Naar de inhoud

Regisseur Roesttheater voelt zich onterecht aangevallen

Bron: Hans Keijzer

Wij leven in een land waarin ieder mens die om wat voor reden dan ook een hekel aan je heeft aangifte tegen je kan doen van een verzonnen ‘misdaad.’ Zo moest ik uit Dagblad Waterland van 8 maart jl. vernemen dat er door het bestuur van Stichting Het Roesttheater aangifte tegen mij is gedaan wegens fraude en valsheid in geschriften. Altijd leuk om zo iets uit een krant te moeten vernemen.

Aangezien het hier om een zeer onzorgvuldige en eenzijdige berichtgeving gaat voel ik mij genoodzaakt om hierop te reageren. In eerste instantie probeerde het bestuur mij persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor het niet doorgaan van de productie ‘King Lear’, die door de spelersgroep niet meer gespeeld wilde worden en zodoende door het bestuur afgelast werd. Dit had dat moeten leiden tot een civiele procedure tegen mij, maar aangezien hiervoor een goed gefundeerde juridische basis waarschijnlijk ontbreekt omdat het bestuur te allen tijde zelf verantwoordelijk is voor zijn/haar beslissingen proberen zij mij nu via een strafrechtelijke procedure aan de schandpaal te nagelen.

In het gewraakte artikel in Dagblad Waterland wordt door bestuurslid Inna van den Hogen het volgende gezegd over de financiële afwikkeling: “Er was geen boekhouding, er zijn uitgaven gedaan waarvan wij niet wisten waarvoor. De artistiek leider weigerde het betaalpasje in te leveren….” Dat is nogal wat. En dit klinkt nogal grappig uit de mond van een penningmeester die op een bestuursvergadering te kennen gaf dat zij er niets voor voelt om een actief penningmeesterschap uit te voeren. Waarop in diezelfde bestuursvergadering door het voltallige bestuur werd besloten om mij een mandaat te geven inzake het beheer van de bankrekening.

Wat betreft de voor het bestuur onbekende uitgeven: Alle financiële transacties staan geregistreerd via het banksysteem en zijn er bonnen c.q. rekeningen aanwezig. (Wellicht is er een bonnetje van een pak koffie verloren geraakt). En het bankpasje heb ik op vrijdagmiddag 1 juli ter plekke aan de voorzitter gegeven, waar de betreffende penningmeester nota bene bij zat.

Later die middag kwam de voorzitter bij mij thuis om de map met alle bonnen en facturen op te halen en heb ik haar een Excel bestand gemaild met alle uitgaven gerangschikt per journaalpost. Een afgeronde boekhouding, zoals een eindbalans van alle uitgaven en inkomsten was inderdaad niet aanwezig. Immers de productie werd door het bestuur voortijdig stopgezet. En ik moest de spullen meteen inleveren, dus was er ook geen tijd om eerst een voorlopig eindoverzicht over te drage

Wel heb ik half januari van de bank een nieuw pinpasje ontvangen, simpel en alleen omdat de bankrekening, na een bestuurswisseling die acht maanden geleden had plaatsgevonden nog steeds op mijn naam stond. Toen de voorzitter dat pasje van mij opeiste heb ik gezegd: ‘Zorg eerst maar dat die rekening op een andere naam wordt overgezet.” Ik voelde mij nog steeds verantwoordelijk voor uitgaven die buiten mijn medeweten om gedaan zouden worden, zolang ik bij de bank stond ingeschreven als het enige contactpersoon van de stichting Het Roesttheater.

Waar zij mij uiteindelijk van beschuldigen, dus welke vorm van fraude of valsheid in geschriften is mij tot op de dag van vandaag nog steeds niet bekend.

De zaak is nu in handen van de recherche en ik zal binnenkort opgeroepen worden om verhoord te worden inzake het ‘oplichtingschandpaal’. Spannend. Ik kan het haast niet afwachten. Elke zaak heeft twee kanten en natuurlijk denken beide partijen dat ze gelijk hebben. Ik hoop alleen maar dat er nu een iets genuanceerder beeld is ontstaan inzake William Shakespeares ‘The battle of King Lear’.

Hans Keijzer, Het Roesttheater

Naschrift redactie:

Op 6 maart jongstleden is het faillissement uitgesproken van Stichting Het Roesttheater. Schuldeisers zijn gevraagd om eventuele vorderingen in te dienen bij de curator.

2 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Doe maar, ben ja van vóór Don Bosco of van daar na.
    Dat maakt in dit verband wel een verschil

  • Nog even een aanvulling, er is blijkbaar wel een oplossing aangeboden maar die is niet door de ouders aanvaard..