Reactie Edam-Volendam op uitspraken Raad van State inzake Oorgat 38
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 januari jl. de beroepschriften tegen het besluit omtrent de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Oorgat e.o.” behandeld van:
- Hein Schilder Groep B.V (hierna: “HSG”), omtrent Oorgat 38,;
- De Stichting Tussen Fort en Sluis (hierna: de Stichting) en de bewoners van Zeevangszeedijk 14 en (hierna: “appellanten”);
- De bewoners van Zeevangszeedijk 11 (hierna: “appellanten”).
Oorgat 38
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de voor verwezenlijking van de bestemming “Wonen” noodzakelijke restauratie van de stolp praktisch uitvoerbaar is. De gemeenteraad heeft daar geen bouwkundig onderzoek naar gedaan. Volgens de Raad van State had hij dat wel moeten doen, aangezien de uitvoerbaarheid van de toegekende bestemming “Wonen” al aannemelijk dient te zijn ten tijde van de planvaststelling. De Raad van State is van oordeel dat de gemeenteraad de zelfstandige verplichting heeft om in het kader van het voorbereiden van een besluit onderzoek te doen naar de relevante feiten en de af te wegen belangen. Het beroep van HSG is in zoverre gegrond.
Het bestreden besluit is wegens strijd met artikel 3:2 Awb vernietigd, voor zover het de aan het perceel toegekende dubbelbestemming “Waarde – Edams-Volendams erfgoed” met de bouwaanduiding “specifieke bouwaanduiding – karakteristiek waardevol bouwwerk” betreft. Gelet hierop dient de gemeenteraad met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen. Hiervoor geldt een termijn van 16 weken.
Wij respecteren de uitspraak van de Afdeling en met deze uitspraak is de methodiek van het bestemmingsplan overeind gebleven.
Zeevangszeedijk 11 en 14
De beroepschriften van de Stichting en appellanten tegen het bestemmingsplan “Oorgat e.o.” zijn ongegrond verklaard.
De Raad van State heeft een separate uitspraak gedaan in het kader van de vrijstellings- en bouwvergunningsprocedure Zeevangszeedijk 14, waarbij de Stichting en appellanten in hoger beroep zijn gegaan tegen de uitspraak van de Rechtbank Haarlem tegen het verleende besluit voor dit perceel. De Afdeling heeft ook in die zaak de hoger beroepschriften van de Stichting en appellanten ongegrond verklaard.