Naar de inhoud

"De detailhandel, de kleinere winkels, draai je de nek om door op zondag te winkelen’

Bron: NRC Next

Dat winkels op zondag open zijn is vooral de christelijke partijen een doorn in het oog. Zij hechten aan één dag rust in de week. Maar in dit debat voeren zij ook andere argumenten aan. Kleine ondernemers zouden op zondag helemaal niet open willen, omdat het ze veel te weinig zou opleveren. Sterker, koopzondag „draait ze de nek om”. Dat zei CDA’er Mona Keijzer op 16 augustus in het EO-programma Knevel en Van den Brink. Klopt het?

Een belangrijke trend in de detailhandel is schaalvergroting. Het aantal winkels in Nederland daalt, terwijl het aantal vierkante meters vloeroppervlak stijgt. De gemiddelde winkel is nu 260 vierkante meter, zeven keer zo groot als in de jaren zestig, constateerde het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar. En dus is ook het aantal kleine winkels sterk afgenomen.

Een van de oorzaken is ‘filialisering’. Grootwinkelbedrijven kregen de afgelopen decennia meer macht, mede door internationale overnames, en bedongen lagere inkoopprijzen door de aanschaf van grote volumes. Grote winkels gingen de stadscentra domineren en in de buitenwijken lieten gemeenten de bouw van meubelboulevards toe. Ook veranderend koopgedrag – consumenten willen ‘herkenbaarheid’ – speelt mogelijk een rol. Daarnaast is de concurrentie van webwinkels steeds groter.

Ergens in dit krachtenveld zou dus ook verruiming van de openingstijden een rol spelen. Door de winkeltijdenwet, aangenomen in 1996, mochten gemeenten zelf bepalen wanneer winkels open zijn tussen half zeven ’s ochtends en tien uur ’s avonds. De wet staat maximaal twaalf koopzondagen per jaar toe en in gemeenten met een ‘toeristisch gebied’ meer koopzondagen.

Volgens het rapport Evaluatie Winkeltijdenwet 2006 in opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft ook verruiming van de openingstijden bijgedragen aan het proces van schaalvergroting. Grote bedrijven hebben beter kunnen inspelen op de mogelijkheden van meer openingsuren dan kleine bedrijven. Grote bedrijven zeggen significant vaker dat hun omzet als gevolg van de wet is gegroeid. Ook zijn zij beter in staat hun ‘personele planning’ op orde te brengen en staan ze positiever tegenover verdere verruiming. Van de grote bedrijven zegt 64 procent dat ze door koopzondag zijn gegroeid. Van het midden- en kleinbedrijf zegt 80 procent dat koopzondag niet heeft geleid tot groei.

Verruiming van de winkeltijden heeft zelfs een negatief effect op de omzet van kleine winkels, zegt Bart Nooteboom, hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg. De extra omzet die verruiming van de tijden oplevert, valt tegen: mensen gaan niet opeens meer kopen dan ze nodig hebben. Tegelijkertijd zijn de arbeidskosten bij verruiming voor kleine winkels hoger dan voor grote winkels: in een kleine winkel moet altijd iemand achter de kassa zitten, ook als er geen klanten zijn. Een grote winkel heeft relatief meer klanten en kan personeel, vaak parttimers, effectiever en flexibeler inzetten. Daarnaast trekken mensen op koopzondag naar grote winkels in de stadscentra, waardoor omzet bij kleinere winkels daarbuiten wordt ‘weggezogen’.

Dat verruiming van de winkeltijden een negatief effect heeft (gehad) blijkt uit CBS-cijfers over het aantal winkels tussen 1993 en 1999. Dat aantal daalde sterker vanaf 1995 – een jaar voor invoering de winkeltijdenwet – en daalde nóg iets sterker tussen 1996 en 1999 – net na invoering. Of dat effect heeft doorgezet is niet bekend. Evenmin is bekend of het effect vooral komt door verlenging van de openingstijden of door invoering van de koopzondag.

Er is dus een negatief effect van verruiming van de openingstijden op de omzet van kleine winkels. Onduidelijk is echter hoe groot dit effect is in verhouding tot andere invloeden als schaalvergroting en de opkomst van de webwinkel. Om te stellen dat koopzondag kleine ondernemers „de nek omdraait” is daarom wel erg sterk uitgedrukt. next.checkt beoordeelt de stelling als: half waar.

12 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • PWN suggereert hier dat alleen in het najaar van 2010 troebelheid in het water voorkwam. Zijn jullie de vorige 9 jaar vergeten? Wat een snelle reactie! Een klein deel van Volendam klopt ook niet. We hebben melding van de Schippergracht die ook al een aantal jaren last heeft net als het middengebied en blokgouw 7 en 8. Dit is niet een klein deel van Volendam. We moeten zuinig zijn met water, vooral in de zomermaanden. Vooral in de zomermaanden wordt het water altijd erg vies omdat het dan warmer wordt gaat het sediment zich vermeerderen. Vooral in de zomermaanden moet PWN heel veel spoelen omdat het water zo smerig is. Ons kostbare water. Al 8 jaar lang spoelt PWN miljoenen liters water in de put.

  • En op een bouwvergunning zijn jarenlange bezwaren procedures mogelijk. Tenzij de wethouder VD|80 al heeft geregeld in het bestemmingsplan Volendam dat het bouwplan volledig past in het net vastgestelde bestemmingsplan. Want dan zijn bezwaarmakers nu al te laat.

  • Niet iedereen heeft net als Jan Tuyp een eigen vliegtuig.
    Ik vind het wel van lef getuigen om een fototoestel aan een vlieger te knopen.
    Ik kan me nog van "vroeger" herinneren dat vliegers soms heel snel, heel hard naar beneden kunnen komen en als de vlieger dit zelf al niet overleeft, dan overleeft een camera dit zeer zeker niet.

  • Ja, en? Mag dat niet, meldt dat dan. Anders is deze politie-tweet niet relevant en dus had de agent z'n tijd beter kunnen besteden. :roll:

  • Tegenover de vrijheid zit ook een "zongebronsde" meneer in oud Volendamsch kostuum, hij zit hier al tijden en lijkt zijn plaats nooit te verlaten

  • Plan van de oppositie klinkt beter dan de tijdelijke afrit, lijkt mij dan tenminste. Pendeldienst ipv een tunnel of een afrit kost zo te lezen een stuk minder (voor ons) en zo is ook een groter stuk van het Noordeinde veiliger dan alleen het stuk tussen Spaander en Van Diepen.