Een schroevendraaier in de auto als bewijs?
In Uitgesproken geeft de Volendamse advocaat Johan Mühren maandelijks een inkijkje in zijn strafrechtpraktijk.
Mijn cliënt wordt verweten dat hij op één avond acht inbraken heeft gepleegd. Bij al deze inbraken is een schroevendraaier met een vouwbreedte van 12 millimeter gebruikt. In de auto van mijn cliënt worden sieraden aangetroffen, die in ieder geval aan twee woninginbraken kunnen worden gekoppeld.
Mijn cliënt verklaart daarover dat hij die sieraden van drie andere jongens heeft gekocht. Ook liggen er twee schroevendraaiers in zijn auto, met breedtes van acht en tien millimeter. Als mijn cliënt wordt staande gehouden, rennen zijn twee vrienden weg. Er is maar één getuige en die heeft drie jongens bij een woning gezien. De officier van justitie vindt dat de acht inbraken bewezen kunnen worden en zij eist negen maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 240 uren.
Ik bepleit vrijspraak voor alle feiten, omdat de schroevendraaiers in de auto van mijn cliënt niet bij de inbraken zijn gebruikt. Ook de goederen die bij de andere inbraken zijn weggenomen, lagen niet in zijn auto. Mijn cliënt is niet herkend, de verklaring van de getuige is ’te algemeen’ en er zijn geen sporen op de plaats delict aangetroffen die tot mijn cliënt te herleiden zijn. Niet uitgesloten is, dat anderen dan mijn cliënt de inbraken hebben gepleegd.
De rechtbank in Den Haag spreekt mijn cliënt vrij van zes inbraken. Voor twee inbraken krijgt mijn cliënt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 150 uren. Ik begrijp dat inbrekers hard worden gestraft. Het is voor slachtoffers namelijk verschrikkelijk als er wordt ingebroken. Een inbraak zorgt voor een gevoel van onveiligheid. Maar ik moet als advocaat kijken naar de wet en naar vergelijkbare gevallen. En de richtlijnen bepalen dat er voor één woninginbraak 3 maanden gevangenisstraf staat. Hoewel de rechtbank zes inbraken niet kon bewijzen, lijkt het erop dat deze inbraken wel zijn meegewogen bij het opleggen van de straf. Dat kan niet de bedoeling zijn. En daarom heb ik namens mijn cliënt hoger beroep ingesteld.