Gaal koud
Het is koud, gaal koud. En als je gaal bent, geef je niet om koud. Tenminste, vroeger in het steegje. Nu loop ik met een grote pet over mijn dunne haarbos. Maar ooit was ik een bikkel. Bijvoorbeeld toen iedereen in Nederland rustig kon gaan slapen, omdat 192 centimeter gewapend beton als dienstplichtige de grenzen verdedigde. Mijn diensttijd begon in november. Het was ijzig koud en we waren die dag op bivak.
Dat hield in dat we eerst 20 kilometer moesten marcheren met volle bepakking en daarna als beloning mochten slapen in een bos. Na het graven van een ‘schuttersput’ en het eten van een reep met een miljard calorieën, mochten we gaan slapen in de open lucht in een legergroene slaapzak. Voor iedereen die het weten wil, ik was toen niet gaal. Het was wel gaal koud.
Nadat ik na een uur had gestaard naar grote sneeuwvlokken die tegen het licht van de maan naar beneden dwarrelde, viel ik eindelijk in slaap. Niet veel later vonden ze het nodig om met traangas te gaan gooien. Je had ongeveer 20 seconden om je gasmasker op te zetten, maar helaas lukte dat mij niet. Ik kon letterlijk en figuurlijk wel gillen.
Na een uur ‘spoelen’ met bevroren water, was ik klaar wakker. Ik verheugde me op mijn warme slaapzak. Helaas had ik in blinde paniek, mijn slaapzak open laten staan. Een wit donslaagje vulde de binnenkant van mijn slaapzak. Ik kon wel janken, maar mijn tranen waren op. Om mezelf warm te houden, heb ik de hele nacht door het bos gerend. Kwade tongen beweren dat dit (na de navelstreng om mijn nek bij de geboorte) het tweede moment in mijn leven was waarop mijn verstandelijke vermogens ernstig zijn beperkt.
Gaal, dacht ik nooit meer te worden, sterker nog ik heb op de Zwaluwhoeve vrouwen gezien met meer ‘uithangend vlees’, dan ik op dat moment. Koud was het nog steeds. De dag erna moesten we door een betonnen rioolbuis onder een 4-baansweg kruipen. Voor iemand met claustrofobie als ik, is dat zoiets als iemand met smetvrees die een wc-bril moet aflikken in een Duits wegrestaurant. In de pijp stond een halve meter bevroren gaal koud water. Maar goed, je bent gaal ruig en je hebt het koud, dus je gaat gewoon.
Helaas was er iemand voor me nog kouder. Hij raakte onderkoelt en kon niet verder. Ik zat toen ergens halverwege gaal vast en dacht; ‘het is koud en ik word niet oud’. Na een kwartier was de groep met een mannetje minder en stond ik zeiknat en half bevroren weer buiten. Ik was toen gaal boos op mijn vader dat hij had geregeld dat ik bij de Marechaussee moest. Na een volgende mars om weer warm te worden, lagen we compleet naar de klote voor de poort van de kazerne.
Daar aangekomen had de luitenant zogenaamd de sleutel niet mee, waarna we nog eens 3 kilometer moesten omlopen. Bikkel Marechaussee der 4e klasse Guyt, mocht daarbij ook nog even Marechaussee der 4e klasse Van Limpt op zijn schouder meenemen, want echte maten laten niemand achter. Al zou ik hem warm willen pissen, dan had ik het niet gekund. Eenmaal terug in de kazerne, stond ik stijf bevroren onder de douche. Ik keek naar beneden en wat ik daar zag heeft me diep geroerd.
Zo klein was mijn kale wrekertje bij de geboorte ook niet geweest. Er was niet meer dan de dop van een viltstift nodig om de boel te bedekken. Ik draaide de warme kraan vol open, maar de ontgroening ging nog even door. Er kwam alleen ijskoud water uit de kraan. Twee dagen lang was ik niet gaal, maar wel koud. En sindsdien heb ik een gaal hekel aan koud…
