Naar de inhoud

Het grote Willem van Beek – Interview deel 1 (foto)

Bron: Stadskrant

Het afsprakenregister bij het loket van de gemeente Edam-Volendam heeft haar zaakjes goed op orde als ik mij op 3 januari 2013 meld voor een afspraak met burgemeester Willem van Beek. “Schuitemaker; 9.30 uur, u wordt zo dadelijk opgehaald. Neemt u even plaats in een van die stoelen die u daar ziet staan.” Klokslag 9.30 uur maakt mijn gesprekspartner een rondje door de draaideur van het Stadskantoor en gaan wij op weg naar zijn gezellige werkkamer. Uit het meubilair blijkt dat er alles aan is gedaan om de huiselijke sfeer zo goed mogelijk na te bootsen. Nadat secretaresse Marion Vlasbloem kordaat de koffie en water gereed zet op tafel beginnen wij aan ons gesprek wat uiteindelijk een stuk langer zou duren dan oorspronkelijk gepland.

Burgemeester van Beek web

Misschien een vreemde start, maar heeft u iets met gele sjaals?

(Grinnikend) ja, dat zou je haast zeggen, toch? Ik herinner mij nog de eerste fotosessie die hier is gemaakt voor mijn installatie. Ik droeg toen deze sjaal en hij is op een of andere manier altijd aan mij blijven kleven. Ik heb natuurlijk meerdere sjaals en als ik bijvoorbeeld bij de FC Volendam op de tribune zit dan draag ik uiteraard een oranje sjaal. Stel je eens voor dat de tegenstander geel als hoofdkleur heeft, nou dan maak ik geen al te beste beurt bij onze supporters.

Waar komt u oorspronkelijk vandaan?

Uit Made en Drimmelen. Het zijn dorpen die tegen de Biesbosch aanschurken. Mijn vader had een machinefabriekje en scheepvaartbedrijf dat gericht was op de beroepsvaart op binnenwateren. De Biesbosch en alles wat daar mee samenhangt is voor een kind een geweldig gebied om in op te groeien. Vrijwel dagelijks was ik daar met mijn vrienden aan het schooieren in het riet en het ruige landschap. Het is overigens opvallend hoe mijn leven altijd verbonden is geweest met water. Mijn geboortegrond lag vanaf 1 september 1951 aan het water, in mijn verdere carrière kwam ik steeds weer uit in gemeenten die sterke raakvlakken met het water hebben. Het lijkt wel alsof het in mijn systeem is gekerfd.

Hoe was de gezinssamenstelling bij u thuis?

Vader, moeder en drie jongens. Ik was de middelste. Mijn oudere broer, inmiddels arts in Emmen, was 2 jaar ouder. Mijn jongere broer, griffier in Leeuwarden, was zes jaar jonger. Voor Brabantse begrippen was het een klein gezin en ondanks dat mijn ouders er graag nog enige kinderen bij hadden willen hebben, bleef het bij drie jongens. Mijn ouders kwamen beiden uit grote gezinnen en het wemelde van de ooms en tantes.

Hoe zou u uw jeugd typeren?

Ik was een behoorlijk actief ventje en ook best wel een haantje de voorste. Ik herinner mij nog goed dat ik samen met twee vriendjes een schip ophaalde wat schade had en wat wij zelf terug brachten bij mijn vader op de werf. Ik had geen vaarbewijs, maar ik deinsde niet snel ergens voor terug. Naast het jeugdige bravoure had ik ook een behoefte om alleen de wereld te ontdekken. Alleen op vakantie? Ik zag er helemaal niet tegenop.

Wat kunt u over uw schooltijd vertellen?

Heb je een uurtje? Ik ging graag naar school, maar hield er tegelijkertijd van om extra werk op te pikken. Met wat extra klusjes kon ik mij bijvoorbeeld mijn ideale brommer veroorloven; een Puch. Een Tomos was mooi, maar een Puch was‘the real thing’. Ik had natuurlijk als kind wel de gebruikelijke geromantiseerde ideeën om ooit schipper te worden op een binnenvaartschip, maar na de middelbare school liet ik dat beeld voor wat het was. Ik kreeg interesse in economie en besloot hierin een studie te volgen op de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Na mijn propedeuse economie maakte ik een overstap naar de eerstegraads lerarenopleiding aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg om uiteindelijk op mijn 22e leraar economische wetenschappen en recht op het St. Jan Lyceum in Den Bosch te worden. Ik combineerde dat met een economische functie in het familiebedrijf. Na verloop van tijd besloot mijn vader te stoppen met zijn bedrijf en heb ik een tijdje gedubd of ik er in moest stappen, maar mijn vader ontraadde mij dat ten zeerste. Er waren meerdere gezinnen afhankelijk van het bedrijf en je kon eigenlijk wachten op problemen. Ook zat de scheepsvaart in een flinke dip. Voor een jonge vent in de 20 is dat geen aantrekkelijk startpunt.

Beviel het lesgeven?

Absoluut! Van mijn 22e tot mijn 30e stond ik voor de klas in Den Bosch en gaf ook les in plaatsen rond Den Bosch aan examenklassen Havo/Vwo. In deze periode werd ik ook decaan aan het lyceum, vervolgens adjunct-directeur op de Katholieke Pedagogische Academie Den Bosch, waar ik verantwoordelijk werd voor P&O, Financiën, en de HAVO-top. Toen er een fusiegolf op gang kwam in het onderwijs kreeg ik de kans sectordirecteur te worden van een scholengemeenschap die ontstond door een fusie tussen scholen uit Oss, Boxtel en Den Bosch. Het Koning Willem I College had indertijd 10.000 leerlingen en bracht tientallen scholen bijeen. Als hoofdgebouw en campus werd gekozen voor de voormalige Koning Willem I Kazerne. Al met al een enorm dynamische en inspirerende tijd.

Was u toen ook al politiek actief?

Dat begon zo rond diezelfde tijd op gang te komen. Ik was kort voorzitter van de locale CDA en werd snel daarna raadslid/fractievoorzitter en vervolgens benoemd als wethouder. Samen met mijn baan op het Koning Willem I College werd het een drukte van jewelste en maakte ik enorm veel kilometers. Het was enorm boeiend, maar de combinatie was niet goed vol te houden. Ik besloot daarom advies te vragen aan de Commissaris van de Koningin in Brabant. Hij gaf mij de tip om te solliciteren op de functie van burgemeester in de nieuwe gemeente Jacobswoude, een fusiegemeente in het plassengebied van Zuid-Holland, die nu bekend staat als Kaag en Braasem.

U werd geschikt bevonden voor deze functie, maar hoe gaat zoiets nu eigenlijk in z’n werk? Belt de Commissaris van de Koningin de benoemingsraad van Jacobswoude en zegt; “Ik heb voor jullie de perfecte kandidaat. Als ik jullie was zou ik Willem van Beek voordragen” ?

Nou nee, dergelijke bedenkelijke methoden komen daar niet bij aan te pas. De commissaris weet vanuit de gemeente aan welk profiel een geschikte kandidaat moet voldoen. Die profielen kunnen enorm uiteen lopen. Je hebt stevige kandidaten die goed zijn in crisismanagement, je hebt flamboyante kandidaten die uitblinken in representatieve zaken, je hebt verbinders die goed zijn in het bruggen slaan tussen elkaar bestrijdende partijen, je hebt technocraten die sterk zijn in de bestuursrechtelijke kant van de functie en je hebt .... nou ja, je kunt er alle kanten mee op. In mijn geval had men bij Jacobswoude behoefte aan een verbinder die de fusiegemeenten met elkaar op een aantal terreinen moest zien te verbinden. Ook mijn economische achtergrond speelde daarbij een rol.

5 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.