Wim Kuenen: “Ik ben een soort wandelende antenne” (foto)
Er zijn in deze wereld waarschijnlijk meer mensen met een baan waarvoor ze helemaal niet zijn opgeleid, dan dat dit wel het geval is. “Jij studeerde toch medicijnen? Waarom ben je dan nu verzekeringsconsulent? Het lijkt cliché, maar het komt veel meer voor dan je voor mogelijk houdt. Wat ook veel voor komt is dat mensen de stap niet durven te zetten om vol voor hun passie te gaan en voor veiligheid kiezen en blijven hangen in de zogenaamde ‘comfortzone’. Niets is immers fijner dan weten waar je aan toe bent. Toch? Kunstschilder Wim Kuenen denkt daar genuanceerd anders over.
Tenminste, daar kwam ik achter toen ik hem op een zomeravond op een terrasje bij de Harmonie sprak. Na jaren als huisschilder zijn brood te hebben verdiend en helaas te zijn afgekeurd door toedoen van langdurige contacten met vluchtige stoffen, geeft hij inmiddels alweer heel wat jaren inhoud aan zijn drang om schilderijen te maken, waarin hij soms een boodschap verwerkt en andere keren geheel los gaat en wel ziet waar hij uit komt. Op de site http://prema.exto.nl is te zien dat Wim indrukwekkend werk maakt. In een volgend gesprek kwam ik meer over Wim en zijn werk aan de weet.
Vanaf wanneer wist jij dat je wilde tekenen of schilderen?
Vanaf mijn vierde. Wij waren thuis met z’n tienen en Wimpie was een vreselijk doenig ventje waar iedereen zich aan stoorde. Brak bij wijze van spreken het huis af. Tegenwoordig noemen ze het ADHD en waarschijnlijk waren die vier letters ook op mij van toepassing en misschien waren er nog wel veel meer letters nodig om mij te duiden. De enige manier – zo ontdekte mijn moeder – om mij rustig te krijgen was door mij een potlood en een vel papier in de handen te drukken. Ik sloeg direct aan het schetsen en dat is nooit meer gestopt.
Je zou denken dat jij bij uitstek geschikt was voor een opleiding op een kunstacademie?
Volgens mijn hoofdmeester op de lagere school ook. Daar stak mijn moeder echter een stok voor. Het was bij ons armoe troef en elke gulden die binnen werd gebracht was zeer welkom. Indertijd bestond het beeld dat een kunstenaar in armoede leeft en alles doet wat God verboden heeft en dat was voor mijn moeder meer dan voldoende om vol op de rem te trappen. Ik werd op mijn 16e huisschilder in Edam en dat ben ik – behoudens enige omzwervingen en een uitstap naar het Gemeentelijk Vervoersbedrijf van Amsterdam - tot mijn 50e gebleven.
Het moet tussentijds flink geknaagd hebben
Dat deed het zeker. Rond mijn 30e jaar liep ik dan ook helemaal vast. Ik zag het als huisschilder niet meer zitten en stond op het punt om een beurs aan te vragen voor de Academie voor Beeldende Kunsten, maar trok die terug toen tegelijkertijd bekend werd dat de BKR-regeling werd afgeschaft. Dat zou mij als echtgenoot en vader wel in een erg kwetsbare situatie kunnen brengen. Ik besloot om doordeweeks te werken als huisschilder en mij in het weekeinde in het kunst schilderen te storten. Helaas had ik ook een andere hobby in de vorm van postduiven en die bezigheid was dermate tijdrovend dat het schilderen wederom aan het kortste eind trok.
Uiteindelijk zou het tot mijn 50e duren voordat het roer om ging, al was de manier waarop onvoorzien.
Wat was het laatste duwtje?
Ik kreeg een burnout en raakte ook nog afgekeurd door de gevolgen van langdurige contacten met vluchtige stoffen. Bij de gemeente Amsterdam had ik in de spuiterij voor trams en bussen gewerkt en dat was dermate beroerd voor mijn conditie, dat ik werd afgekeurd. Plotseling beschikte ik over een zee van tijd, maar daar word je gedurende een burnout echt niet wijzer van. Mijn dochter heeft mij uiteindelijk een schildersezel gegeven en gezegd; “Pa het is tijd om te gaan schilderen!”. Voordat ik daar echt mee begon was ik eerst van start gegaan met het schetsen van mijn leven in beeldvorm. Van jochie tot volwassen vent. Uiteindelijk had ik bij de schets van mijn 33e levensjaar het gevoel dat ik aan een volgende stap toe was. Daar bovenop kwam nog eens een heel indringende spirituele ervaring waardoor ik echt het gevoel kreeg dat ik de wereld weer aan kon en dat het tijd werd om de penselen ter hand te nemen.
Je hanteert bij het schilderen een bijzondere techniek
Ik ben hierbij geïnspireerd door Herman Smorenburg. Hij is een meester in het fijnschilderwerk. Hierbij gaat hij als volgt te werk. Eerst zet je de contouren in sepia op het doek, daarna gaat er een transparante laag overheen waarmee lichte en donkere vlakken extra worden aangezet en tot slot voeg je er de kleuren aan toe. De techniek dateert uit 1432 toen de Belgische gebroeders van Eyck hiermee het altaarstuk ‘Het Lam Gods’ maakten. Toen ik het werk van Smorenburg voor het eerst zag dacht ik; “ik stop!”. Het was verbluffend. Prachtige surrealistische stukken waarin spiritualiteit en symboliek een belangrijke plek innemen. Ik besloot contact met hem op te nemen voor lessen, maar dat zag hij eerst niet zitten. Hij stelde voor dat ik iets van mijn werk aan hem zou laten zien. Ik dus naar Alkmaar waar ik werd ontvangen met de legendarische opsteker; “nu begint het pas”. Gelukkig vond hij mijn werk dermate interessant dat hij mij de fijne kneepjes heeft bijgebracht en hebben wij een fijne vriendschap ontwikkeld. Wij exposeren ook regelmatig gezamenlijk. Laatst nog in Nibbixwoud en straks exposeer ik in Münster in Duitsland.
Waardoor laat jij je inspireren?
Ik ben een soort wandelende antenne. Onbewust pik ik dingen op waarvan ik denk “daar kan ik iets mee”. Ik noteer ze, schets ze, leg ze opzij en als ik het gevoel heb dat het ei moet worden gelegd ga ik aan de slag. Meestal is dat aan het begin van de herfst en ben ik toch gauw een kleine 6 maanden bezig de ideeën uit te werken in één schilderij. Fijnschilderkunst is tijdrovend.
Vermoeiend werk?
Wanneer ik de laatste penseelstreek heb gezet ben ik helemaal leeg. Fysiek en mentaal totaal opperdepop.
Zit er een bepaalde ontwikkeling in je schilderwerk?
Jazeker. Vroeger was het spiritueel werk wat enigszins boven de grond zweefde, tegenwoordig is het deels spiritueel en met beide voeten in de aarde. Ik probeer ook telkens verrassende elementen toe te voegen die voor verschillende interpretaties kunnen zorgen.
Het werk ‘Levana’ zou je hier een boeiend voorbeeld van kunnen noemen?
Dat is het zeker. Het is in opdracht gemaakt en stelt Levana de beschermvrouwe van kinderen voor. Zij spreidt haar armen uit ter bescherming voor het jongetje en het meisje. Het jongetje neemt het meisje weer ter hand voor het maken van een drietal belangrijke levensstappen. Ganzen wachten altijd op een soortgenoot die door ziekte of vermoeidheid op de grond neerstrijken en vertrekken pas als deze genezen, uitgerust of dood is. In de verte is in mijn werken altijd weer het licht te zien wat veiligheid en levenslust symboliseert.
Wat dat licht betreft, ‘Guided by Light’ is ook zo’n prachtig voorbeeld. Hoe kwam dat tot stand?
De oude man die je in dit werk ziet met die lichtbol in z’n hand is Pieter Sloots. Ik zag hem ooit eens in Edam rondwandelen en werd getroffen door zijn karakteristiek gezicht. Ik heb uiteindelijk de stoute schoenen aangetrokken en hem en z’n dochter Maartje gevraagd of ik wat foto’s van hem mocht maken zodat ik die kon gebruiken bij nieuwe werken die ik in gedachten had. Hoewel z’n gezondheid toen al te wensen over liet bleek het geen enkel bezwaar. Uiteindelijk heb ik een aantal foto’s van hem gemaakt in staande, liggende en zittende posities. In ‘Guided by Light’ ligt de nadruk er op om wanhopige mensen te laten zien dat je vanuit donkere situaties altijd weer de mogelijkheid hebt om in het licht te geraken. Als je maar bereid bent het jouw gids te volgen.
In jouw werk komt goed naar voren dat je over het leven nadenkt. Wat is jouw levensvisie?
Die is vrij eenvoudig: ‘leef’! Heel veel mensen vergeten te leven, zijn egocentrisch, vergeten vriendschappen op waarde te schatten en fatsoenlijk te onderhouden, aanschouwen het leven door een koker en komen er pas op het moment dat hun tijd is gekomen achter, dat ze wel heel erg veel zijn vergeten te doen tijdens hun levensloop. Ik besef donders goed dat er op onze aardbol 6 miljard waarheden zijn, maar dat je waar mogelijk moet genieten van de tijd die je krijgt ja, dat geldt voor iedereen.