Maarten Ebbers speelt thuiswedstrijd in de PX en wint probleemloos
Maarten Ebbers won in 2009 zowel de jury- als de publieksprijs tijdens het ‘Leids Cabaretfestival’. Dan moet je toch wel wat in je mars hebben. Ebbers mocht dit donderdagavond 24 mei bewijzen in een afgeladen PX in Volendam. Hij trad daar op met z’n eerste avondvullende cabaretvoorstelling ‘Laat mij maar zitten’. Om direct met de deur in huis te vallen (hetgeen bij Maarten ook letterlijk mogelijk is omdat hij nu eenmaal in Edam woont): hij slaagde cum laude.
Ebbers heette iedereen welkom bij de 188e try-out van z’n voorstelling en vond het normaal dat er camera’s in de zaal stonden. “We zijn nu eenmaal in Volendam en daar hoort dat.” Soms hoor je in een elektrisch apparaat een los schroefje rammelen. Ondanks het losse schroefje werkt het apparaat toch. Het schroefje is dus overbodig. Maarten Ebbers voelt zich zo'n schroefje. Hij hobbelt wat met de rest van de wereld mee, zonder echt mee te doen. De maatschappij dat ben jij! “Maar ik toch niet alleen?”, vraagt Ebbers zich dan direct weer af.
Dolkomisch was het liedje ‘Een hondje met een trui’. Toen ik later op ‘De Dijk’ liep, hoorde ik zelfs nog iemand het refrein van dit liedje fluiten. Het rare gedoe van mensen die honden in een aparte tas meedragen (b.v. Paris Hilton), werd door Maarten simpel afgedaan met: “Je kunt toch ook z’n oren aan elkaar nieten, dan kun je hem zo tillen.”
Maarten vertelde dat hij aan het begin van de week zeven magnetronmaaltijden koopt zodat hij tijd kan besparen op koken. Ook koopt hij een fiets, want dat gaat sneller dan lopen. De tijd die hij zo overhoudt kan hij besteden aan het oplossen van ‘maatschappelijke kwesties’. Het is razend knap om te zien hoe Ebbers in een paar seconden kan overschakelen van absurde sketches over kabouters, eenden en zelfs een prei, naar wezenlijke levenskwesties, naar een protestsong over alle ellende die ‘de medemens’ veroorzaakt en een gevoelig liedje vol metaforen over een verbanddoos voor het leven, met b.v. een pleister tegen depressies en een hoestdrank voor een brok in je keel. Dit geeft ook precies weer waar de kracht van deze voorstelling ligt. Maarten heeft namelijk duidelijk een boodschap over de huidige maatschappij, die hij verpakt in hilarische sketches.
Ebbers liet zien ook heel muzikaal te zijn. Blues is duidelijk z’n grote liefde. Hij is niet alleen een begenadigd cabaretier, maar ook een prima zanger (z’n teksten geven echt stof tot nadenken) en een uitstekende gitarist. Hij bracht ook een ode aan luiheid. Maarten is namelijk aartslui. Een voorbeeld van z’n luiheid: “Als ik pedofiel was zou ik niet eens de puf hebben om zwemles te gaan geven.” Zijn conferences zijn grappig, z’n overdenkingen beeldend en soms vormt zich zo de mooiste poëzie.
Na de laatste confronterende teksten in het liedje ‘Laat het de smaak toch niet bederven’ constateerde Ebbers dat de stemming hierdoor een beetje ‘bedrukt’ was. Met een knipoog en een ander ritme werd hetzelfde liedje echter een onvervalste meezinger en een prima afsluiter. De hele zaal deed enthousiast mee, het publiek genoot en had een geweldige avond. Maarten was gewoon top!
Heb je de voorstelling gemist, dan krijg je nog één herkansing. Met liefst 3 camera’s en geluidsapparatuur was de VARA namelijk aanwezig om tv opnames te maken voor ‘Humor TV’. Hou de tv-gids dus goed in de gaten. Ik denk dat het geen jaren meer zal duren voor Maarten Ebbers z’n grote wens, optreden in ‘De Kleine Komedie’ zal waarmaken. Ebbers is namelijk een cabaretier/zanger die gezegend is met veel talent, die de lach aan z’n kont heeft en het ongetwijfeld nog ver zal brengen.
Joop Gijzen
