Verdachte bejaarde Volendammer 'wist niks' van drugshandel vanuit zijn huis
„Ik weet er allemaal niks van", zei Jan V. (71) uit Volendam gisteren voor de Haarlemse rechtbank, waar hij terechtstond voor drugshandel en het bezit van cocaïne en amfetamine. Officier van justitie Anne Peters geloofde daar niets van en eiste als forse waarschuwing een voorwaardelijke straf van negen maanden cel.
De politie viel 25 maart vorig jaar de woning van V. binnen, nadat buurtbewoners hadden geklaagd dat er geregeld drugsgebruikers bij de bejaarde Volendammer over de vloer kwamen. Dat zorgde volgens hen voor overlast. In de woning vond de politie in de koelkast een wikkel met harddrugs en elders amfetamine. Ook lagen er spullen om cocaïne mee te versnijden. Jan V. waste zijn handen gisteren in onschuld. „Ik heb helemaal niks gezien."
De Volendammer gaf wel toe dat er regelmatig drie Marokkaanse jongeren bij hem langskwamen. Ze dronken koffie of cola bij hem en gingen dan weer weg. „Maar ook bij hen heb ik nooit gezien dat ze in drugs deden", zo zei V. tegen de rechtbank. Eén van die jongeren, de 23jarige Yassine R. uit Edam, moest gisteren ook terechtstaan, maar zijn proces is uitgesteld. Volgens V. maakten zijn bezoekers volop gebruik van zijn huis zonder dat hij er veel invloed op had. „Ik kon niet op of neer door de reuma."
Rechtbankvoorzitter Jansen las enkele telefoongesprekken voor, waaruit zou blijken dat de Volendammer wel degelijk begreep dat er vanuit zijn woning in drugs werd gehandeld. De verdachte bleef er echter bij dat hij het zich niet kon herinneren. „Het is ook zo'n tijd geleden."
Officier Peters vond dat niet geloofwaardig. Zij wees erop dat de Volendammer zich nog wel onschuldige zaken herinnerde, maar zodra de beschuldigingen aan de orde kwamen, hij niet thuis gaf. De aanklaagster stelde helder dat V. niet de hoofdrolspeler is geweest van de drugshandel, maar dat hij wel zijn huis beschikbaar heeft gesteld. Peters noemde het positief dat de overlast in de buurt is gestopt.
Advocaat Bob Tijkotte pleitte voor vrijspraak. Volgens hem is er geen hard bewijs dat de Volendammer daadwerkelijk aan de handel heeft meegedaan. De raadsman wees erop dat de woning van V. als een soort clubhuis werd gebruikt, waar de bewoner zelf geen enkele grip op had.
De rechtbank doet 7 november uitspraak.