Duizendpoot Steef Reilingh: voorbeeld voor veel muzikanten Edam-Volendam! (foto)

Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl
“Komt Harry ook nog?”, vraagt Steef Reilingh, als hij mij binnen laat in zijn bijzonder interessante woning. “Die heb je zojuist voorbij zien komen”, weet ik adrem te antwoorden. Eerst even een verbaasde blik en dan een grote glimlach als hij beseft dat hij zich heeft vergist. “Ik hield je voor Harry Hulskemper!!” Gelukkig kan ik heel veel hebben en wanneer men besluit mij met Harry Hulskemper te vergelijken, accepteer ik dat als een grote vent ;-) Mijn gastheer is – voor heel veel Edam-Volendamse muziekliefhebbers – een wandelende legende, al is hij de eerste die zo’n betiteling ver van zich heen werpt. Steef Reilingh was in ieder geval voor heel veel beginnende gitaristen in onze gemeente een soort fakkel, die de richting aangaf, waarin je je als gitarist naar toe moest ontwikkelen. Maar Steef heeft heel wat meer in huis. Hij is kunstenaar, etaleur, brandschilder, instrumentenhersteller en dan vergeet ik er nog een paar. Een bijzonder veelzijdig mens. Zo zou je hem misschien het beste kunnen omschrijven.
Niet veel mensen hadden vroeger enige notie hoe het er in een doktergezin aan toe ging. Wat kan jij over het gezin Reilingh vertellen?
Ik was de middelste van de drie kinderen in het gezin Reilingh. De oudste was mijn broer Evert-Jan en de jongste was m’n zus Yvette. Zoals je wellicht weet is zij op jonge leeftijd aan leukemie overleden. Mijn moeder was van Nederlandse afkomst en vader kwam uit Bandoeng – Indonesië. Vader was huisarts, hetgeen ver van te voren door zijn vader was bepaald. Die zei tegen mijn vader “Jij wordt dokter en je broer Willy wordt ingenieur”. Aldus geschiedde en daar was dan ook geen speld tussen te krijgen. Vandaag de dag ondenkbaar, maar in die tijd ging het er zo aan toe.
Het leven als huisarts en vader moet flink druk op je vader hebben gelegd
Dat viel eigenlijk best mee. Hij was zeer relaxed en vervulde bij ons de rol als diplomaat. Moeder was de gezinsmanager die het flink voor haar kiezen kreeg en heel veel moest slikken, omdat mijn vader nog wel eens partij trok voor de brokkenmakers.
En wie waren die brokkenmakers?
Mijn broer en ik. Het was meestal haantjesgedrag en had weinig tot niets om het lijf. Wij konden het onderling toen - en nu nog - prima met elkaar vinden. Wij brachten veel tijd door in de kelder, waar we bezig waren met brommers, radio’s en versterkers. Dat knutselen hadden wij van onze vader die gedurende de oorlog zelf een radio in elkaar zette en die alles in en rond het huis repareerde met materialen die voor handen waren. Ik kwam laatst ook nog weer iets tegen wat met leukoplast was vastgemaakt. Totaal versteend, maar het zat er nog aan.
Wat voor knul was jij?
Ik was een dromer, knutselaar en behoorlijk creatief. Op school had ik weinig te zoeken en de jaren op de lagere school en MULO heb ik dan ook vervloekt. Ik deed 7 jaar over de MULO en dat is doorgaans een heldere indicatie. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik met mijn ziel onder mijn arm liep en heel graag naar de Rietveldacademie wilde maar ja, dan moest ik wel HBS hebben en dat ging mij zeker niet lukken. Later werd ik nog eens fijntjes gewezen op mijn zwakke leerprestaties door Leek van de Voorhaven, toen ik voor zijn deur een kano stond af te boenen. “Ben jij die zoon van dokter Reilingh? Geen dokter geworden hé?” Mijn antwoord dat zo’n studie boven mijn pet ging maakte hem zelfs boos. “Ieder kind wat in de gelegenheid is om te kunnen leren, moet leren.”
Die kon ik dus in mijn zak steken. Uiteindelijk ben ik via Mia Nolte bij Jaap Hoogstraten terecht gekomen, om mee te werken aan het fabriceren van decoratieve elementen van glasvezel, bedoeld voor tentoonstellingen. Na twee jaar hield ik het voor gezien en besloot toch weer naar school te gaan.
Stoere zet
Voor iemand die niet geschikt was voor het volgen van lessen een hele stap. Uiteindelijk bleek het een hele verstandige stap want ik kwam terecht op de Etaleursschool in Utrecht toen deze net was opgericht. Het was voor mij een soort walhalla. Ik kreeg volop de gelegenheid om dingen te doen die ik leuk vond en de 4 jaar die ik er heb doorgebracht vlogen dan ook voorbij. Het enige nadeel wat er aan deze studie kleefde was het reizen. Met openbaar vervoer was ik al gauw 4 uur zoet , maar gelukkig kon ik de laatste jaren van mijn studie gebruik maken van m’n vader z’n zuurblauwe Glas. Intussen had ik tijdens mijn studie stage gelopen bij de Bijenkorf en daar had men mij al te kennen gegeven dat er, zodra ik klaar was met mijn studie, een baan op mij lag te wachten. Mijn vriendin en huidige vrouw werkte bij C&A aan de overkant, dus dat werd een inkopper. Ik heb er uiteindelijk 7 jaar gewerkt.
Leuk?
Laat ik het zo stellen dat mijn artistieke vrijheid daar enorm werd beperkt. Daar was net zoveel ruimte voor als in een notendop. Na die eerdergenoemde 7 jaar ging ik aan de slag bij Theo van Zanten om er te leren brandschilderen. Theo zat tot aan zijn neus in het werk en kon zeker hulp gebruiken. In de 1,5 jaar dat ik er werkte heb ik enorm veel geleerd en ergens in mijn achterhoofd begon zich het plan te vormen om voor mijzelf te beginnen. Na een korte terugkeer bij de Bijenkorf om voorbereidingen te treffen om zelfstandig verder te gaan, stond ik voor het eerst op eigen benen.
Spannende tijd
Dat was het zeer zeker. Gelukkig kon ik in het begin terugvallen op het maken van raamhangers, maar al vrij snel kwamen er opdrachten om kunstwerken te maken. De ene keer voor een instantie zoals een crematorium, de andere keer voor een kunstenaar die zijn ontwerp door een specialist wilde laten maken. Later ben ik onder de vlag van Viskon in Purmerend verder gegaan op een zelfstandige basis. Dat gaf mij toch meer zekerheid voor een solide opdrachtenportefeuille.
Naast al dit werk was je ook erg bezig met de gitaar. In het begin van de jaren 70 was je voor veel beginnende gitaristen in onze gemeente al een soort lichtend voorbeeld. Hoe is dat begonnen?
Door mijn vader. Hij bracht mij de eerste kneepjes bij op een oude jazzgitaar die ze archtop gitaren noemen. Ik was zelf ook al bezig een gitaar te maken van een sigarenkist, maar er was slechts ruimte voor 4 snaren. Omdat ik toch iets voor mijzelf wilde hebben, kocht ik mijn eerste elektrische gitaar van Koos Kunst. Het was een felrode Eko en Steef maakte er behoorlijk de blits mee.
Kun jij je nog herinneren wanneer muziek jou echt te pakken kreeg?
Ik was altijd wel gek met muziek, maar werkelijk gegrepen werd ik pas tijdens een uitvoering van het knapenkoor waarin ik zong. De manier waarop zangpartijen bijeen kwamen waren overdonderend. Ik vond het geweldig! Om mijn gitaarspel te verbeteren sloot ik mij soms hele middagen op, om langspeelplaten als ‘Groeten uit Grollo’ of ‘John Mayall & The Bluesbreakers’ na te leren spelen. Eelco Gelling, Peter Green, Eric Clapton en Jimi Hendrix waren grote inspiratiebronnen.
Via de groep Zoock kwam je in Left Side. Best bijzonder voor een Edammer
Lefst Side was op zoek naar twee nieuwe leden; een gitarist en een toetsenist. Via-via had men van mij gehoord en ik werd tegelijkertijd met Dick Plat uitgenodigd om tijdens een auditie te laten horen wat wij in huis hadden. Manager was Bep ‘Dekker’ en door hem werden we direct aangenomen. Left Side was een uitstekende Top-40 band en mede door het management verdienden we toen al fl. 800 per maand. Voor die tijd serieus geld. Maar op een gegeven moment was dat voor mij ook niet alle reden om door te gaan. Ik had het gevoel dat er niet meer in zat dan het naspelen van Top-40 nummers en ook het vele reizen en de korte nachten begonnen mij op te breken. Ik besloot er mee te kappen. Mijn broer Evert-Jan heeft mij toen een tijdje vervangen op gitaar en dat deed hij meer dan uitstekend.
Ben je nog steeds actief als muzikant?
Tot voor kort speelde ik nog met mijn broer, mijn dochter, George Mutsaards en Dick Plat in een jazzband en ik heb ook nog enige jaren in Kaas gespeeld. In de nabije toekomst zal er best wel weer iets uitdagends voorbij komen. Het blijft ontzettend leuk om te doen. Naast het bespelen van snaarinstrumenten wil ik in de toekomst ook snaarinstrumenten gaan repareren en eventueel customizen. De plannen hiervoor zijn nog niet geheel uitgewerkt, maar wat in een goed vat zit verzuurt niet snel.