Naar de inhoud

Ondanks alle schandalen rond doping ziet Gerard Kemper het positief in voor het wielrennen (foto)

Bron: Stadskrant


Foto Cor kes - www.luxphotography.nl

Het is een hele zoektocht door de nieuwbouw van Zwaag, als ik de actuele verblijfplaats van RABO-verzorger Gerard Kemper probeer te lokaliseren. Afgezien van een beperkte hoeveelheid straatlicht, is het ook een blokkade van een brug die roet in het eten gooit. Mijn TomTom laat mij bij monde van ‘Eva’ voortdurend weten dat ik mij om moet keren. Gelukkig laat m’n natuurlijke radar mij ook dit keer niet in de steek en weet ik heelhuids de Hoge Weere te bereiken. Zodra de deur open zwaait zie ik direct waarom Gerard tijdens zijn actieve loopbaan veel ontzag inboezemde bij zijn directe tegenstanders. Er staat een boom van een vent die in een spurt de nodige zwiepers uit kan delen, maar ook zojuist gefinishte renners in de luwte kan houden tegen opdringerige journalisten of fotografen. Nadat hij de espressomachine in gang heeft gezet nemen wij plaats aan de ruime eettafel en gaan in gesprek over een loopbaan met bijzondere kantelpunten.

Zoon van Bob en Gaar?

Zoon van Bob en Gaar. Middelste van de drie kinderen, waaronder een oudere en een jongere zuster.

Een onbezorgde jeugd?

Afgezien van de schooltijd wel. ‘School’ was een woord waar ik gedurende mijn jeugd een enorme hekel aan had. ‘School’ was voor mij het synoniem voor een nachtmerrie. Ik had de grootste moeite om mijn aandacht er bij te houden en wilde niets liever dan naar buiten om leuke dingen te doen. Uiteindelijk heb ik op de LTS mijn diploma elektrotechniek nog gehaald, maar moest ik al snel op de MTS lossen. De dag dat ik niet meer naar de MTS hoefde en mij helemaal op het fietsen kon storten was de mooiste dag van mijn leven. Gelukkig hield ik nog wel enige feeling met het vak van elektrotechnicus en kon parttime aan de slag bij de gebroeders Smit. Zij hebben mij gedurende mijn wielercarrière enorm gematst en dankzij hun steun kon ik wielrennen perfect combineren met mijn reguliere werk. Daar ben ik hen nog steeds dankbaar voor.

Bij de jeugd was je zowat onverslaanbaar, maar ook bij de amateurs boekte je fraaie overwinningen

Ik had een sterk eindschot, kon goed over kasseien en deed – als ik goed was - ook mee om de prijzen in licht glooiend terrein. Met name ritten over de steentjes lagen mij goed en ik kon dan ook meermaals de Ronden van Drenthe en de Baronie op mijn naam schrijven. Ik reed voor Amev, Dextro en Tegeltoko, de ploeg van Jean Paul van Poppel. Met name van Poppel heeft mij nog heel wat handige tips gegeven hoe ik het best een sprint in kon gaan en de adviezen van iemand die meer dan 100 overwinningen op zijn naam heeft staan, sla je natuurlijk niet in de wind.

Je zou zeggen dat er voor zo’n renner een profcontract lag te wachten

Dat zou je inderdaad zeggen, ware het niet dat mijn knie er iets anders over dacht. Naast het wielrennen deed ik ook aan marathonschaatsen en ondanks dat mijn linkerknie sterker zou moeten zijn dan de rechterknie kreeg ik onverklaarbare knieklachten. De blessure was dermate hardnekkig dat ik mijn sportieve loopbaan mocht stilzetten. Misschien was dat maar goed ook, want rond die tijd nam het epo-gebruik in het peloton serieuze vormen aan. Nu zeg ik dat ik dat misschien niet had genomen, maar indertijd was het heel moeilijk om daar nee tegen te zeggen, als je tenminste serieus mee wilde doen voor de prijzen.

Dan plof je na het wielrennen zomaar in een zwart gat

Nou, dat viel bij mij gelukkig best mee. Al van jongs af aan was ik in aanraking gekomen met soigneurs en het leek mij een prachtig beroep om na mijn actieve wielertijd uit te oefenen. Vandaar ook dat ik een cursus volgde voor sportmasseur  en tot mijn niet geringe verbazing werd ik gevraagd om de damesploeg van Nederland te verzorgen. Dat hield ook in dat ik mee mocht naar de Olympische spelen in Sydney. Ons team was daar door Leontien van Moorsel uiterst succesvol met 3 maal goud en 1 keer zilver.

Hoe kwam jij bij RABO terecht?

Ik denk dat Boogerd, Van Bon - en meer van die jongens waar ik ooit mee had gereden - mij hebben voorgedragen bij de ploegleiding. Ik weet eigenlijk niet eens of dat ook zo was, maar ik heb altijd dat vermoeden gehad. In ieder geval had ik een mooie baan die eerst op parttime basis begon, maar waar ik uiteindelijk fulltime mee aan de bak kon. Ik heb toch maar mooi 50% van mijn oorspronkelijk ambities gerealiseerd. Ik wilde immers profrenner worden en daarna soigneur van een profteam.

Wat doet een soigneur of verzorger binnen een team?

Je bent in het kort gezegd de huissloof van de ploeg. Je bent zowat verantwoordelijk voor alles wat er rond een team plaatsvindt.

Hoe ziet een gemiddelde dag in de Vuelta of Tour er uit?

7.30 uur: opstaan. 8.00 uur: ontbijt (op basis van onze instructies). 8.30 uur: Vrachtwagen voorrijden en vullen met lunchpakketten, bidons, koelboxen met zelfgemaakte eetzakjes. Zorgen voor repen en koffie voor in de ploegleidingauto en de gastenauto’s. 10.00 uur: Koffers inpakken. 10.15 uur: Ontbijt opruimen. 10.30 uur: Bus verplaatsen naar hotel bij de finishplaats en aldaar alles doornemen met de hotelleiding voor wat betreft eten en drinken. 11.00 uur: De koers gaat van start en wij gaan vooruit naar de bevoorradingsplekken om de renners hun zakje te geven. 14.00 uur: Het laatste zakje is afgegeven en vervolgens jakkeren wij met de auto naar de finish. Die ritjes zijn voor gemiddelde automobilisten niet aan te bevelen aangezien er idioot hard wordt gereden om op tijd aan te komen en klaar te staan om de renners op te vangen. Na de finish worden de renners verzorgd en moeten wij wachten tot interviews en dopingcontroles zijn uitgevoerd. 18.00 uur: We gaan op weg naar het hotel. Soms is dat vlakbij, maar net zo goed ligt het 2 uur verder van de finishplaats. Tussen 19.00 uur en 20.00 uur gaan de renners op de massagetafel. Bij mij zit in ieder geval Laurens ten Dam, die mijn manier van masseren prettig vindt. Dat luistert bij die jongens enorm nauw. Om 22.00 uur of zelfs wel eens 23.00 uur gaan we aan tafel en drinken een glas bier of wijn. Uiteraard niet te veel want de wekker staat weer op 7.30 uur.

Gelukkig hebben jullie twee rustdagen in een grote ronde

De renners wel. Wij niet. In de Vuelta moesten we tijdens de rustdag van Barcelona naar Vigo. Een verplaatsingsdag die de renners per trein of vliegtuig doen, maar wij rijden dan met de bus, vrachtwagen en de stationwagens. Dat waren dan 1200 kilometers op een rustdag, niet echt relaxed.

Wat boeit jou aan je werk?

Alles. Met mensen werken die dezelfde mentaliteit hebben als jezelf is super. Het altijd willen winnen hoort helemaal bij mij en bij de renners. Het maakt mij dan ook niet uit dat ik er 185 dagen per jaar voor van huis moet.

Dat zal je vriendin geweldig vinden

Daar ben ik heel open en eerlijk tegen geweest. “Moet je horen schat; dit beroep is mijn passie en dit is wie ik ben.” Hoewel zij het er af en toe best moeilijk mee heeft tracht zij er toch een positieve draai aan te geven. Zij werkt bij de 1e hulp van het ziekenhuis in Hoorn en probeert in de periode dat ik vrijaf ben ook haar vrije dagen op te nemen. Op die manier kunnen wij relatief veel tijd met elkaar doorbrengen.

Je hebt met de RABO-ploeg de laatste tijd volop in de schijnwerpers gestaan en zeker niet altijd positief

Een woord met een dubbele lading. Nee, het klopt dat de wielersport het nu ontzettend moeilijk heeft en dat zal voorlopig ook zo blijven. Kennelijk is nu de Doos van Pandora geopend en worden we geconfronteerd met het ene schandaal na het andere.

Jij moet ook hebben geweten dat er volop werd gebruikt in het peloton

Als je het ene jaar je maten bij kunt houden en het volgende jaar fietsen ze jou het snot voor de ogen is er toch iets bijzonders aan de hand. Dus ja, we hadden onze vermoedens, maar tussen vermoedens en bewijzen zit een flinke kloof. Dat zie je nu met de UCI. Met de middelen die hen ter beschikking staan kunnen ze onvoldoende beginnen tegen renners die worden begeleid door uiterst slimme professoren en meer van dat soort duistere types. Het enige wat ik zelf in het echt zie zijn renners als Gesink, Mollema en Kruiswijk die zeer professioneel met hun werk bezig zijn.

En clean?

Daar durf ik met de volle 100% de handen voor in het vuur te steken. Zonder aarzelen.

Maak jij je zorgen voor de komende jaren nu de sponsoring per 1 januari 2014 definitief ophoudt?

Niet echt. Managers van multinationals hebben echt wel door dat ze met een wielerploeg bijzonder goedkoop uit zijn. Voor 15 miljoen per jaar ben je 180 van de 365 dagen in beeld op televisie. Over de gehele wereldbol. Dat maakt maar weer eens duidelijk dat wij veel hebben gekregen van de RABO-Bank, maar dat de bank er ook enorm veel voor terug heeft gekregen. Voor multinationals is het sponsoren van een wielerploeg bijzonder lucratief. Zeker nu het dopingprobleem bij de lurven wordt gegrepen. Dat kan alleen maar positief uitpakken. Toch weer dat woord ‘positief’, hahaha.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.