De binnenkant van Jan Smit (foto's)
Jan Smit is 26 jaar. Maar hij brengt volgende week een biografie uit om zijn al vijftien jaar durende carrière te vieren. „Ik heb het verhaal verteld aan een huisvriend, Eddy Veerman, die sinds het begin bij ons over de vloer komt. Toen ik elf was, schreef hij het fanboekje al. Als ik het dan nu teruglees, besef ik dat we echt heftige dingen hebben meegemaakt. Dit is het eerlijke verhaal over de binnenkant van Jan Smit.” Samen met Jan kijken wij alvast exclusief door het boek
Liza en Jan kenden elkaar al jaren. „Dit is een oude foto. Onze Volendamse families gingen met elkaar op vakantie. Maar zij was onbereikbaar. Twee jaar ouder. Ik ben tien jaar verliefd op haar geweest.”
Jan Smit werd zijn hele carrière als kindster in zijn wang geknepen. „Er kwam een tijd dat ik er genoeg van had schattig gevonden te worden. Zelfs Julio Iglesias deed het.”
Gespierd, zwart haar dito bril zit Jan Smit in de vergaderzaal van het Volendamse kantoor. Over een uur gaat hij de clip opnemen voor de film het bombardement waarin hij de hoofdrol speelt. „Sta je op de set naast Monic Hendrix, zij heeft wel vier gouden kalveren gewonnen, hè. Daar word je heel bescheiden van.” De sympathieke Volendammer neemt in het geheim van de Smit geen blad voor de mond. Het gaat van de stalker waar hij in Duitsland last van had, tot een periode van achtervolgingswaan, tot zijn liefdesleven.
Het begon toen Jan nog Jantje was met een enorme carrière als kindster in Duitsland. Hij lacht: „Mijn publiek in Duitsland bestond voornamelijk uit oudere vrouwen, die allemaal in mijn wang knepen. Of ik werd aan hun borst gedrukt, geknuffeld, verdween in hun oksel. De geur van eau de cologne 4711. Aloys, de zoon van Jaap, mijn manager, reisde vaak mee. Hij is net ietsje ouder dan ik. Ik was uiteindelijk 17, hij 22. Ik keek hem wel eens wanhopig aan. Heluppp. Zelfs Julio Iglesias kneep in mijn wang. Er komt een tijd dat je genoeg hebt van dat schattig zijn.”
„Ik reed honderdduizenden kilometers door Duitsland met Jaap. Ik las nu pas in het boek, waarin ook anderen over die tijd aan het woord komen, hoe vervelend het moet zijn geweest dat alles thuis in Volendam om mij draaide. Jenny en Monique hebben daar beslist last van gehad.”
„Voor mezelf werd het echt te gek toen ik weer in Nederland terug was. Ik was weggegaan als jongentje van 13 en ik maakte mijn rentree als jonge man van 18. Het album kwam uit met Laura en Als de nacht verdwijnt en op televisie gingen we de reallifesoap doen. Ik werd eigenlijk met de week beroemder, kreeg opeens erkenning in mijn eigen land en dat is toch eigenlijk waar je naar verlangt. Ik was kindster af en dat was superprettig om mee te maken.” In het boek zegt Jan: ’De adoratie nam soms extreme vormen aan. Nuchtere mensen als wij zijn, moesten we er wel eens om lachen. Maar het was zo nu en dan ook een beetje eng. We maakten vaak foto’s, omdat pas thuis het besef kwam van wat we nu weer hadden meegemaakt. Dan zag je dat het toch echt waar was. Natuurlijk vond ik al die aandacht stoer. Ik voelde me af en toe compleet the king. Of ik even mijn handtekening op een borst wilde zetten. „Ja hoor, haal er maar eentje uit!” Dat is echt leuk werk als je twintig bent. Dan schreef ik ’Veel liefs van Jan Smit’. Met een benzinestift, dat krijg je er in weken niet af. Leg dat thuis maar eens uit aan je vriendje!’
De zanger schatert: „Ik probeerde zo lang mogelijk te schrijven. Veel liefs van Johan-nes Hen-ri-cus… ” Jan kreeg in die tijd ook voor het eerst slipjes naar zijn hoofd gegooid tijdens optredens.
„Er is een theater in Naaldwijk, Teejater heet dat, en daar hadden ze er een sport van gemaakt. Als ik daar optrad, bombardeerden ze me met slipjes. Vijftig of zo. Hadden ze een hele bak bij de Hema gekocht. Ik heb daar een spijker aan de muur met afblijven eronder geschilderd. Daar hangen mijn strings aan.” Hij lacht weer: „Wolter Kroes heeft daar ook een spijkertje. Daar hangen er een stuk minder aan.” Jan Smit, die intussen natuurlijk ook getrouwd is met stadsgenoot Liza en trotse vader, vertelt: „In de loop van de tijd ging dat weer over. En ik ben er nu al twee jaar niet geweest. Maar toen was dat wel genieten.”
Krankzinnig
Het was de periode dat Jan, zoals hij dat zelf zo mooi zegt, zich in zijn eentje the Beatles voelde. „We deden 400 optredens per jaar. Dat zijn er 200 te veel om leuk te blijven. Nu doen we er 150 en dan in grotere locaties. Het was echt een krankzinnige tijd. Dan had ik beveiliging en zo. Ome Cor in de auto om me overal naar binnen te loodsen. Maar ik was nergens veilig voor mijn gevoel. Zelfs achter de schermen ging ik met mensen op de foto en liep handtekeningen uit te delen. Dat werd te veel.” In het geheim van de Smit : ’...Dat je je heil zoekt in drank en misschien drugs, om te ontsnappen aan het hoge verwachtingspatroon van je fans en je omgeving. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Op een gegeven moment was ik zelf aan de beurt. De gekte werd steeds gekker, ik moest onder politie-escorte een dorp of stad binnenrijden. Overal duwende mensen om je heen, dertig meter naar de ingang in vijftien minuten. Ik had er steeds mijn schouders over opgehaald, maar op een dag greep het me bij de strot. Ik wist zeker dat ik werd achtervolgd. Ik durfde niet meer naar buiten. Omdat ik werd achtervolgd! Drie maanden lang slikte ik lorazepam, een medicijn om angstgevoelens te onderdrukken. Die werden veroorzaakt doordat ik voortdurend werd belaagd door mensen.’
„Ging ik in Volendam brood halen voor mijn moeder bij de bakker en dan nog wilde er iemand met me op de foto. Ik heb er toen nooit over gepraat, alleen Jaap wist het, maar ik heb er echt last van gehad. Niet op het podium, maar dan bleef ik de rest van de dag het liefst binnen in bed. Ik ben gelukkig niet verslavingsgevoelig. Maar wat ik toen meemaakte leek op wat wereldsterren als Britney Spears of Lady Gaga nu wel eens meemaken. Hordes fans achter je aan, paparazzi. Ik begrijp dat dat soort mensen wel eens grijpt naar alcohol of drugs omdat ze denken dat die rust geven.”
Pepperspray
In zijn tijd als kindster in Duitsland is Jan drie jaar lang gestalkt door een groepering die, zo omschrijft manager Jaap Buys, niet wilde dat buitenlanders geld verdienden bij onze oosterburen. Jaap: „Dat heeft een jongen die eruit was gestapt mij destijds verteld. Het was een angstige periode. Ik reed met pepperspray in mijn auto.”
’Het begon ergens onderweg. Stonden alle vier de banden van onze auto leeg. Lek gestoken. Een mafkees, denk je dan. Waarschijnlijk niet eens persoonlijk bedoeld. Maar korte tijd later, heel ergens anders in Duitsland, gebeurde het weer. En nog een paar keer. Vervolgens werden we gebeld door een Duitssprekende man. En niet alleen wij, ook mijn ouders, mijn oma, de buren. Aloys kreeg die man vrijwel dagelijks aan de lijn. „Vandaag naar Rostock?” vroeg hij dan. „Ik ben er al, hoor!” In het begin schrik je enorm. Want hij sprak dreigende taal: „Ik schiet Jantje dood”, of „Ik rijd over hem heen”. Het zal wel door mijn leeftijd komen, dat ik er zelf laconiek mee omging. Totdat we een akkefietje hadden met vergiftigde chocolade…’
Jan vertelt: „We kregen vaak van die Milka repen van fans. Werden we opeens gewaarschuwd voor een vergiftigde partij. Mensen gearresteerd, twee kinderen erbij. Was er niks fout met die chocolade. Vanaf die tijd gooiden we gegeven etenswaar wel weg. En dat een lid van een Oostenrijkse band met een messteek in zijn nek dood werd gevonden. Toen werd het beangstigend.” Jaap: „Of toen een mooi meisje een valse mail kreeg van zogenaamd Jan Smit of ze zich in een hotelkamer in Wiesbaden wilde melden. Daar is de Kriminalpolizei toen nog op af geweest. Gelukkig dat we door de moeder van dat kind op die mail werden gewezen. Anders was ze vast verkracht.”
Jan is intussen al twee keer aan zijn stembanden geopereerd. Een keer om aangeboren groeven dicht te maken. „Daar zijn mijn zussen ook aan geholpen. De arts zei toen dat ik al jaren de marathon liep met een gebroken been.” En een keer om een poliep weg te halen.
’Intussen liep het aantal gecancelde optredens op tot zo’n 25. Wanneer het echt niet anders kon, bijvoorbeeld bij een optreden in de RAI voor 10.000 man, liet ik een spuit in mijn keel zetten. Zoiets afzeggen zou ons een ton gekost hebben. Vergelijk het met een voetballer in de Champions League – die doet dat ook gewoon. Ook al wist ik dat ik me in de dagen erna beroerd zou voelen door de prednison die ik toegediend had gekregen.’ ’Uiteindelijk zou – ik zeg het met een knipoog – André Hazes mij de das omdoen. In Siddeburen zong ik tijdens Schanspop zijn klassieker ’Zij gelooft in mij’. Ik schoot de lucht in… en toen verdween mijn stem in het ravijn…’ En dan is er nog de veelbesproken relatie die de bekende Volendammer had met Yolanthe Cabau van Kasbergen. Een tijd die werd afgesloten toen zij met Wesley Snijder verder ging.
Voetbalvrouw
In het boek staat een veelzeggend letterlijk verslag van een tv-uitzending met Bridget Maasland in het kader van Bridget’s Triangle (2004), dat voor de verhouding plaatsvond:
’We reisden voor dat BNN-programma enkele dagen door de Verenigde Staten. Ik was toen niet anders dan nu, misschien iets onbevangener en daardoor wat rapper van tong. Bridget zag in mij een potentieel tieneridool. In een interview dat ze met me had vroeg ze me naar de liefde. Bridget: „Hoe zit dat met dat meisje? Dat meisje dat er ooit moet komen? Je bent achttien, je verdient goed. Je woont nog bij je ouders, dat is misschien een beetje jammer.” Ik: „Wat is daar nou mis mee? Dat meisje komt wel, hoor.” Bridget: „Je moet maar op een Volendamse verliefd worden, anders wordt het helemaal niks. Niet zo’n voetbalvrouw die al je geld gaat uitgeven.” Ik: „Moet ze je creditcard hebben. Ik zo veel jaar hard werken en dan komt er zo’n vrouw die je kaal gaat plukken. Dat gaat ’m niet worden”, zeg ik, terwijl ik op mijn voorhoofd wijs…’
Jan nu over zijn tijd met Yo: „Het beste wat ik erover kan zeggen is dat het een leerzame periode in mijn leven is geweest. Om te weten hoe ik het niet wilde.”

