Kampioenen in het niet declareren
De wethouders van de gemeente Waterland en B en W van Zeevang zijn de kampioenen ’niet declareren’ van 2011. Zij konden vorig jaar naar behoren hun werk doen, zonder al te veel kosten voor de uitoefening van hun beroep te verhalen op de gemeenschap. In Zeevang werd in 2011 nauwelijks gedeclareerd door de lokale bestuurders. Alleen de wethouders Fred Habold en Frank de Ruijter declareerden kosten, en dan alleen voor (openbaar) vervoer. Totaal 600 euro.
De wethouders van de gemeente Waterland deden het nog beter en betaalden vrijwel alle kosten die zij maakten uit eigen zak. Of beter: uit de vaste onkostenvergoeding van een kleine 300 euro netto die ze elke maand krijgen. Wethouder Patrick Kools was de enige die een declaratie indiende, namelijk van 84,88 euro voor parkeerbonnetjes.
Maaltijden
De burgemeesters van Waterland, Ed Jongmans en zijn tijdelijke opvolger Cornelis Mooij, declareerden iets meer. Jongmans diende declaraties in voor in totaal 615,95 euro, in verband met zakelijke kilometers die hij had gereden met zijn eigen auto, parkeergeld en kosten voor openbaar vervoer. Mooij declareerde geen kosten voor gebruik van een eigen auto, maar wel bijna 1570 euro voor openbaar vervoer en daarnaast nog ruim 2150 euro voor taxi- en hotelkosten.
Verder diende Mooij voor iets meer dan 520 euro bonnetjes in wegens genoten maaltijden. Terecht? De richtlijnen zeggen dat ‘individuele consumpties buiten de werkplek’ en ‘consumpties en etentjes met zakelijke relaties’ moeten worden betaald uit de vaste onkostenvergoeding van bestuurders. Die vergoeding was voor Mooij ruim 300 netto per maand.
Pc-vergoeding
Burgemeester Jongmans kreeg in 2011 ook nog een zogenoemde pc-vergoeding. Gemeenten mogen bestuurders een vergoeding geven voor aanschaf en gebruik van een computer thuis, die ze ook voor hun werk gebruiken. De hoogte van dergelijke vergoedingen verschilt nogal per gemeente. Zo kreeg Jongmans van de gemeente Waterland een kleine 490 euro. In Beemster kregen de burgemeester en de wethouders elk 504 euro en in Purmerend kregen burgemeester Don Bijl en wethouder Mona Keijzer elk 800 euro.
In Purmerend declareerden burgemeester en wethouders verder vooral autokilometers, parkeergeld en kosten van openbaar vervoer. Alleen Hans Krieger en Berent Daan dienden bij de gemeente rekeningen in voor maaltijdkosten, respectievelijk 84 en 67 euro. De vraag is of ze die rekeningen, gezien de richtlijnen, niet zelf hadden moeten betalen uit hun vaste vergoeding van 300 euro per maand netto.
Datzelfde geldt voor sommige onkosten die burgemeester Willem van Beek en de wethouders Dorus Luijckx en Gina Kroon van Edam-Volendam declareerden, en die te boek staan als ’vergoeding verblijfskosten, waaronder maaltijden’. Van Beek kreeg daarvoor 26 euro terug van de gemeente, Luijckx 14 euro en Kroon 185 euro.
Aan wethouder Gina Kroon is in 2011 een declaratie van 2200 euro uitbetaald onder de post ’cursus, congres, seminar of symposium’. Bestuurders kunnen volgens de richtlijnen van de VNG vanzelfsprekend van tijd tot tijd deelnemen aan cursussen of symposia, op voorwaarde dat dat in het belang is van de gemeente en het ambt dat ze vervullen. Aanmelding voor dat soort bijeenkomsten en de financiële afwikkeling ervan zou eigenlijk rechtstreeks via de gemeente moeten gaan.
Dat laatste geldt ook voor computers, tablets en telefoons. In plaats van daarvoor vergoedingen te verstrekken, kan apparatuur gewoon in bruikleen worden gegeven, waarbij alle kosten door de gemeente worden betaald, zegt de VNG.
’Soberheid is het motto, declareren uitzondering’
Lokale bestuurders krijgen, naast hun vaste salaris en toelagen, elke maand een vaste onkostenvergoeding.
Een wethouder van Zeevang, de kleinste gemeente in deze regio, krijgt 276 euro bruto (132 euro netto). Zijn collega in Purmerend, de grootste gemeente, krijgt 641 euro bruto (307 euro netto). Burgemeesters krijgen een nog hogere vaste vergoeding.
Wat ze daarvan precies moeten betalen, is niet vastgelegd in keiharde regels of wetten. Wel zijn er richtlijnen van de gezamenlijke overheden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Die gaan uit van de basisregel dat bestuurders zeer terughoudend moeten zijn met het declareren van rekeningen, bovenop hun vaste vergoeding. Natuurlijk krijgen ze zakelijke kilometers, gereden met de eigen auto vergoed, evenals parkeerkosten en kaartjes voor openbaar vervoer. Maar daar moet het ook eigenlijk bij blijven. Soberheid is het motto en declareren mag alleen bij hoge uitzondering.
Verder moet, als er toch wordt gedeclareerd, duidelijk zijn dat de gemaakte kosten echt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het ambt van burgemeester of wethouder en dat daarmee een publiek doel is gediend. Een basisregel is ook dat bijeenkomsten, werklunches en -diners en (afscheids)borrels door het secretariaat van de gemeente worden georganiseerd en dat de rekening daarvoor ook direct naar de gemeente gaat. Dat geldt ook voor deelname aan congressen, symposia en cursussen. Voorwaarde daarbij is bovendien heel nadrukkelijk dat deelname aan zo’n activiteit relevant is. Dat houdt in dat dergelijke kosten niet meer worden gemaakt als bijvoorbeeld het einde van de ambtstermijn van een burgemeester al in zicht is.
Broodje kroket
Maar hoe zit dat dan met de lunch met die projectontwikkelaar, die graag wil bouwen in de gemeente? Met dat broodje kroket in afwachting van de volgende trein? Het nieuwe pak, speciaal gekocht voor de opening van de nieuwe sporthal? De abonnementen op kranten en tijdschriften? Het afscheidscadeautje voor een collega? En de kosten voor die vergadering thuis met partijgenoten?
Die moeten worden betaald uit de vaste onkostenvergoeding en mogen niet worden gedeclareerd. Er zijn gemeenten, die de vaste vergoeding hebben opgesplitst in een aantal componenten. Daarbij is 35 procent van de vergoeding van een wethouder bestemd voor representatie, waaronder koffie, thee, hapjes, drankjes, etentjes met zakelijke relaties en attenties.
De rest is voor contributies en lidmaatschappen (12 procent), telefoonkosten (12 procent), zakelijke giften (10 procent), bijdrage aan fractiekosten (10 procent), ontvangsten thuis (7 procent), vakliteratuur (6 procent), bureaukosten en porti (5 procent) en excursies (3 procent). Voor burgemeesters is de verdeling iets anders.
Volgens die verdeling krijgen wethouders in deze regio jaarlijks een aardig bedrag voor dat soort uitgaven. De ’slechtst betaalde’ Waterlandse wethouders in Zeevang mogen elk jaar voor ruim 550 euro eten en drinken uit hun vaste vergoeding. En voor 380 euro mogen ze bellen en kunnen ze kranten, tijdschriften en boeken lezen. De ’best betaalde’ Waterlandse wethouders in Purmerend mogen jaarlijks voor zo’n 900 euro bellen en lezen en voor bijna 1300 euro eten en drinken op kosten van de gemeenschap.