Naar de inhoud

Cabaretier Jasper van Kuijk: ‘Mensen zijn zo slim als wat je ze voorschotelt’

Bron: Club- en Buurthuiswerk

door Jorinde Hanse

Cabaretier Jasper van Kuijk zoekt de grap achter het verhaal

Met de winst van de jury- én de publieksprijs van Cameretten 2010 ligt de wereld aan zijn voeten. Of tenminste, het publiek. Met de rest van de wereld heeft cabaretier Jasper van Kuijk nog wel een appeltje te schillen. Zijn nieuwste programma ‘‘t Kan Nie Op’ is volgens de Volkskrant ‘een spannend en geloofwaardig pleidooi tegen versimpeling en animatie. (…) Zijn programma vol schrijnende humor zit goed in elkaar.

De opsluiting vormt een mooie rode draad en zijn actuele bespiegelingen getuigen van sterk persoonlijk en maatschappelijk engagement.’ De jury van Cameretten roemt vooral ‘zijn prettige podiumpersoonlijkheid, de poëtische kracht van zijn teksten, zijn aangenaam hese zangstem, maar bovenal zijn ijzersterke actuele thematiek’. De komende maanden speelt Jasper van Kuijk in theaters door het hele land. Momenteel werkt hij zijn programma uit tot een avondvullende voorstelling.

Waar gaat je programma over?

“Het uitgangspunt van mijn programma is eigenlijk een ‘wat als’. Wat zou er met je gebeuren als je de wereld alleen bekijkt via je televisiescherm? Het draait uiteindelijk allemaal om een man die huisarrest heeft, omdat hij een klachtenbrief heeft gestuurd naar het journaal. Die brief is – helaas voor hem - geïnterpreteerd als dreigbrief. Terwijl hij zijn dagen slijt binnen zijn vier muren, kan hij niks anders dan tv kijken. En dan wordt je wereldbeeld wel erg verwrongen.”

Vanwaar deze fascinatie?

“’t Is meer dat ik me over dingen kan verbazen. Dan zie ik een verslaggever van het journaal in Alphen aan de Rijn, waar net die beruchte schietpartij heeft plaatsgevonden en dan vragen ze vanuit de studio: ‘Hoe is de sfeer daar?’. Als ik eenmaal zoiets heb gezien, laat het me niet meer los; het fascineert me. Ik vind het leuk om te zoeken naar wat er niet klopt. Kan me er soms ook geweldig druk over maken. En daar blijkt humor in te zitten. Ik heb niet de illusie dat ik de wereld verander, maar ik kan wel kijken wat er gebeurt als ik hem te lijf ga met vergrootglas en lachgas.”

Behoorlijk geëngageerd. Een beetje cabaretier anno 2012 praat toch vooral over zichzelf?

“Persoonlijk cabaret is leuk, maar het is niet wat ik maak. De oorsprong van cabaret is mensen een spiegel voorhouden. Dat kan zijn op het persoonlijke vlak: hoe gaan we als individuen met elkaar om? Maar ook: hoe steekt de wereld waarin we ons bewegen in elkaar? Waar schuurt het? Waar klopt het niet? Dat is wat ik maak. Ik begin met wat ik wil vertellen en dan zoek ik naar de grap. Het is niet geëngageerd met het geheven vingertje, het gáát gewoon ergens over. Waarom doen we de dingen die we doen?

We denderen als samenleving als een soort Thelma & Louise af op de afgrond. En dat is prima, maar dan is het wel zo leuk om af en toe even uit te stappen en van een afstandje te kijken naar wat we nou eigenlijk aan het doen zijn, erom lachen en dan weer instappen. De wereld verandert niet doordat ik grappen maak, maar dan kunnen we er in elk geval even om lachen. Het zoeken naar de dualiteit van de diepere laag en de lach, dat is mijn verslaving.”

Intelligent cabaret dus, maar wel grappig.

“Ja. De wereld via de televisie is te simpel geworden. Het NOS Journaal brengt het nieuws zo licht, dat iedereen het snapt, maar ik ben niet debiel. En ik vind het juist leuk om uitgedaagd te worden. Als ik een artikel lees in de New York Times dat ik te lang vind, haak ik vaak voor het einde af. Maar dat is dan in ieder geval mijn keuze en niet die van het medium.”

En vindt het publiek dat ook grappig?

“Cabaret heeft try-outs nodig om grappen op een publiek uit te proberen. Eerst test ik ze op een vriend uit mijn vroegere cabaretgroep Delfts Blok, later op open podia en tijdens try-outs. Belangrijk is dat je je publiek niet onderschat; mensen zijn zo slim als wat je ze voorschotelt. En wat ik zelf prettig vind, doe ik ook met anderen: ik daag ze uit. Ik wil allereerst dat mensen een leuke avond hebben en ten tweede naderhand ook nog eens denken: ‘O ja, daar had die Van Kuijk het over.’

Over Delfts Blok: daar begon jouw carrière als cabaretier.

“We waren een groepje van elf Delftse studenten dat meedeed aan een cursus kleinkunst van regisseur Pim Alten – die grote van Buurman & Buurman. Dat beviel zo goed, dat we ermee door gingen. We deden vooral veel sketches. Iedereen deed gewoon waar hij goed in was. Ik was van de tirades. Na onze studies viel dat stil, maar na een jaar begon het weer te jeuken, ik wilde het podium weer op.”

Naar het open podium dus?

“Ja, de Open Bak in Amsterdam. Doodeng, want ik had helemaal geen programma. Ik had geen idee hoe ik een verhaal of grap moest brengen, het was meer lef dan tekst. Ik kocht het boekje ‘Step by step to stand-up comedy’ van Greg Dean en zo leerde ik hoe je een grap maakt. Toen ik eenmaal dacht dat het publiek vertrouwen in me had, probeerde ik nieuw materiaal uit.”

Met succes blijkbaar, want vervolgens haalde je de finale van het Griffioen Kleinkunstfestival.

“Een impresario zei: ‘Kom maar’. Ik werd in De Cabaretpoel gezet, waarin vier talentvolle cabaretacts samen een avondvullend programma bieden en op die manier de kans krijgen zich te ontwikkelen. Machtig; daar heb ik echt ontzettend veel van geleerd.”

En toen kwamen de selecties voor het Leids Cabaret Festival.

“Ik dacht: daar ben ik wel klaar voor. Maar voor de halve finales viel ik af. Ik besloot vervolgens een heel nieuw programma te schrijven en mee te doen aan Cameretten. Pim knikte kritisch bij elke regel die ik voorlas: ‘Ja, goed of nee, dat is niks’. Maar zijn belangrijkste opmerking was eigenlijk: ‘Het is grappig, maar waarom wil je het hierover hebben?’ Toen begonnen dingen op z’n plek te vallen.”

Hoe kwam het dat je Cameretten wel won?

“In de aanloop naar Cameretten werd duidelijk dat het nieuw geschreven programma mensen echt raakte. Ik heb het ook heel veel gespeeld; en er dan steeds aan geschuurd en geschaafd. In de finale klopte alles. Ik was van tevoren extreem ontspannen, vanaf moment één klikte het met het publiek. Vrienden van mij zeiden achteraf: ‘Bij het openingsakkoord hoorden we al dat het niet mis kon gaan’. En dat terwijl ik als de dood was geweest voor de auditie.

Toen ik daar doorheen was, kregen we een workshopweekend waarin de regisseurs van het festival vooral kritische vragen stelden over waarom ik wat vertelde. Daarna was het een kwestie van proberen; try-outs spelen en op het laatste moment nog dingen schrappen en actualiseren. Dat betaalde zich uit: de jury van Cameretten was blij met mijn ‘ijzersterke actuele thematiek’, zoals ze het noemde. Ik ben een informatiespons: ik lees alles wat los en vast zit, zit twee uur per dag met mijn neus in de krant. Ik schrijf, schrap, speel en schrap weer. Het is gewoon pielen. Maar ook dat is een mooi proces: ik houd nu eenmaal van dingen maken.”

Van Kuijk in het kort

Jasper van Kuijk (Den Haag, 1976) groeide op in Den Helder. Tijdens de middelbare school speelde hij in de schoolband, toen al gek op publiek. Met zijn liedjes stapte hij een cursus kleinkunst binnen, en daar ontstond de liefde voor cabaret. Die liefde ontwikkelde zich toen hij zich tijdens zijn studie in Delft aansloot bij de elfkoppige cabaretformatie Delfts Blok. Ze wonnen het Groninger Studenten Cabaretfestival, maakten twee theaterprogramma’s en traden o.a. op op Lowlands en in de Kleine Komedie, maar vijf jaar later viel de groep uit elkaar toen iedereen het na zijn afstuderen druk kreeg met werk en gezinnen.

Jasper maakte een doorstart in zijn eentje, in 2006 en won in november 2010 zowel de jury- als de publieksprijs van Cameretten 2010. Uit het juryrapport: ‘‘t Kan Nie Op’ is een spannend en geloofwaardig pleidooi tegen versimpeling en animatie. (…) Zijn programma vol schrijnende humor zit goed in elkaar. De opsluiting vormt een mooie rode draad en zijn actuele bespiegelingen getuigen van sterk persoonlijk en maatschappelijk engagement.’ De rest is geschiedenis.

Een paar steekwoorden over Jasper: aaibaar, stekelig, industrieel ontwerper, hardlopen, squash, Jamie Olivers ‘30 Minuten’ koken in anderhalf uur, schrijven, hyperactief, Twitter, informatiespons, vriendin, samenwonend in Amsterdam, The West Wing (“De beste tv-serie ooit”), Theo Maassen (“Mijn mond viel open toen ik zijn programma ‘Functioneel Naakt’ zag – wát goed!”) en Randy Newman (“Venijnig maar grappig”).

Meer informatie over Jasper vind je op www.jaspervankuijk.nl

Jasper van Kuijk speelt ’t Kan Nie Op in Pop- en Cultuurhuis PX op vrijdag 2 november.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.