Kaas en Vis (3)
Afgelopen week ontving ik een uitnodiging van een gemeente ambtenaar om mee te praten over het cultuurbeleid van Edam-Volendam. In Edam en Volendam heb ik me de afgelopen jaren altijd graag bemoeid met cultuur zoals bandjes, optredens en het organiseren van festivals.
Laatst heb ik nog eens de Edamse bandjes van de afgelopen jaren op een rij gezet en kwam ik tot een lange lijst van Zoock en Ten Numbers tot Follville en Pulser. Jongerencentrum Nohol had een doorbrekende rol in de groeiende pop muziek cultuur en speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van poppodia in de regio. Ik zie nog voor me hoe we de piano van Robert Jan Stips via een katrol omhoog hesen naar het podium op de eerste verdieping en er te laat achter kwamen dat het touw deze last niet kon dragen. (Geen gewonden, wel een overleden piano)
Ik heb de bandjes cultuur in Volendam zien groeien van Left Side en de BZN met Jan Kies tot Blue Velvet en Alasca en in Edam heb ik het zelfs zo ver geschopt dat ik Dennis Burke op gitaar mag begeleiden.
Enthousiast was ik dan ook toen Edam zes honderd vijftig jaar stad gevierd werd en we het eerste derde klaphek festival mochten organiseren. Een festival op de hoogte van het derde klaphek (cent voor de poort ? riepen we als kinderen met kermis Volendam terwijl we het klaphek open hielden voor de fietsende Edammers die naar Volendam te kermis gingen). Een festival met als doelstelling het laten ontmoeten van de Edamse muzikanten met de Volendamse muzikanten.
Vrijwilligers van het Club en Buurthuiswerk Volendam, Singelfestival en Kaaspop maakten het tot een mooie traditie die het nog steeds is. Cultuur kan inwoners en kommen binden en cultuur kan het uitgaansleven zin geven. Daar moest ik aan denken in de discussies afgelopen weken over het uitgaansleven op de Dijk in Volendam. Langzaam aan lijkt de Dijk zijn culturele aantrekkingskracht te verliezen. Van Volendammers in kostuum, de visserij cultuur en de muziekcultuur is het een uitgaansgebied geworden waar feesten voorop staat en cultuur op de tweede plaats komt. Een soort Valkenburg van het Noorden. Vrijwel geen live muziek meer op de Dijk, alleen mijn dochter en haar collega's nog in pak als ze bij de fotoshop werkt en niks geen visserij reuring meer rondom de afslag.
Wat zou het niet mooi zijn als de bezoekers weer konden komen voor een visserijmuseum, een vismarkt onder aan de Dijk, een muziekcafé met live-optredens, een filmhuis. Dan worden we culturele hoofdstad van Noord-Holland en wie weet wordt het afvalwater bij Katwoude daar ook beter van.
Siem Kees Slegt