Naar de inhoud

ALASCA - buitenlandse recensie (foto's)

Bron: Rootstime.be

Nooit gedacht dat ik nog eens opgetild zou worden door een dergelijke symfonische cyclus van verhaalkunst en muzische poëzie, waarin vier jonge muzikanten hun ziel hebben gelegd. Het moet geleden zijn van de folkrock of troubadourmuziek van Renaissance, Mr. Fox of Amazing Blondel uit de jaren ’70 dat dergelijke muziek zo overweldigend overkwam, een muziekgenre dat in de vergetelheid aan het verglijden was. Maar nu blazen vier jonge snaken uit Noord-Holland en Friesland daar nieuw leven in, al zijn zij te jong om ooit ‘Fantasia Lindum’ in de seventies te hebben gehoord. Hun debuut staat daar los van, al is er mogelijk enige invloed van Keltische new-folk of een band als Fleet Foxes.

Met poëtische pen en prachtige arrangementen schildert het viertal hun eigen magisch universum waarin landschappen, symbooltaal, ballade, hoofse zang en rebellie elkaar afwisselen. De warme stemmen van Frank en William Bond, de harmoniezang, de banjobegeleiding van Ferdinand Jonk en de percussie van Louis Van Sinderen, het is slechts een deel van het betoverend klankentapijt waarin ook nog bas, piano, orgel en whistle verweven worden. Het begint allemaal met het mythische ‘Panta Rhei’ dat na een voorzichtige intro plots openbarst zoals wolken plots het zonlicht doorlaten. Op het nostalgische ‘Paint, Tower And Hill’ word je betoverd door het pianospel en op ‘Arms of the Arts’ valt de drum op temidden van alle melodische schoonheid.

Allen werkten mee aan de arrangementen. Frank Bond schreef de songs. Sommige zijn wijsgerig, andere komen neer op mogelijks allegorische bekentenislyriek zoals in ‘I Dreamed She Was the Universe’ met delicate banjobegeleiding. Het instrumentale van weemoed doortrokken ‘Déjà Vu’ werd door Jonk geschreven. Maar de twee absolute prachtsongs die in schoonheid wedijveren zijn het huiveringwekkende mooie ‘Actors & Liars’ met piano en cello en het heftige ‘Never Cry Wolf’ dat geheimzinnig inzet om je daarna met huid en haar in te pakken. En het laatste ‘Traveler’s Vesper’ in een orgelomlijsting heeft de broze puurheid van een gebedstonde in een kathedraal, met de piano die uitgeleidt.

Dat dit debuut door de Brit Alan Branch werd mede-geproducet hoeft niet te verwonderen. Hij nam al U2 en Sinéad O’Connor onder zijn hoede en won in 2010 een Grammy Award voor zijn werk met Jeff Beck. Zijn kennersoor zal ongetwijfeld wel de klasse hebben herkend van deze AlascA band. Als deze vier getalenteerde muzikanten trouw blijven aan de ingeslagen weg waarin new-folk, hedendaagse en quasi-Renaissance muziek zich verzoenen dan groeien zij wellicht uit tot de nieuwe ‘hot’ band die voor uitverkochte zalen zorgt. Twee jaren lang hebben zij gewerkt aan hun droom om magische innovatieve muziek te creëren. Afgaande op dit album mogen zij terecht meerstemmig zingen ‘alle revelations true and sublime will find their way into Art’. Bij hen is dat dus de muziek: het ‘Actors & Liars’ album, een hartverwarmend, optillend meesterwerkje.

Marcie

4 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • "Argumenten of feiten ? De tijd zal het leren Kees."

    Echt? Toch ga jij er al van uit dat hetgeen jij de hele tijd roept al vast staat. Argumenten daartegen negeer je gewoon, wel zo makkelijk.

  • Tja Jan Veerman. Mensen als jij hadden zo'n tijdslot natuurlijk ook kunnen opvullen met hun eeuwige wijsheid. Maar dat is natuurlijk niet zo makkelijk als vanaf de zijlijn boe-roepen.

  • Die bestaat dus niet... net als de waarheid... iedereen (en elke mediatekst) heeft zijn eigen werkelijkheid. Het blijven interpretaties.
    Daarom moet je elk nieuwsbericht toetsen.