De zeemeermin van Edam: deel 6

De Zeemeermin van Edam is terug in Waterland. Volgens de oude legende is zij gestorven en begraven in Haarlem, maar Henk van de Merwe uit Purmerend laat de schone waterbewoonster voor even herleven in zijn eigentijdse versie van de legende. Hij schreef een mini-feuilleton in luchtige fantasy-stijl waarin de zeemeermin avonturen beleeft in de regio Waterland. Het verhaal zal de komende maanden te lezen zijn op dichtbij.
Deel 6: Terug, na lange tijd...
Wie nu toevallig langs de winkel van de lijstenmaker gelopen had, de winkel waar Anne een afbeelding van een zeemeermin gezien had, zou geschrokken zijn waarschijnlijk, of op z'n minst verbaasd. Want diep in de nacht, op een moment dat er niemand op straat was, gebeurde daar iets. Het duurde maar heel even, er was geen geluid te horen, geen rookwolk te zien, alleen een korte felle lichtflits verraadde dat daar iets gebeurde. De plek waar dat gebeurde was precies ter hoogte van de afbeelding die nog steeds op dat schildersezeltje stond. Klaar om ingelijst te worden.
Daarna was het weer donker, alsof er niets gebeurd was. Er was niets beschadigd, geen sporen van een ontploffing of een brandje. Alleen de lijstenmaker zou zich de volgende dag verbazen, wanneer hij met dit schilderijtje aan de gang zou gaan. Want er was ook geen spoor meer van een zeemeermin op de afbeelding ! "Ik weet zeker dat er een zeemeermin te zien was op dit plaatje, want daar ging het om, volgens die meneer die het bracht. Ik snap er niets van". Maar nu was alles stil, totdat een zachte stem verzuchtte: "Ik ben er weer. Ik ben weer terug...".
Tijdens haar reis had de Zeemeermin geprobeerd zich voor te stellen hoe de omgeving waar ze naar toe reisde er uit zou zien. Het was niet de eerste keer, ze kende het gebied redelijk goed als ze er weer een poosje was. Maar de eerste weken waren altijd moeilijk. De mensen praatten altijd weer een andere taal, gedroegen zich anders en zagen er anders uit. Sommige mensen kon ze wel redelijk verstaan, maar anderen helemaal niet.
Oude gebouwen herkende ze als ze niet te veel verbouwd waren door de jaren heen. De meesten hadden een leeftijd die de mensen die er woonden oud noemden, maar voor haar nog jong was. In de 14'e eeuw was ze vertrokken uit Haarlem, waar ze een mensenleven lang gewoond had, onder de grootste geheimhouding. Met hulp van een bevriend boeren-echtpaar, verborgen onder stro in een kar, werd ze toen teruggebracht naar het water, waar ze uiteindelijk altijd weer in terug zou keren.
Toen ze daarna, na 1410, een keer terug was op het land in de buurt van de Zuiderzee, , stond er een prachtig groot kasteel: Slot Purmersteijn. Veel plezier had ze daar beleefd . Ze trouwde met een edelman, waarmee ze regelmatig het slot bezocht als er feesten werden gegeven. Ze was daar zelf altijd welkom, want haar gezang was geliefd in de verre omstreek. Ook haar harpspel werd graag gehoord. "Betoverend !", zeiden veel mensen.
Als ze dat hoorde moest ze in zich zelf lachen af en toe."Je moest eens weten..." Op die feesten ontmoette ze mensen die ergens naar toe gingen, of ergens vandaan kwamen. Heel af en toe kwam ze een oude bekende tegen. Allemaal brachten ze hun verhalen mee, die verteld werden aan ieder die het hoorde wilde. Als de muzikanten dan hun instrumenten pakten en gingen spelen, kon hun spel vooral in de zomeravonden tot buiten de muren gehoord worden.
Maar nu had ze heel andere dingen aan haar hoofd. Haar staart had ze weer afgelegd, de gedaantewisseling naar een persoon met twee benen was succesvol verlopen. Onwenning liep ze heen en weer in de donkere winkel, een beetje steunend op de meubels die er stonden.Er hingen wat jassen aan een haak, en een kledingstuk met broekspijpen en mouwen. Die werden vast voor karweitjes gebruikt waar stof en vuil bij vrij kwam, ze hingen apart van de rest. Aangezien ze het koud kreeg deed ze die kleding snel aan.
"Waar laat ik die staart?", vroeg ze zich af. Een beetje verborgen in een hoek stonden twee oude koffers op elkaar. Zonder inhoud zag ze, toen ze een deksel opende. De grootste van de twee was ruim genoeg om haar staart in te doen. "Maar waar laat ik die koffer ?" Af en toe zag ze buiten lichten voorbijschieten. Nieuwsgierig geworden liep ze naar het raam om te kijken wat dat was. Blinkende overdekte rijtuigen waren het, met felle lichten aan de voorkant, en rode aan de achterkant. Maar...zonder paard !". Vreemd, maar daar kom ik later wel achter wat dat betekent", dacht ze. Vanuit het raam naar links kijkend zag ze nog net wat glinsteren : Water !
Ze voelde aan de deur, die van binnenuit makkelijk te openen was. Resoluut opende ze de deur, tilde de koffer op en liep voorzichtig naar het water, nog steeds een beetje wankel."Mmm, niet echt lekker fris ruikt dat water", aarzelde ze. Maar de gedachte dat die staart gevonden zou kunnen worden als hij ergens op het land bleef deed haar snel beslissen. Ze wierp de koffer in het water, waar het even bleef drijven voordat het langzaam zonk.
"Ooit moet ik die staart weer opduiken, brrr", griezelde ze. Maar dat was van later zorg. Het werd aan een kant van de donkere hemel al een beetje lichter. Er kwamen steeds meer van die vreemde rijtuigen langs. De tijd begon te dringen. Hoewel ze geen idee van de tijd had, besefte ze dat de ruimte waar ze in terecht gekomen was een winkel was, die waarschijnlijk een keer open zou gaan. Ze ging nog even terug om te kijken of er iets opgeruimd moest worden, maar dat hoefde niet, ze had geen rommel gemaakt. Alleen wat kleding en een koffer ontbrak. Er hing geen andere kleding aan de kapstok dan wat ze aan had, en wat werkkleding die de ambachtsman die hier werkte zelf nodig zou hebben. " 't Moet maar", fluisterde ze.
Er stond een stok in een hoek, die nergens toe leek te dienen. Die pakte ze mee, om wat extra steun te hebben tijdens het lopen. Dat ging nog steeds onwennig, terwijl haar benen een beetje moe werden van het lopen. Ze trok de deur achter zich dicht om de buitenlucht in te gaan, op weg naar het onbekende. Even later was het licht, en zagen voorbijgangers een vreemd geklede vrouw schuifelen, steunend op een stok.