Naar de inhoud

Orthopeed de Bruin kon niet aangepakt worden

Bron: NHD

Het Medisch Tuchtcollege moest orthopeed Cees de Bruin van het Waterland-ziekenhuis wel vrijspreken voor nalatig medisch handelen. Simpelweg omdat er voor een door hem gehanteerde operatiemethode geen richtlijnen zijn waaraan getoetst kon worden of hij goede of foute keuzes maakte. De Inspectie voor de Gezondheidszorg eist dat die richtlijnen er eind volgend jaar liggen.

De voormalige orthopeed werd door de tuchtrechters berispt en gewaarschuwd. Omdat er van alles mankeerde aan zijn dossiervorming, de informatievoorziening aan patiënten en de verleende nazorg. Maar de tuchtrechters moesten alle klachten over het werk van De Bruin aan de operatietafel ongegrond verklaren. En ook de door vijf patiënten ingeschakelde Inspectie voor de Gezondheidszorg stond bij de beoordeling van het medisch-technisch handelen door de orthopeed met lege handen, zo blijkt uit een deze week verschenen rapport.

De taak is complex, verzucht de inspectie in het rapport over De Bruin. En dan gaat het om de operaties die de orthopeed uitvoerde bij degeneratieve wervel-kolomafwijkingen, zoals een door slijtage ontstane hernia. „Voor deze behandeling bestaat namelijk geen richtlijn die omschrijft waar gestelde diagnoses en medisch-technisch handelen aan moeten voldoen", schrijft de inspectie.

De orthopeed koos vaak voor de zogenaamde Dynesys stabilisatie. Dat is een operatie waarbij twee of meerdere wervels aan elkaar worden vastgemaakt door middel van enkele schroeven. De schroeven worden onderling verbonden met flexibele afstandhouders die de nodige ruimte tussen de wervels behouden, zodat uittredende zenuwen niet meer bekneld (hernia) kunnen raken.

Tijdens de behandeling door het tuchtcollege gaven de opgevoerde experts uiteenlopende oordelen over het medisch-technisch handelen van De Bruin. De ene orthopeed was ronduit negatief, terwijl de ander zeer positief oordeelde en een derde er op onderdelen weer een andere mening op nahield. Dat de meningen over de door hem gekozen methode verdeeld waren, had De Bruin overigens aan zijn patiënten moeten melden, maar dat liet hij - verwijtbaar - na.

Het is in de medische wereld een goed gebruik om protocollen en richtlijnen te formuleren voor diagnostiek en de behandeling waarvoor vervolgens gekozen kan worden. Op die manier wordt een wildgroei aan behandelingen tegen gegaan. En is toetsing achteraf bij complicaties en klachten mogelijk. Maar de Nederlandse Orthopaedische Vereniging en de Dutch Spine Society hadden dat als beroepsverenigingen voor deze ingreep niet gedaan.

Inmiddels hebben de beroepsverenigingen besloten van die richtlijnen wel werk te gaan maken. De IGZ ziet erop toe dat dit ook daadwerkelijk gebeurt en wil voor 31 december 2013 resultaat zien.

Tot dat moment kan noch de tuchtrechter, noch de Inspectie voor de Gezondheidszorg een oordeel vellen over het medisch-technisch handelen van De Bruin en orthopeden die soortgelijke operaties uitvoeren.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.