mühren. ,,De rechtszaak komt nog, maar de beeldvorming is al gebeurd. Een voorlopige ontzegging had ik nog kunnen begrijpen, maar dit niet. Wat doen ze nu als hij wordt vrijgesproken?’’
Volgens een woordvoerder van de lokale afdeling van Koninklijke horecabond – die in samenspraak met gemeente en politie zo’n verbod kan uitvaardigen – is er genoeg grond om wel tot deze stap te komen. ,,Eerlijk gezegd hebben we geen twijfel. En iemand die zulke ernstige dingen doet, is niet meer welkom in onze zaken.’’ Voor een voorbehoud in de ontzegging voelde de afdeling niet veel. ,,Mocht hij worden vrijgesproken, zullen we heroverwegen of we het verbod handhaven.’’
Mühren heeft de zowel bij gemeente als bij de bond zijn klacht neergelegd. ,,Ik ken het volledige dossier, en deze beslissing is niet op basis van al die feiten genomen.’’